Lezing: Peter Buwalda in Middelburg (plus interview en recensie)

Peter Buwalda – foto Linda Stulic

Met zijn debuutroman Bonita Avenue in 2010 was Peter Buwalda (1971) in één keer een gevestigde naam. Hij werd genomineerd voor vrijwel alle literatuurprijzen en won de Academica Debutantenprijs, de Tzumprijs en de Selexyz Debuutprijs. Afgelopen dinsdag verscheen Buwalda’s tweede roman: Otmars zonen. Daarin vertelt hij het verhaal van de jonge Shell-employé Ludwig Smit, die met zijn hem onbekende vader Johan Tromp op het Siberische eiland Sakhalin verzeild raakt. Tromps carrière begint te wankelen als onderzoeksjournaliste Isabelle Orthel op het toneel verschijnt.

Peter Buwalda komt naar Middelburg voor de PZC/Drvkkery-lezing op dinsdag 26 maart. Vanaf 16.00 uur gaat hij in boekhandel de Drvkkery in gesprek met PZC-journalist Ernst Jan Rozendaal. Lezers van de PZC kunnen gebruikmaken van een kortingsactie bij online aankoop van een kaartje. Het ticket kost dan €3,50 in plaats van €7,50. Online te bestellen via drukkerijmiddelburg.nl, de kortingscode is ‘pzcbuwalda’ (maximaal twee kaarten per persoon).

Diezelfde dag signeert Buwalda vanaf 13.45 uur in boekhandel Het Paard van Troje in Goes.

*******************************

Interview PZC Magazine zaterdag 9 maart 2019:

‘Ik heb één taak: zorgen dat iemand mijn boek wil uitlezen’

Een tweede boek moet verschijnen binnen de tijd dat The Beatles hebben bestaan, vindt Peter Buwalda. Het is gelukt. Acht jaar na Bonita Avenue ligt Otmars zonen er.

door Julia Maria Keers

Peter Buwalda put zich uit in excuses. ,,Ik kan je geen koffie aanbieden want de koffie is op, de koffie is echt op, de koffie is letterlijk op.” Hij trommelt met zijn vingers onder de tafel, klooit wat met de drukproef van zijn nieuwe roman en staat op om bij het kookeiland te rommelen. Hij doet alles met een wonderlijk air, dat hem allesbehalve de uitstraling geeft van een opgeblazen of gewichtig schrijver. Nieuwsgierig bekijkt hij de iPhone van de interviewer. ,,Het is net een iPod.”

Acht jaar na Bonita Avenue is daar eindelijk uw tweede roman. Wat bracht u op het idee voor Otmars zonen?
,,Het verhaal van Michaël Zeeman, de literair criticus die tien jaar geleden overleed. Hij raakte gebrouilleerd met zijn ouders toen hij jong was. Op een gegeven moment zagen zijn ouders hem op televisie in zijn programma Zeeman met boeken. Daar was ineens hun kind terug, na jaren dat ze geen contact hadden. Ook liet ik me inspireren door de Nederlandse manager van Elvis Presley, Dries van Kuijk. Hij kreeg ruzie met zijn ouders en verhuisde na de oorlog naar Amerika. In 1960 staat hij voorop de Panorama. Op de cover zie je Elvis uit de trein stappen, daarachter zien zijn ouders een wat oudere man. In hem herkennen ze hun Dries, die op zijn 17de uit hun leven was verdwenen. Op een dag onverwachts je vader of moeder terugzien was het uitgangspunt voor dit boek.”

Het boek had vorig jaar september al moeten verschijnen.
,,Ik had mijn uitgever een datum gegeven waarop het eerste deel af zou zijn. Het wordt een trilogie en ik was intussen al druk met deel twee. Deel één had ik een poosje niet meer bekeken. Toen ik het oppakte, viel het nogal tegen. In mijn herinnering had ik een te rooskleurig beeld van Otmars zonen. Om het op peil te krijgen, had ik meer tijd nodig.”

Otmars zonen gaat over familiebanden en samengestelde families. Wat maakt families zo interessant om te onderzoeken?
,,Ik denk dat er veel opgelegde normen en clichés over familiebanden bestaan, en familie te serieus wordt genomen. Omdat je toevallig uit dezelfde genenpoel komt, zou je veel met elkaar te maken moeten hebben en contact nastreven – ik vraag me af of dat een gegeven is, of meer een idee.”

Heeft u voor de familiedynamiek geput uit uw eigen leven?
,,Mijn ouders zijn gescheiden, waardoor vroeg in mijn leven een nieuw gezin ontstond. Ik merkte snel dat die banden los bleken te staan van de bloedbanden. Wel of niet aan elkaar verwant: er zat gevoelsmatig geen verschil tussen mijn moeder en stiefvader. Het voelde allebei even echt. Mensen vonden dat ik op mijn stiefvader leek. En dat mijn stiefbroer en mijn biologische broer erg op elkaar leken. Voor anderen waren wij één geheel. Familiegevoel heeft meer te maken met gedrag dan met genen. Dat idee vind je terug in mijn boek.”

U beschrijft het spanningsveld dat de prestatiemaatschappij binnen een gezin teweegbrengt.
,,Hoofdpersoon Ludwig komt bij toeval steeds terecht in zo’n prestatiegerichte omgeving. Buiten zijn wil om komt hij telkens onder druk te staan. En hij trekt het zich aan. Dat herken ik niet van mezelf, maar ik denk wel dat het vaak gebeurt. Ik denk dat burn-outs ontstaan doordat mensen zichzelf vaak in een ratrace manoeuvreren, al dan niet bewust. Het is moeilijk daar uit te stappen.
Ik had een zwager die ervoor koos daar niet aan mee te doen. Zijn vrouw, mijn schoonzus, verdiende het geld en hij was een gelukkige huisman. Ik vond het bewonderenswaardig dat hij het niet nodig had zijn persoonlijkheid op te tuigen met prestaties. Als ik mijn egien prestaties zou wegstrepen, ben ik benieuwd wat er van me zou overblijven.”

U weet onderlinge relaties minutieus vast te leggen. Hoe doet u dat als u altijd binnen zit?
,,Mijn vriendin Jet is tijdens het schrijven een levensdraad naar de werkelijkheid geweest. Het klopt: hoe langer je opgesloten zit te werken, hoe minder feeling je houdt met wat mensen werkelijk doen. Ik put veel uit de tijd van voor ik schrijver was. Ik heb een sterk geheugen voor menselijke dynamiek. En ik ben blij dat er een periode aankomt waarin ik terug de wereld in ga. Dat geeft de zuurstof die nodig is.”

U zei ooit dat het fijn is als je je geld kunt verdienen met kunst maken. Wat vindt u ervan dat dat is gelukt?
,,Het bevalt me wel. Geen baas hebben en geen wekker hoeven zetten vind ik fijn. Maar schrijven is niet het walhalla. Ik heb me ermee verzoend dat werk niet per se leuk is. Als het alleen maar leuk is, is het ook niks waard. Het is leuk dat ik dit kan doen, maar het is niet altijd leuk. Nou, dit wordt een leuke, interessante alinea.”

In een eerder interview zei u dat een boek de tijd van de lezer waard moet zijn.
,,Je zadelt iemand op met iets dat verzonnen is en zich tussen de kaft moet waarmaken. Daarvoor moet je zo goed mogelijk je best doen, lijkt me. Ik heb maar één taak en dat is zorgen dat iemand mijn boek wil uitlezen. Als je een biografie of reportage schrijft van iets dat is voorgevallen, dan rechtvaardigt in elk geval de werkelijkheid die tekst. Dat is bij een roman niet zo. Het kost veel tijd om een boek te lezen. Ik hoop dat uitgevers daarover nadenken, al staat het soms op gespannen voet met commerciële belangen.”

Wat maakt schrijven voor u zo mooi, ondanks het geploeter?
,,Mooi zou ik het niet willen noemen – schrijven is soms sáái. Dat ik niet naar mijn werk hoef, blijft het allermooist.”

U heeft een indrukwekkend boek geschreven zodat u niet naar een kantoor hoeft.
,,Nee, dat is flauwekul. Al is het wel waar. Wat als resultaat op tafel ligt is een optelsom van prozaïsch saai, zuur werk. Het grappige is dat deze optelsom interessant kan zijn voor een ander en dat maakt het leuk. Neem De Avonden van Gerard Reve; een klassieker, maar het verhaal gaat nergens heen. Toch is het is fijn om te lezen, en dat ik heb ik mezelf ook als criterium gegeven. Ik wilde personages scheppen van wie je het idee hebt dat je hun leven kent. Wat in een film niet kan, wil ik in een roman wel doen: een gedachtewereld beschrijven, de tijd stilzetten. Dat is de kracht van literatuur.”

******************

Recensie: Peter Buwalda, roman, Otmars zonen ****

Verknipte families

Hoe schrijf je een bestseller? Peter Buwalda, die doorbrak met zijn debuut Bonita Avenue (2010), toont in Otmars zonen (De Bezige Bij, €25) opnieuw dat hij goed over die vraag heeft nagedacht. Niet alleen bevat ook dit boek spanning, seks en sensatie, James Bondachtige decors en een compacte stijl die de lezer bij de les houdt, het knipoogt ook naar successen als Vijftig tinten grijs.

We springen van het verhaal van de aantrekkelijke maar seksueel tekortschietende Dolf, opgevoed door zijn moeder, getiranniseerd door zijn zigeunerschoolvriendje en gered door zijn stiefvader Otmar, naar de avonturen van Isabelle, een Thais adoptiekind dat zich ontwikkelt tot een gehaaid journalist. Na een gedeeld studentenbestaan kruisen hun levens opnieuw in een sneeuwstorm op het Russische eiland Sakhalin, waar ze een hotelbed en oordoppen delen. Beiden zijn op zoek naar de charmante en corrupte Shell-baas Johan Tromp, een sleutelfiguur in hun bestaan.

Buwalda heeft geen positief mensbeeld. Hij zet zijn personages smakelijk en kluchtig neer in al hun miezerigheid, rancune, jaloezie, ijdelheid, hypocrisie, wraakzucht, machtswellust en seksverslaving. Alleen tussen ouders en (stief)kinderen is er soms onverdachte tederheid. Dus willen we, na dit eerste deel van de trilogie die ons wordt beloofd, toch graag weten hoe het verder gaat met Otmars zonen en hun medespelers.

PZC Magazine zaterdag 9 maart 2019

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.