Peter Meininger, de man van de Flora Zeelandica

Peter Meininger – foto Lex de Meester

Tussen Zeeuwse planten en vogels

Peter Meininger kreeg vorig jaar hulde voor zijn werk aan de Flora Zeelandica. Dat succes krijgt een gevleugeld vervolg in de Avifauna Zeelandica. In gesprek met een natuurman.

door Jan van Damme

Net voor de zomer van vorig jaar kon Peter Meininger het folie van zijn ‘Flora Zeelandica’ afpellen. Een monumentaal werk waarin alle planten staan beschreven die ooit in Zeeland groeiden en nog steeds groeien. Hij schreef ‘de bulk’ van de artikelen en was eindredacteur.Hij is niet zo van officiële presentaties. Maar deze keer kon hij er niet omheen. Een volle zaal genodigden in de Middelburgse abdij, een strak programma met als klap op de vuurpijl een toespraak, jawel, van hemzelf. ,,Ik was nog niet klaar toen er een man binnenkwam. Goh, wie is dat ook weer, oh ja onze Commissaris van de Koningin, hij is kennelijk te vroeg voor het volgende overleg. Dat dacht ik. Tot het moment dat ik de Goessche Diep Fondsprijs kreeg overhandigd. Noem het een oeuvreprijs voor mijn bijdrage aan de kennis van de natuur in Zeeland. Ik was blij, vond het een eer. En ik kon er een e-bike mee aanschaffen.”

Dat was nog niet het slot van 2018. In het najaar was Peter Meininger met zijn Flora – waarvan nu de tweede druk beschikbaar is – genomineerd voor de Zeeuwse Boekenprijs. Weer stond hij in de schijnwerpers voor een volle zaal. Hij won net niet, de eer ging naar Franca Treur. Op zijn werkkamer in Vlissingen heeft hij de oorkonde staan die hij toen kreeg uitgereikt voor de ‘Beste wetenschappelijke uitgave’. Als we bijna afscheid hebben genomen herinnert hij zich nog net: ,,Ik was in 2018 ook vrijwilliger van het jaar van Floron, de organisatie voor het onderzoek naar wilde planten in Nederland. Naar de prijsuitreiking ben ik niet geweest. Ik sta niet zo graag in de belangstelling. Noem het verlegenheid, bescheidenheid.”

We zitten aan tafel met een natuurman. Hij woont in Vlissingen. De vogeltelpost op de Nolledijk is aan het eind van zijn straat te vinden. ,,In het najaar een toplocatie voor zang- en roofvogels”, zegt hij.  Dat hij zich zo’n 25 jaar geleden met zijn vrouw Greetje Boerma – geboren Vlissingse uit Groningse ouders – in de Scheldestad vestigde, heeft zeker met die telpost te maken. Hij heeft zicht op zijn achtertuin. Twee heggenmussen en drie koolmezen achterin, hij meldt het tussen neus en lippen terwijl we het nog even over de e-bike hebben.

,,Die fiets is welkom. Vroeger sjouwde ik voor mijn werk veel op slikken en platen. Nu heb ik meer een zittend ambtenarenbestaan. We gaan geen gewicht noemen. Maar afvallen, dat is bij mij wel nodig. Sinds 1 oktober volg ik het Pioppi-dieet. Dat is genoemd naar een plaatsje in Italië waar de mensen heel oud worden omdat ze gezond eten. Geen pasta en brood, wel fruit en groente. Ook eieren, minimaal tien per week. En een glas rode wijn per dag. Bij mij is dat dan wel een Duvelglas, er zijn grenzen. Ik ben nu ruim tien kilo afgevallen.”

U staat nu in Zeeland op de kaart als de man van de Flora Zeelandica. Waar komt die natuurlijke inslag vandaan?

,In Leidschendam, waar ik in 1956 geboren ben, woonden we aan de rand tegen de polder aan. Mijn ouders hadden niks met natuur. Ik wel, slootje springen, nesten zoeken, vanaf mijn tiende jaar was ik geïnteresseerd en verzamelde planten, schelpen, vlinders, vleugels, poten en schedels. Zo ging ik serieus vogels kijken. Toen ik een jaar of veertien was ben ik mijn waarnemingen op gaan schrijven. We woonden in de buurt van Vlietland, een opgespoten gebied. Mijn eerste getypte verslagjes heb ik laten inbinden, ze staan hier in de boekenkast: ‘Vlietland rapport 1970-1971’. Na de havo ging ik naar de Rijkshogeschool voor Tuin- en Landschapsinrichting in Boskoop. Daar ben ik na twee jaar gestopt omdat ik een drie voor economie had. Ik was net twintig en vond werk, ik kon broedvogels gaan inventariseren voor de Provincie Zuid-Holland.”

Hoe kwam u in Zeeland terecht?

,,Een kennis uit Voorburg werd als vogelteller aangenomen bij de toenmalige Deltadienst in ‘s-Heer Arendskerke. Henk Saeijs had daar de leiding. Ik had al open sollicitatiebrieven geschreven naar Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat. Opeens kwam er een telefoontje. Of ik een baantje wilde in Zeeland, assistent van de vogelteller. Van lieverlee maakte ik een beetje carrière, door zelfstudie zit ik nu op HBO-niveau.”

Officieel bent u adviseur ecologie bij Rijkswaterstaat Zee en Delta. Dat houdt in…

,,Dat ik betrokken ben bij alle projecten waar natuur om de hoek komt kijken. Groenbeheer van bermen en sluiscomplexen, plaatsing van windmolens, baggeren en storten van slib, renovatie van bruggen. Als dienst houden we uiteraard rekening met beschermde vogels en vleermuizen. Toen er voor de bouw van de nieuwe sluis bij Terneuzen een stuk landbouwperceel als opslagterrein moest worden ingericht, hebben we eerst onderzoek laten doen naar het mogelijk voorkomen van de zwaar beschermde veldspitsmuis. Dat onderzoek kost vrij veel geld. Maar als het werk moet worden stilgelegd omdat er zo’n muis opduikt, loopt de schade al gauw in de tonnen of zelfs in de miljoenen. Gelukkig zaten ze er niet!”

Hoe bent u op de Flora Zeelandica gekomen?

,,Lange tijd zag ik alleen vogels, vogels en nog eens vogels. Toen in 2005 de site ‘waarneming.nl’ in de lucht kwam, begon ik daar waarnemingen van libellen in te voeren. En dagvlinders. En later de planten waar ze op zaten. Zo raakte ik gefascineerd door andere diergroepen én door planten. Daar kwam bij dat ik iets zocht om me op te storten. Onze zoon Tim overleed in oktober 2014 aan een hersentumor na een lijdensweg van tien maanden, net 23 jaar oud. Een jaar daarna mijn jongere broer, ook een hersentumor. Dat waren een paar tikken. Die periode heeft vriendschappen opgeleverd en verdiept. Mijn vrouw en ik hebben veel steun aan elkaar gehad, onze relatie is er beter door geworden. De Flora Zeelandica heeft me enigszins over het verlies heen geholpen. Niet dat ik nu voortdurend vrolijk en fluitend door het leven ga. Maar zo gemiddeld gaat het wel goed. We zijn met een team van 35 medewerkers begonnen aan de Avifauna Zeelandica, weer zo’n dik boek met alle vogels die hier ooit in het wild zijn aangetroffen.”

PZC zaterdag 2 februari 2019

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.