Den Spiegel, zomer 2014

DenSpiegelHet zomernummer van Den Spiegel (muZEEum en Gemeentearchief Vlissingen) is een themanummer, dat vrijwel volledig is gewijd aan de Zeeuwse slavenhandel. De Vlissingse gemeentearchivaris Ad Tramper verzorgt de basis met gegevens over handel en driehoeksreizen in de periode 1750-1790. Maritiem historicus Ruud Paesie richt zich op de zeven slavenreizen van het Vlissingse fregat Magdalena Maria 1761-1771. Muziekdocent Jaco Simons verhaalt over de familie Van Doorn, die aanvankelijk in Berbice en Essequibo – het tegenwoordige Guyana – is gevestigd en na 1800 landgoederen op Walcheren verwerft.

Alle artikelen zijn behoorlijk beschrijvend, met relatief veel cijfers en gegevens. Onderhoudend om te lezen dus, maar qua verhaal hier niet zo gemakkelijk in verkorte versie weer te geven. Tramper schetst een duidelijk beeld van wat er bij een slavenreis kwam kijken. Hoe een slavenschip gemiddeld 200 dagen langs de kust van Afrika voer, voor er voldoende slaven aan boord waren om naar Zuid-Amerika over te steken. Als handelswaar om slaven aan te kopen noemt hij buskruit, geweren, drank en textiel.

Paesie noemt voor de door hem onderzochte handelsreizen buskruit en textiel verreweg de belangrijkste producten. Reder Jan de Zitter mocht in 1765 een eigen buskruitmolen op de Ambachtsheerlijkheid Oost-Souburg bouwen. Dat was natuurlijk niet zonder reden. Al rekenend komt de schrijver voor de Vlissingse slavenreizen op een rendement van 6,7 procent. Vergeleken met de winstcijfers van de Middelburgsche Commercie Compagnie is dat een mooi percentage. Over de hele ‘vrijhandelsperiode’ bezien ligt het rendement vrijwel zeker een stuk lager.

In het artikel over de familie Van Doorn komen we in de 19e eeuw uit bij Abraham van Doorn, die in 1805 Der Boede en een jaar later het landgoed Moesbos kocht. Zijn grafheuvel – hij overleed op 31 mei 1814 – is nog altijd op het terrein van Moesbos te vinden. Daarin ligt hij overigens niet meer: na de inundatie van 1944 was de grafheuvel zodanig beschadigd, dat Van Doorn elders op het terrein werd herbegraven. De basis van zijn rijkdom moet wporden gezocht bij zijn voorvaderen, die in voorgaande eeuwen succesvolle plantagehouders waren in Berbice en Essequibo.

Den Spiegel, tijdschrift van de Vereniging Vrienden van het muZEEum en het Gemeentearchief Vlissingen, jaargang 32, nummer 3, juli 2014.

 

Dit bericht is geplaatst in Heemkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.