Mijn vaartijd

vaar2Soms denk je wel eens: had die nou maar eens zijn of haar verhaal opgeschreven. Dan zouden we een prachtig kijkje achter de schermen hebben gekregen. Precies zo’n boek met zo’n verhaal kreeg ik net voor de meivakantie op mijn bureau. Frans Aarts, afkomstig uit Breda, is gepensioneerd en woont nu in Heinkenszand. Hij volgde van 1965 tot 1968 de opleiding voor AM werktuigkundige op de zeevaartschool De Ruyter in Vlissingen. Van 1968 tot 1974 zat hij op de wilde vaart en de tankvaart. Daarna werkte hij bij de PZEM, van 1974 tot 2009. Zijn boek heet Mijn vaartijd, en gaat dus over de jaren 1968-1974. We krijgen een levensecht verhaal uit de buik van het schip.

Aantekeningen heeft hij nooit gemaakt, hij hield geen dagboek bij. Voor dit boek heeft Frans Aarts diep in zijn herinneringen moeten graven. Met succes, ik kan niet anders zeggen. Bovendien beschikt hij ook over een vaardige pen, en weet hij hoe hij citaten in een tekst moet verwerken. Dat is mooi meegenomen voor iemand die het doel heeft om zijn lezers te boeien. Ik vind dat hij in zijn opzet slaagt. Afgezien van nogal wat ongerechtigheden, zoals fouten in de d-t-sfeer, is het geheel goed leesbaar. Voor een uitgave in eigen beheer wil dat wel wat zeggen.

Aarts heeft gevaren bij Erhardt & Dekkers op de ‘Katwijk’ , bij de Nederlandse Norness en Chevron Nederland. Vanaf 1974 werkte hij als werktuigkundige bij de PZEM, op de waterfabriek in Terneuzen en in de kerncentrale van Borssele.

Wat heeft de gewezen zeeman te vertellen? Een boeiend verhaal, dat kan ik u verzekeren. Over hoe hij eigenlijk stuurman had willen worden. Maar een kleurenblinde stuurman, nee, dat was geen optie. Werktuigkundige was zijn tweede keus, daar ging hij dan ook voluit voor. Meteen na de afronding van zijn derde jaar was hij op vakantie bij zijn vriendin in Vlissingen. Een sympathiek gezin, weet hij te vertellen, maar wel nogal op de centen. Zijn vrije tijd was nog maar net begonnen toen er op een dag in alle vroegte werd gebeld. ,,U spreekt met Erhardt en Dekkers, beter bekend als de Wijklijn en hebben ons kantoor in Rotterdam. Wij zoeken nog een werktuigkundige, zou U daar iets voor voelen? Zo ja, dan hebben wij een schip voor U, de ‘Katwijk’. Die komt eind van de week aan in Montreal Canada.” Hop, daar ging Frans. Beetje sneu voor zijn vriendin, maar daar maalde hij niet om. We horen verder ook niet veel meer over haar, en wel veel over zijn ouders in Breda.

Voor iemand die hoofdzakelijk uit zijn geheugen moet putten, weet Frans veel details terug te halen. Ik neem aan dat hij voor de citaten en aankleding van scènes vrij te werk is gegaan. Die aanpak maakt zijn verhaal alleen maar sterker. Zijn vlucht naar Montreal, de oorontsteking, de eerste kennismaking aan boord – het komt allemaal levensecht over.

katwijkOp pagina 34 lezen we hoe hij voor het eerst in zijn echte werkomgeving terecht komt: ,,Terwijl ik hem toch wel wat verbaasd achterna keek, zag ik dat ik naast de stalen deur van de ‘engine room’ stond. Het motorgeluid was duidelijk waarneembaar. Nieuwsgierig naar mijn nieuwe werkterrein deed ik de knevels los en trok de deur open. Het geluid klonk gelijk een stuk harder. Ik stapte de deur door. Het was er erg warm, zelfs erg heet. Ik stapte op een rooster, keek naar beneden en zag een metertje of 10 onder me, de koppen van de hoofdmotor. Het was een 9 meter hoge en 10 meter lange 6 cilinder Sulzer RD 75 met twee turbo’s in de afvoergassenleiding, waar ook een keteltje was ingebouwd. De geurmelange van dieselolie, uitlaatgassen en zware olie drong m’n neus binnen. Een geur die in eerste instantie erg penetrant was, maar die op den duur een heerlijke odeur werd, synoniem aan mijn beroep als scheepswerktuigkundige evenals het machinelawaai dat altijd aanwezig was. Ik daalde de lange stalen trap af met de gladde stalen leuningen waarover je handen makkelijk konden glijden.”

De verhalen over de sfeer aan boord, de ploegendienst, het verplicht koffiezetten – het komt allemaal levensecht over. Wat dat betreft: volgens mij is dit een boek dat zeevarenden in opleiding zouden moeten lezen. Een tip voor de zeevaartschool in Vlissingen, zullen we maar zeggen. Frans leert hoe hij moet douchen: zo warm mogelijk, dan is het onderin het schip niet meteen bloedheet (wat het wel is). Naast de koffietafel hangen zoutpillen, die je niet moet vergeten in te nemen.

We maken een storm mee, op weg naar de Filippijnen. Voor het zover is, eerst dit (pagina 137): ,,Op een stralende dag leek het of de temperatuur aan dek tot ongekende hoogte was opgelopen. In de verblijven was alles normaal wat temperatuur betreft, maar als je aan dek kwam zou je haast levend verbranden. Er was totaal geen verkoeling. Geen zuchtje wind. De rook uit de schoorsteen steeg nagenoeg recht omhoog. We voeren de wind precies dood. Dat wil dus zeggen dat het schip even hard vaart en in dezelfde richting als de wind waait. Een bakoven!”

En over de storm (pagina 138): ,,En stampen dat het schip deed! Paaltjes pikken was een nieuw fenomeen voor mij. Dan leek het wel of het achterschip over de keien bonkte. Met een hels kabaal stuiterde en schokte het hele schip. Je voelde de trillingen door de dekken sidderen. De schroef kwam door dat stampen soms zo dicht onder de oppervlakte, dat de machine op hol dreigde te slaan. Om dat te voorkomen had Bert het toerental al verminderd en deed de toerenregeling goed zijn werk. Toch varieerde het toerental van de machine flink en de turboblowers volgden gierend.” Na de storm moet de schroefasdichting, die flink is gaan lekken, gerepareerd worden op volle zee. Een indrukwekkende klus.

Ik kan me voorstellen dat je dit soort ervaringen nooit meer vergeet. Het leven aan boord, het passagieren in verre landen. Ik ben blij dat Frans Aarts zijn herinneringen met ons wil delen.

F.C.M. Aarts: Mijn vaartijd – Uitgave in eigen beheer, 295 pagina’s, 14,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Mijn vaartijd

  1. Teus Leeuwis schreef:

    Frans,
    wel laat ,maar ik kijk ook niet altijd op de side. En verrek een berichtje van Frans,de kerel die ik ontmoette in Hellevoetsluis.Ook gevaren op de Katwijk. Leuk man.Ik zat daar op als 3e meester in 1975/76.Ben nu ook al 10 jaar thuis ,na 32 jaar bij Esso gewerkt te hebben.Vaar nu als invalmachinist op de Zonnebloem en Prins Willem Alexander.Heb dit ook gedaan op de J Henry Dunant, deze is verkocht.Ben gelukkig nog gezond van lijf en ledenen.Woon intussen in Hardinxveld-Giessendam en heb het model verkocht aan een liefhebber.
    gr Teus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.