Nehalennia 178

In het laatste nummer van Nehalennia staat ‘zomaar’ een artikel over de kerkklok van het Goereese Ouddorp. Zomaar, dat wil zeggen: er is geen sprake van restauratie of herdenking, nee, Pau Heerschap had kennelijk gewoon zin een stukje aan de klok te wijden. Niks mis mee, integendeel, zo kom je nog eens iets tegen. Je krijgt de geschiedenis van een klok voorgeschoteld, die op zich best fascinerend is. En die, neem ik aan, meteen een idee geeft van het wel en wee van vele andere klokken.

De Middelburgse klokkengieter Johannes Burgerhuys vervaardigt de Ouddorpse klok in 1642: Johannes Burgerhuys me fecit, staat er in de rand.  Johannes is de derde telg in het klokkengietersgeslacht Burgerhuys, zijn opa Jan en vader Michiel gingen hem voor. Johannes is in de provincie een gevestigde naam, hij wordt in de notulen van de Staten van Zeeland ’s lands geschut en klokkengieter genoemd. Behalve voor Ouddorp giet hij ook klokken voor onder andere Yerseke, Biggekerke, Hulst, Aardenburg, Zuidzande, Sint Laurens, Zoutelande, Nisse. Volgens Heerschap functioneren er vandaag de dag nog veertien. Als Johannes in 1679 overlijdt doet zijn weduwe Judith van Bruynich een vergeefse poging het bedrijf voort te zetten.

De Tweede Wereldoorlog is een bewogen periode. Hoewel de Inspectie Kunstbescherming de klok als monumentaal aanmerkt, wordt ze in 1943 gevorderd. Dankzij sabotage wordt het vervoer vertraagd en wordt de klok na de bevrijding in Groningen teruggevonden en weer naar Ouddorp gebracht. Daarmee is het leed niet geleden. Op 4 november 1953 wordt een scheur geconstateerd tussen de twee aanslagpunten van de klepel. Daarop wordt besloten de klok te laten ‘hergieten’ door de firma Eijsbouts in Asten. Dat wil zeggen, dat ook de oorspronkelijke opschriften en versieringen worden aangebracht. Gelukkig, zou je denken. Maar de Rijksdienst voor de Monumentenzorg blijft in een rapport over de klok nogal zuinig: ,,De huidige waarde is na hergieting aanzienlijk minder. Dit is immers de oorspronkelijke klok niet meer. Vanwege het kopiëren van de opschriften en versieringen is dit echter wel een historisch document.” Een klok als historisch document, waarom ook niet?

Het bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap en de Zêêuwse Dialect Verênigieng blijft voor mij door de bank genomen een onderhoudend periodiek. De afdeling met dialectverhalen sla ik meestal over. Meteen bij de eerste zin in het deel ‘Verhalen en gedichten’ – ‘Keesje wier ehbôre op een oefje in ’t laege land van Schouwen’ – haak ik al af. Ik hoor dialect liever dan dat ik het lees.

Maar in de pagina’s die voor de Werkgroep zijn ingeruimd kom ik meer dan genoeg lezenswaardigs tegen. Behalve Heerschap en zijn klok is er ook een artikel van Rinus Willemsen over de Biervlietse dorpsarts Cornelus Gerardus van Altena. Nou denk ik bij de naam Rinus Willemsen altijd aan dialect en Biervliet. Deze keer houdt hij het alleen bij lokale historie. De levensgeschiedenis van dorpsarts en burgemeester Van Altena is zeer lezenswaardig. Rond 1830 komt hij vanuit Vlaanderen in Biervliet terecht. Zelf is hij geboren in Kattendijke, hij is gehuwd met de in de omgeving van Parijs geboren Maria Paulina Vialars. Het is een gemengd huwelijk, voor die tijd heel bijzonder: hij protestant, zij katholiek. Ze laten hun twaalf kinderen, van wie er vier jong sterven, om en om dopen: de één protestant, de andere katholiek. Willemsen heeft oog voor dat soort sprekende details, en maakt daarmee zijn archief- en literatuuronderzoek voor iedereen de moeite waard. Het gezin Van Altena neemt in 1849 de wijk naar Amerika. Zoals zovelen in die tijd, maar dat is bekend. Cleveland, Wisconsin, Milwaukee, in die volgorde – dat zijn de vestigingsplaatsen. Van Altena’s vrouw overlijdt in 1873, hijzelf twee jaar later. Hun zoon Louis komt in 1851 na een voltooide medicijnenstudie naar Amerika en overlijdt in 1914 in Cedar Grove. Diens zoon Louis Abraham wordt ook een gewaardeerd arts. Zodanig, dat ze in Cedar Grove nu een Van Altena Ave hebben.

Ronald Rijkse brengt in deze Nehalennia het tweede deel van zijn serie over de gebroeders Van de Venne in Middelburg. Over schilder en boekillustrator Adriaen, die van circa 1614 tot 1624 in Middelburg actief was. En diens broer Jan, drukker en typograaf. Hun winkel is in die tijd een zinderend cultureel centrum in de Zeeuwse hoofdstad.

Nehalennia, bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen en de Zêêuwse Dialect Verênigieng, aflevering 178, winter 2012 – losse nummers 7,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Heemkunde, Tijdschriften met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.