Zeeuwse schrijvers (212): Guus Vleugel

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 212: Guus Vleugel.

Een van de hoogtepunten in zijn oeuvre is de roman ‘Een valse nicht’ (1985), over ‘een Amsterdamse homoseksueel van tweeënvijftig’, afgeschilderd als ‘groot liefhebber van Proust en ruige seks’.

**************************

De waarheid is niet welkom
Guus Vleugel

door Mario Molegraaf

Een schoonzuster riep op de begrafenis van de vader van Guus Vleugel: ,,Ja, van jou heeft ‘ie toch ook heel veel verdriet gehad!” Die vader was een bekende figuur in Goes geweest, bakker en ouderling, en verwekker van tien kinderen. De jongste, geboren op 29 april 1932, was Guus, die over bijzondere talenten bleek te beschikken. Al toen hij op het gymnasium in Middelburg zat, was hij literair actief. Later ging hij Frans studeren, eerst in Utrecht, later in Amsterdam, de stad die alles bood wat hij zocht.

En wat was dat? Guus Vleugel was geen man die om de dingen heen draaide, ook niet toen hij in 1959 onder de schuilnaam Guus Valleide de bundel ‘Fluitles’ publiceerde. Amsterdam, zo schreef hij in het gedicht ‘Doodongelukkig’, was de plaats van ‘veel sex, zitten elkaar/ als zwevende beesten na over warme grachten/ en neuriën nog het draaiorgeldeuntje/ om vier uur ’s nachts, op iemands schouder geleund.’

Precies wat hij wilde, dus trok de Goese bakkerszoon naar de hoofdstad, waar hij tot zijn dood in 1998 bleef wonen, met Ton Vorstenbosch, zijn partner in leven en werk. Een van de hoogtepunten in zijn oeuvre is de roman ‘Een valse nicht’ (1985), over ‘een Amsterdamse homoseksueel van tweeënvijftig’, afgeschilderd als ‘groot liefhebber van Proust en ruige seks’. Over zijn afkomst doet hij niet geheimzinnig: de auteur voorzag zichzelf in het boek van de naam Luc Lewedorp. Hij is iemand, vindt hijzelf, van ‘onbevangen waarheidsliefde’. Maar anderen, niet alleen de schreeuwende schoonzuster, verslijten dat voor ‘slangenvenijn’.

In zijn werk is de waarheidsliefde overal duidelijk, maar de waarheid is niet altijd welkom en mag soms niet worden gezegd: een opvoering van een toneelstuk van Vleugel over de haat van Amsterdamse moslims jegens Amsterdamse homo’s durfde niemand aan.

De bakkerszoon uit Goes lijkt achteraf een soort literaire nazaat van de domineesdochter uit Kapelle, Annie M.G. Schmidt. Boze vragen in de Tweede Kamer, beschuldigingen van majesteitsschennis, maar zijn nalatenschap omvat vooral prachtige liedjes, scherpzinnig toneel, bewogen columns. Een vader zou trots horen te zijn op zo’n zoon.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.