Tranen over Mortsel

mortselNet Breskens, was mijn eerste gedachte. Een geallieerd bombardement met desastreuze gevolgen. De Zeeuws-Vlaamse kustplaats was op 11 september 1944 doelwit, om de terugtocht van Duitse troepen te bemoeilijken. Zo’n tweehonderd doden, meest burgers, en een groot deel van het dorp weggevaagd. Mortsel bij Antwerpen was ruim een jaar eerder aan de beurt, op 5 april 1943. Het doelwit was de Erla-fabriek, waar Duitse jachtvliegtuigen werden hersteld. In totaal lieten 83 Amerikaanse bommenwerpers zeshonderd bommen vallen. Vier of vijf troffen de fabriek, de rest viel op de woonwijk Oude-God. De balans: 936 doden en 1342 gewonden; 3424 van de circa 3700 huizen werden beschadigd – 208 volledig vernield, ruim 1000 zwaar tot zeer zwaar beschadigd.

serrienDe cijfers zijn vreselijk en indrukwekkend. Het zwaarst getroffen dorp van België, ik geloof het graag. De jonge Belgische historicus Pieter Serrien (1985) publiceerde in 2008 al zijn boek met verhalen van ooggetuigen. Nu is er onlangs een herziene uitgave verschenen, Tranen over Mortsel. Daarin voegt Serrien (foto) nog eens honderd getuigenissen toe aan de tweehonderd uit zijn eerste boek. Ik noem hem de Vlaamse Kees Slager. Op  de site van de uitgever staat dat hij ,,als historicus gespecialiseerd (is) in mondelinge geschiedenis en vooral geïnteresseerd in verhalen van gewone mensen in extreme situaties.” In zijn voorwoord zegt hij op te treden als een regisseur, die de herinneringen van de ooggetuigen tot een lopend verhaal smeedt.

Het lezen maakt stil. Pagina 40: ,,Frans Peeters werkte in Hal 1. Toen een bom op enkele meters van hem insloeg, geraakte hij geklemd tussen brandende stukken hout: ‘Mijn collega was door dezelfde bom tegen de zijkant van de tafel gesmeten en doormidden gesneden. Het dak was ingestort en de ijzeren liggers waarop het steunde, waren op de arbeiders terechtgekomen. Ik lag met beide benen gevangen onder de verwrongen massa en riep om mijn schoonbroer, die enkele meters verder had gestaan. Er kwam geen reactie. Een eind verder zat een man onder een houten werkbank, ingesloten in een kooi van ijzer. Tot overmaat van ramp vatte de bank vuur en moest ik machteloos toezien hoe de man levend verbrandde. In een uiterste inspanning waarbij ik de pezen van mijn voet definitief beschadigde, kon ik me bevrijden.”

mortselEn over een getroffen bus, pagina 82: ,,Gilbert Verlinden zag hoe de bus getroffen werd: ‘Op enkele meters van het gemeentehuis stonden mensen naar de lucht te kijken. Ik fietste verder. Er stond een autobus met draaiende motor, vol passagiers. Plots kwam er een hels lawaai uit de lucht, juist of de wereld stortte in. Instincrief gooide ik mij plat op de grond met mijn hoofd tussen mijn armen. Enkele minuten later, toen ik na dat hevige lawaai mijn hoofd oprichtte, kwam een tweede lading naar beneden. Nog later, toen het lawaai voorbij was, kon ik bijna niets meer zien door het stof van de ingestorte huizen. (…)’ Theo Broeckhoven: ‘De bus zat vol en brandde volledig uit. Ik heb die mensen horen schreeuwen. Ik heb hen horen roepen om hulp. Alles lag er vol lijken. (…)’ Jef Goossens: ‘De deuren waren dicht. Ik hoorde nog mensen kermen in de bus, maar ik kon er niks aan doen. Dat kermen hoor ik soms nog’.”

Aan de hand van de getuigenissen neemt Serrien de lezer mee door de getroffen stad. Van de Erla-fabriek naar het Gemeenteplein en de Statielei, naar vier scholen, boordevol kinderen – het was maandag. Ook de Gevaertfabriek waar filmmateriaal werd ontwikkeld, kreeg een voltreffer. En steeds verhalen, verhalen, verhalen.

Serrien heeft een monumentaal werk verricht. Daar komt bij dat hij inzichtelijk maakt hoe Duitse jachtvliegtuigen de vlucht van de in Zuid-Engeland opgestegen bommenwerpers verstoorden en bemoeilijkten. De Amerikaanse vliegtuigen werden tot Gent begeleid door Spitfires, ,,daarna waren ze op hun eigen boordschutters aangewezen” (pag. 15). De Spitfires hadden te weinig bereik (brandstof) om helemaal tot Mortsel mee te vliegen. Het was een aanval op klaarlichte dag. Het is aannemelijk dat die kwetsbaarheid de nauwkeurigheid van het bombardement nadelig heeft beïnvloed.

Omdat Mortsel slachtoffer werd van ‘friendly fire’, kreeg het geen oorlogskruis. In Nederland kennen we die onderscheiding voor plaatsen bij mijn weten niet. België wel, pagina 359: ,,Tot 1951 ontvingen de gemeenten die het zwaarst geleden hadden onder de oorlogsterreur een oorlogskruis, maar Mortsel werd vergeten. (…) De zwaarst getroffen plek in België mocht niet herdenken, want ze was door de verkeerde getroffen.”

Ik denk dat Mortsel met het boek een waardig plaatsvervangend monument heeft gekregen. Zo voelt Serrien dat waarschijnlijk ook. Achterin het boek is de lijst met de namen van de slachtoffers een indrukwekkend slotakkoord. Zelf zegt de schrijver daarover: ,,De 936 dodelijke slachtoffers wilde ik een waardige plaats in het boek geven. Daarom sluit een eindeloos lijkende opsomming van hun namen op de laatste pagina’s van Tranen over Mortsel het boek af. De oude bidprentjes die overlevers toen verzamelden om de doden te herdenken, illustreren de 936 namen.”

Pieter Serrien: Tranen over Mortsel. De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België – Uitgeverij Manteau, paperback, geïllustreerd, 416 pagina’s, 24,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Antwerpen, Tweede Wereldoorlog met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.