Vers op Zondag 158: Yvon Né

Natuurlijk gaan we gewoon door met Vers op Zondag. Wie wil het zondagse moment nog missen? We zijn toe aan de zesde serie, met dertig dichters. Vandaag aflevering 158: Yvon Né.

*******************************

de sprong

De bioloog plakt voelers op mijn rug
Notenschrift van lampjes op een scherm

De evolutie, zegt hij, liet de apen
hun lenigheid houden, en ons niet

Als cavia’s gilden in donkere
oertijd nog de geesten van doden

Al te licht, zegt de bioloog, brengen
drukke kinderen hun kleine huisdieren om

Op de werkvloer keurt hij dus
elk stoeien en keten af

Eerder zag ik buiten roze musjes liggen
en zwarte vogels om ze vechten

Iemand van de beeldbewerking knipt
intussen vlug mijn uitschieters weg

Het ligt niet aan de lens of sluitertijd
dat we ons in intervallen ongevoelig tonen

In mijn hoofd loop ik juist over een brug
als de bioloog me toeroept: nú!

Ik breek mijn benen nog, denk ik,
op die verroeste fietsen onder water

Ik had god en de wereld lief.
Toen sprong mijn klittenband los.
Ik breidde de armen uit om al

© Y. Né, januari 2019

illustratie Yvon Né: De tekening is met potlood getekend en heeft het formaat (zonder lijst) van 64×38,5cm.

Dit bericht is geplaatst in Zeeuwse Poëzie met de tags . Bookmark de permalink.

9 reacties op Vers op Zondag 158: Yvon Né

  1. Dit vers bevalt me bijzonder!

  2. Johanna Kruit schreef:

    Een geweldig gedicht Yvon met een inhoud om lang over na te denken.
    De tekening erbij vind ik ook goed en indringend , dank voor het lezen en kijken.

  3. melis van den hoek schreef:

    Een veel betekenend persoon, die bioloog; die plakt en spreekt en keurt af en roept.
    Gelukkig beeldt de dichter zich maar in dat ze over een brug loopt.
    Waarom hij – nú – roept? Gaat de evolutie tot èn in de dood?
    Zijn er onvolkomenheden geconstateerd in de grote ontwikkeling door de bioloog?
    De mens kan nog steeds niet alles verklaren in het cyclisch gebeuren. Zeker niet ons ingewikkeld brein met datzelfde brein.

    Dit gedicht roept veel vragen bij me op. Kan ik de gedachtesprongen van de schrijver wel volgen of duiden?
    We tonen ons in intervallen ongevoelig. Soms wel, soms niet het gevoel uitschakelen.
    Doen we dat uit zelfbehoud of om sommige angsten te overwinnen?
    Ongevoelige voelers. De dood voor ogen hebben. Even dacht ik: Is God de bioloog?
    De voedselketen, uitgebeeld in roze en zwart. Pas geboren brood voor de dood?
    Voel ik ook het hechten en loslaten in woorden, het onophoudelijke voorbijgaan.
    Waarom werden de voelers niet door een psycholoog op je rug geplakt?
    Dan begreep ik het gedicht misschien beter.

    • Yvon Né schreef:

      Allemaal heel goede vragen, Melis! Maar als je de gewenste definitieve antwoorden vindt, dan ben je klaar, kan het gedicht wel weg. Begrijpen heeft vaak iets gewelddadigs. Een gedicht is geen puzzel, geen lineair verhaal, geen test en houdt niets achter. En de dichter is – zo mag ik hopen – geen belabberde bereider. Met vragen stellen is helemaal niks mis, ze houden het geheel intact en maken dat ogen/oren/hart openstaan als je erdoorheen beweegt. Om iets te proeven dat je misschien niet eerder proefde. Dat is alles en best iets.

  4. Roland Reuter schreef:

    Zondag?

  5. Karin van de looij schreef:

    Lieve Yvon,
    Prachtig maar ook moeilijk en lastig gedicht. Ik moest het 3 keer lezen en toen landde het al snap ik nog niet alles, maar dat hoeft ook niet.
    Gelukkig is mijn klittenband al heeeeeel lang geleden losgeschoten of eigenlijk losgetrokken, wat een bevrijding

  6. Yvon Né schreef:

    Dank je, lieve Karin. Zie het als een spel. Ook lezen is spelen. Rond elk woord is een veld van betekenis, en tussen de velden leegte… Lekker spul, klittenband…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.