Zeeslet in 101 stukjes

Anne-Marie Maartens deed de afgelopen jaren op Schouwen-Duiveland als dichter al van zich spreken. Nu laat ze zich kennen in de autobiografie Zeeslet in 101 stukjes.

door Jan van Damme

Zeeslet is verslingerd aan de zee, maar ze houdt ook van de kust. Ze woont in Ellemeet, sinds 19 februari 2016. Maar in feite is ze thuis op vele Europese kusten. Ze raapt en kraakt oesters, maakt bisque met krab, loopt graag op laarzen, koopt dure zonnebrillen en weet dat je voor seks in de branding op vloed moet wachten voor het ‘onderlijf meedein voordeel’.

Aangenaam: Anne-Marie Maartens, in 1967 geboren in Spijkenisse. In de nazomerse maanden van 2018 publiceerde ze haar bundel Zeeslet in 101 stukjes. Een autobiografie, zoals ze in haar voorwoord concludeert. Op haar website presenteert ze zich als freelance docent Nederlands en ze is literair actief op Schouwen-Duiveland via de stichting Korreltje Zeezout. Vorig jaar waren tijdens de Kunstschouw sonnetten van haar te lezen op plexiglazen platen tussen Ellemeet en strandpaviljoen Corazon.

Wat na lezing van haar boek in elk geval duidelijk is: Anne-Marie Maartens noemt zich met recht een ‘zeeslet’. Waarbij je dan vooral aan iemand moet denken, die het zout op haar huid wil proeven, die zilt eet en eindeloos zonsondergangen boven zee kan fotograferen.

De hoofdstukken in het boek zijn alfabetisch gerangschikt, van ‘Alikruiken’ tot ‘Zout op mijn huid’ (van Benoite Groult). ‘Zeeslet’ is hoofdstuk 94, en is vreemd genoeg terechtgekomen tussen ‘Zeepokken’ (93) en ‘Zeegroet’ (95). Een vergissing? Of, wat de schrijfster zelf noemt, ‘een zeeslettenbakactie’ om extra aandacht op het hoofdstuk te vestigen?

Het boek biedt recepten voor het eigenzinnig bereiden van kokkels, kreukels, oesters, mossels. En voor het rapen ervan, want wat dat betreft zit je goed op Schouwen. Met oesters valt ook een gin-tonic te fabriceren. De schrijfster probeert ‘garum’ te maken, de Romeinse vissaus. Maar dat wordt geen succes. Ze gaat mee op drijfjacht, de geschoten haas – goed voor twee hoofdstukken – wordt thuis geslacht: ,,Met een mesje om de geurklier heen. Zijn poepertje. Staartje. Ik probeer niet te veel na te denken. Snijden. Zijn vachtje afstropen.”

Zeeslet houdt van de buitenlucht. Met al in haar prille jeugd een voorliefde voor kaplaarzen: ,,Eerst je jas op de grond. Een snottebel aan je neus. Gebukt hinkend op de deurmat om je kaplaars uit te trappen. Net onder je hiel en dan naar boven heen & weer. Je sok hing treurig, nog warm ergens in de laars. De geur van rubber.” Haar moeder noemt haar ‘een straatmadelief’. Eenmaal volwassen koopt ze merklaarzen: Aigle, Dunlop, Le Chameau – mooie namen, maar ze willen lang niet altijd passen.

Sinds ze drie jaar geleden in Ellemeet neerstreek, heeft ze Zeeland in haar hart gesloten. Hoofdstuk 98 kreeg de titel ‘Zeeuwsgelukkig’’ Daarin schrijft ze: ,,Horizon. Ik houd van horizon. Keiharde lijnen. Ruimte tot in de verte. Oranje daken. Een kerktoren. Strepen in de klei. Blondere duinen.” En ook: ,,In Zeeland gaan wonen, was thuiskomen. De openhartigheid van de dorpsbewoners. Het land. Ik voelde me Zeeuws. Direct. 100%. Met een Rotterdams accent. Op deze bezielde plek. Waar ik woorden vind. Ben ik vrij. #zeeuwsgelukkig.”

Zo is Zeeslet een alfabetisch levensverhaal van Anne-Marie Maartens geworden. Een schrijfster – zoals ze op haar website treffend zegt – met ‘een grote mond en een groot hart’.

Anne-Marie Maartens: Zeeslet in 101 stukjes – Uitgave van Korreltje Zeezout, 254 pagina’s, 24,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.