Reimer

reimerAls een verhaal goed verteld is, neemt het je mee. In de tijd en over de wereld. Dat is precies wat de historische roman Reimer doet. We leven een boek lang in de vroege 17e eeuw. En verhuizen mee, van Koudekerke naar Gouda naar Leiden naar Amsterdam naar de Oost en weer terug. Ik moest er even van bekomen, de landing terug in het heden met – hoe bestaat het! – alle gekrakeel over een koningslied, was best hard. Pagina 128: ,,Reimer had buikpijn. De helft van de bemanning had buikpijn. Mismoedig monsterde hij de lange rij wachtenden voor de hut van de chirurgijn. Na zestig lange dagen op zee waren er niet genoeg medicijnen meer om iedereen van de aarsmaden af te helpen, zodat veel zeelui de hele dag krabbend aan hun kont rondliepen.”

zirkzeeJacqueline Zirkzee (Leiden, 1960) is inmiddels een gevestigde naam. Reimer is haar vierde roman. Ze debuteerde in 2001 met de Griekse tragedie Mykene, in 2004 volgde Het Boek van Tristan en Isolde (een eigenzinnige hervertelling), en in 2008 kwam Het Heksenhuis uit, gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. De schrijfster studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Dat verbloemt ze niet. Achterin Reimer neemt ze een lijst op met geraadpleegde literatuur – over de VOC, over chirurgijns, over pestepidemieën. Ze geeft ook in het kort historische informatie over Jan Pieterszoon Coen en het bloedbad op Banda in 1621 – een gebeurtenis die belangrijk is in haar boek. En ook over de Rozenkruisers, een geheim genootschap dat manifesten verspreidt over een nieuwe wereldorde waarin stelling wordt genomen tegen het dan ontluikende kapitalisme. In haar roman is Hans, de niet erg betrouwbare vriend van Reimer, één van hen.

Het verhaal. Reimer Rijkerszoon Eerhard is de zoon van een apotheker in Koudekerke op Walcheren. Pagina 58: ,,De eerzame burgers van Koudekerke kwamen ’s avonds met kleine groepjes in elkaars huizen bijeen voor Bijbellezingen en woonden iedere zondag twee lange kerkdiensten bij. Hun weekdagen waren gevuld met noeste arbeid die evenzeer een ode was aan God.” Natuurlijk wordt hij geacht in het voetspoor van zijn vader te treden. Maar hij wil verder, hij wil arts worden. In de standenmaatschappij van die tijd valt dat niet mee. Eerst wordt hij in de leer gedaan bij oom Lou in Gouda, een vroegere medeleerling van zijn vader. Als in die stad een pestepidemie uitbreekt die slachtoffers maakt in het apothekersgezin, doet hij zoveel (praktijk)kennis op dat hij als medicijnenstudent wordt toegelaten op de Universiteit van Leiden. Daar is en blijft hij een buitenbeentje, zoals hij dat eigenlijk heel zijn leven zal zijn. Sinds de dramatische gebeurtenissen in Gouda heeft hij een doel: een geneesmiddel tegen de pest ontdekken. Alleen met de ouderejaarsstudent Hans heeft hij een klik, nou ja, zelfs meer dan dat, hij is verliefd op hem. Tot zijn schade. Hans gaat er met de erfenis van Reimers opa vandoor en verkoopt Reimer aan een ronselaar van de VOC. Reiner wordt gedwongen een driejarig contract te tekenen bij de compagnie en komt als ‘hooploper’ – de rang tussen scheepsjongen en bootsgezel – aan boord van de Oostindiëvaarder De Witte Lelie.

Gaandeweg komen we veel te weten over het leven aan boord. Over hygiëne en ziekenzorg, bijvoorbeeld. Pagina 106: ,,De eerste tijd aan boord scheen het Reimer toe alsof hij een soort nachtmerrie beleefde waaruit hij niet wakker kon worden. Zelfs op de gemakken voor de bemanning bij de boeg was er geen mogelijkheid om zich af te zonderen. Ze waren of bezet, of er stond iemand met hoge nood tegen het schot te bonzen. Als hij eenmaal zat, dan bleek dat een grappenmaker de lijn met de dikke kwast van uitgeplozen touw waarmee hij zich schoon wilde maken, had ingekort, zodat de resten van zijn voorganger er niet afgespoeld waren in de golven.” Pagina 135: ,,Aderlaten was met afstand de meest voorkomende behandeling. Normaal gesproken werd dit gevolgd door, of gecombineerd met purgeren en klisteren, maar de schipper van De Witte Lelie had hierover vanwege de stank en overlast zijn veto uitgesproken onder het motto dat er al ‘genoeg gekotst en dunne poep gescheten’ werd aan boord.” Pagina 140: ,,Roken was alleen aan dek toegestaan en de luiken bij de kanonnen stonden open. Toch was de lucht muf, niet alleen van de vele ongewassen lichamen die in de ruimte verbleven, maar vooral door het stinkende kielwater dat onderin de scheepsromp lag te rotten en waarvan de walm volgens de heersende opvattingen een van de voornaamste ziekmakers aan boord vertegenwoordigde.”

coenReimer wordt aan boord ontdekt door de scheepschirurgijn, die hem zijn assistent maakt. Zo dwingt Reimer respect af bij de rest van de bemanning. Een geslaagde blaassteenoperatie draagt verder bij aan zijn goede naam. Zonder te veel over het verdere verhaal te verklappen: de met die operatie vergaarde faam speelt een rol tijdens zijn ontmoeting met gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen (illustratie). Reimer gaat op het foelie- en nootmuskaateiland Banda op zoek naar ingrediënten voor zijn geneesmiddel tegen de pest. Zo is hij getuige van de in opdracht van Coen uitgevoerde moordpartijen.

Jacqueline Zirkzee heeft een boeiende roman geschreven. Ze blijkt zich bijzonder goed op de hoogte te hebben gesteld van het leven aan het begin van de 17e eeuw. Dat is één. Wat ik knap vind, is dat ze die informatie op een geloofwaardige en soepele manier in haar verhaal heeft verwerkt. Als ik al ooit romantische Paddeltje-dromen over het leven aan boord van een VOC-schip heb gehad, dan ben ik die nu kwijt.

Jacqueline Zirkzee: Reimer – Roman, Uitgeverij De Brouwerij Maassluis, paperback, 304 pagina’s, 19,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis, Historische roman, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

0 reacties op Reimer

  1. Mieke Schepens schreef:

    Wat een mooie review !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.