Zeeuwse schrijvers (219): Henry Havard (2)

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 218: Henry Havard.

Havard schreef een fascinerend reisboek over Nederland, waarin hij Zeeland een zéér ruime plaats toebedeelt. Een beetje vanwege de kwantiteit, maar vooral vanwege de kwaliteit verdient hij onze bewondering.

**********************************

Te voet door Zeeland
Henry Havard (deel 2 en slot)

door Mario Molegraaf

Zo worden ze niet meer gemaakt, uitgaven als ‘La Hollande à vol d’oiseau’ (‘Holland in vogelvlucht’, 1881) van Henry Havard. Het boek weegt een kilo of wat, fraai gebonden, goud op snee, geïllustreerd met onder meer échte etsen van Maxime Lalanne. Op de plaatjes bekende taferelen, zoals heel wat Zeeuwse stadsgezichten.

Havard, auteur van het eerder op deze plaats besproken ‘La Hollande Pittoresque’, keert terug. Dat beweren de uitgevers van het nieuwe werk tenminste (ik zie hier en daar herhaling). Ze beloven voorts minder wetenschap en meer schilderachtigheid, levendigheid, vaart. Niets te veel gezegd, Havard schreef een fascinerend reisboek over Nederland, waarin hij Zeeland een zéér ruime plaats toebedeelt. Een beetje vanwege de kwantiteit, maar vooral vanwege de kwaliteit verdient hij onze bewondering.

De ideale reisgids, en daarom volgen we hem graag. We gaan Zeeland in per trein, de bijzonderste lijn ter wereld naar zijn zeggen. Je waant je namelijk ‘en plein Océan’, midden op de oceaan, alsof je niet in een trein zit maar op een boot. Tenslotte, zestig bladzijden later, wordt Zeeland verlaten per schip. Op een majestueuze ‘steamer’ varen we richting Antwerpen. Tussendoor wordt er volop gewandeld, iets heerlijkers kan de auteur zich niet voorstellen, want ‘la Zélande’ vormt één reusachtige tuin.

We staan ongeveer in aanbidding voor de zeedijk bij Westkapelle (‘émotion vive et forte’) en varen door het Kanaal door Walcheren (‘een meesterwerk van de ingenieurs’). Maar vooral is daar het stedenschoon, de ‘Lange Jan’ mét de geur van poffertjes, want het is kermis te Middelburg, de ideale tijd voor een bezoek. De kerk in Goes – eindelijk eens iemand die het ook ziet – ‘hoort tot de mooiste religieuze gebouwen’ in de Lage Landen. In Veere kun je leren hoe steden worden geboren, leven én sterven. Te Vlissingen bezichtigt hij de fraai uitgeruste maar verlaten haven: ‘Niets treurigers dan kijken naar de enorme ongebruikte sluizen, de dokken zonder waren’.

Mij lijkt, en hopelijk ‘steelt’ men dit idee, in Henry Havards Zeeuwse reisproza een prachtig geschenk te zitten voor een komende Zeeuwse boekenweek. Het hoeft niet goud op snee.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.