Cliffrock Castle

Downton Abbey in het echt

Hoe word je als Nederlandse vrouw huishoudster op een Schots kasteel in dienst van Britse adel? Josephine Rombouts deed het en schreef er het pas verschenen boek ‘Cliffrock Castle’ over.

door Jan van Damme

Ze kocht een plumeau, precies zo één als in het titelfilmpje van Downton Abbey, speciaal om de kandelaars van de kroonluchters van stof te ontdoen. Ze hanteerde een meetlat om het zilveren bestek op de millimeter nauwkeurig op het damasten tafellaken te leggen. En ze schrobde de vloeren van het kasteel, op haar knieën. Josephine Rombouts was vijf jaar lang huishoudster – housekeeper – in een oorspronkelijk middeleeuws kasteel aan de westkust van Schotland. Vorig jaar zomer keerde ze met haar gezin terug naar Nederland. Naar Vlissingen, om precies te zijn.

Josephine Rombouts – foto Ruben Oreel

Josephine Rombouts is een schrijversnaam, haar echte naam houdt ze voor zichzelf. Haar geboortejaar 1971 is wel echt, geboorteplaats Den Haag ook. Ze studeerde Nederlands en kunstgeschiedenis in Leiden. Ze trouwde met een muzikant/componist, ze kregen twee zoontjes, Wolf en Raaf – ook niet hun echte namen. Toen die 6 en 9 jaar waren, hadden ze het gevoel: als we nu niet voor een buitenlands avontuur kiezen, doen we het nooit meer. Het werd Schotland. Haar man – in het boek heet hij Tjibbe – kreeg werk op het conservatorium in Glasgow. Zij moest er een baantje bij zoeken om de huishoudelijke financiën gezond te houden. Zo kwam ze op het kasteel terecht, in dienst van een Britse adellijke familie die er alleen in de zomermaanden en met kerst was.

Waarom ging u naar Schotland?
,,Dat is een heel verhaal, dat ik in deel 3 wil vertellen. Het boek dat er nu ligt is deel 1 en gaat over mijn twee eerste jaren in Schotland. Deel 2 verschijnt hopelijk in juni, daarin vertel ik hoe ik steeds verantwoordelijker werk krijg en projectmanager word op het kasteel. Uiteindelijk heb ik een grootscheepse verbouwing geleid. Dus het waarom, in het kort: we wilden onze kinderen een buitenlandse ervaring geven, we kenden en waardeerden Schotland van vakanties. De regio waar we terecht kwamen was half zo groot als de provincie Utrecht, met zeventig inwoners. Een Nederlandse vrouw had er een boerderij en wandelhotel, daar konden we werken. Alles veranderde toen zij plotseling aan een hartaanval overleed. Ik moest een andere baan zoeken.”

U bent academisch geschoold. Huishoudster op een kasteel ligt dan niet voor de hand.
,,Via via hoorde ik – zo gaat dat in een kleine gemeenschap – dat de kasteelvrouw een huishoudster zocht. Het was wel een deukje in mijn ego. Alles op het kasteel is ingericht om je te laten voelen dat je minder bent. Je komt binnen via de zijdeur. Als er iemand van de familie op de trap loopt, wacht je tot die uit het zicht is verdwenen. Aan de andere kant: de kasteelbewoners behandelden me met zo veel elegantie dat ik plezier kreeg in het toneelstuk. Ik besloot het spel zo mooi mogelijk mee te spelen. En stofte de kroonluchters, schrobde de vloeren zoals dat in ‘The Butler’s Guide’ beschreven stond, hanteerde de meetlat bij het neerleggen van het bestek, stond op als er iemand van de familie in de keuken kwam.”

U maakte carrière, werd hoofd van de huishoudelijke dienst en uiteindelijk ‘personal assistence’ van de kasteelvrouw. Waarom bent u teruggekomen?
,,Voor de kinderen. De kasteelvrouw had daar alle begrip voor. Hun vriendjes gingen naar een ‘private school’. Dat wilden we niet. En de Brexit. Het angstbeeld was dat we straks opgesloten zouden zitten op dat Schotse schiereiland en gedwongen Brits staatsburger zouden moeten worden. Ik kende Zeeland uit mijn jeugd. Elke zomer huurden we een knechtenhuisje bij Oostkapelle. Boven de bomen zag ik de torens van kasteel Westhove. Daar is de Schotse kasteeldroom vast begonnen.”

Heeft Schotland en het werk op het kasteel u veranderd?
,,Ik ben zelfbewuster geworden. ‘Wees op je vierkante meter een vorst’ – de regel uit het lied ‘Mensch, durf te leven!’, die heb ik me eigen gemaakt. Hoe diep je ook moet buigen, het is je eigen keuze om het spel mee te spelen. Dat je de ander de hele trap laat hoeft niets te doen met je zelfrespect. Schotland heeft me wel vrolijker gemaakt. Ik heb heimwee naar het land, naar de manier van leven, naar de spectaculair prachtige omgeving. Maar we wilden weer deelnemen aan het gewone leven. Dat kan in Vlissingen, waar we weer dichtbij de zee zijn. Hoewel ik wel steeds tegen mannen op bots. Zo galant als in Engeland zijn ze hier niet.”

Weet uw werkgeefster op het kasteel dat u een boek hebt geschreven over uw leven daar?
,,Nee. Dat is nog wel een punt. Ik zal het haar moeten vertellen. Het schrijven is begonnen als een soort dagboek. Toen het een boek werd dacht ik dat het voor familie en vrienden zou zijn. In de eerste drie maanden zijn er nu tienduizend exemplaren verkocht. Er wordt inmiddels al aan een verfilming gedacht. Ik zal de kasteelvrouw vertellen hoe het is gegaan. En dat het boek over mijn leven gaat, over Schotland.”

Josephine Rombouts: Cliffrock Castle. Werken op een kasteel in Schotland – Uitgeverij Querido, 352 pagina’s, 20,99 euro.

********************

Lezen of niet lezen?

Geen twijfel: ik weet zeker dat (vrijwel) iedereen heel veel plezier aan dit boek kan beleven. Omdat het veel menselijks raakt. Uiteraard is de relatie tussen een werkgever en een werknemer invoelbaar. In deze Engels-Schotse setting krijgt die een typische lading, zeg maar een klassenverschil. De schrijfster weet die interactie heel mooi in beeld te brengen. Je ervaart hoe zij als Hollandse al gauw als bot wordt ervaren. En je verbaast je over de andere eilanders, zoals de rentmeester, die kennelijk in hun schulp kruipen als ze met de adellijke familie in contact komen. Er is ook de bij iedereen ingebakken ‘politeness’. De Hollandse huishoudster slaat het geamuseerd gade en noemt de wijze waarop iedereen op het kasteel in de plooi blijft ‘topsport’ (pagina 231). En op pagina 125: ,,Dun ijs, zo voelde het, al die beleefdheid.” Traditie, beleefdheid, in zo’n omgeving word je niet geacht met je auto over het gazon te rijden – zelfs niet per ongeluk en met maar twee wielen (pag. 288).

Wat me ook bijzonder aansprak is de wijze waarop de hoofdpersoon besluit ‘ervoor te gaan’. Als academica kun je mokken en altijd wat wrokkigs houden omdat je in een onderdanige, afhankelijke positie werkt. Ze laat heel mooi uitkomen dat het een eigen keuze is en dat ze binnen daarbinnen vrijheid ervaart. Zo kun je plezier beleven aan het poetsen van zilver. En aan de reactie van de kasteelvrouw die als ze haar lang verwaarloosde tafelzilver ziet blinken, haar vriendinnen roept en zegt ‘envy me’. Het kasteel zit vol met min of meer verborgen kasten. Die leveren een avontuurlijk gevoel op (pagina 99): ,,Iedere keer dat ik zo’n verborgen kast opentrok, voelde ik het even tintelen in mijn vingertoppen.”

Ik genoot van de beschrijvingen van het kasteel. Zoals op pagina 193: ,,Nee, als je in een kasteel woont doe je dat duidelijk niet voor het gerief of om het behaaglijk te hebben. Alles is een onzinnig eind lopen, de kamers zijn óf veel te groot óf onhandig klein, over iedere onregelmatige trap kun je je nek breken, de hemelbedden hebben honderd jaar oude matrassen en ieder moment kan er een pijp springen of een boiler het begeven. En: het tocht.”

Heerlijk ook om te lezen hoe de kasteelheer er niet van gediend is dat een ouderwetse, nauwelijks meer verkrijgbare tl-buis wordt vervangen door een ledlamp. En oh ja, als er gekookt wordt ruik je dat in het hele gebouw, want de kasteelvrouw is niet gecharmeerd van afzuigkappen. Pagina 157: ,,Het (kasteel) voelde meer als een museum, maar dan met bewoners.” Een museum, dat is het met alle schilderijen en andere pronkstukken. De housekeeper krijgt het gevoel dat de bewoners proberen ‘de folder’ na te leven met de aanschaf van veel aankleding. Pagina 159: ,,De schellen vielen mij van de ogen, ik was doordrongen van de leegheid van bezit (…).”

De Schots-Engelse verhouding komt ruim aan bod. De Schotten voelen zich de ‘underdog’, willen het liefst onafhankelijk worden van Engeland. Er komt een aanhanger van de Scottish National Party aan het woord over de Engelse overheersing, de vele manieren waarop Schotland onderhorig is gemaakt. Ik moest aan Zeeuws-Vlaanderen denken – maar dat is mijn afwijking.

En dan is er natuurlijk de ruigte, het onbarmhartige weer. Zelf ben ik nog nooit in Schotland geweest. Na lezing van dit boek is mijn zin niet groter geworden. Pagina 288: ,,In Schotland regent het. Dat líjkt een detail, maar is het toch niet helemaal. Geen opwaaiende zomerjurkjes of wat flaneren langs het meer. Geen zwoele zomeravonden op het terras. Het regent, het stormt, of beide. En als het dat niet doet zijn er de midges.”

Het zal duidelijk zijn: ik zie uit naar de volgende boeken van mevrouw Josephine Rombouts en ben zeer tevreden dat ze in Vlissingen is neergestreken.

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.