Tijd|Schrift, december 2018

Het afgelopen jaar zijn er kennelijk zo veel Zeeuwse boeken verschenen, dat ik mijn voornemen om zo veel mogelijk verenigingstijdschriften te signaleren niet heb kunnen uitvoeren. Nu, aan het eind van het oude en het begin van het nieuwe jaar, is er meer ruimte. Dat de tijdschriften van de diverse kringen – helaas nog altijd vrolijk versplinterd – de moeite waard zijn, bewijst het Tijd|Schrift decembernummer van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen.

door Jan van Damme

Zo hebben we het opeens over de mogelijke ‘geboorteoorkonde’ van Aardenburg. Michiel Verweij schrijft een leuk speculatief verhaal over de mogelijke betekenis van letters op een fragment van een steen, die in een vitrine van het Gemeentelijk Archeologisch Museum in Aardenburg ligt.

Ik heb het al eerder gehad over de onhebbelijkheid van de meeste tijdschriftredacties om geen informatie te verstrekken over hun auteurs. De periodieken ‘Zeeland’ en ‘Den Spiegel’ zijn gunstige uitzonderingen. Het West-Zeeuws-Vlaamse Tijd|Schrift is in dit opzicht bepaald halsstarrig. Zodat ik maar moet gissen wie Michiel Verweij is. Mogelijk is hij adjunct-conservator van de Koninklijke Bibliotheek van België. Voor een auteur van dat kaliber hoef je je niet te schamen, zou ik zeggen.

‘Een Romeins opschrift in Aardenburg’: die titel slaat op een steenfragment dat werd gevonden op de locatie waar na 174 na Christus een Romeins castellum of fort werd gebouwd. Het is een stuk kalksteen van 25 bij 10 centimeter, met daarop in twee boven elkaar gelegen regels de letters MO en RMA. Het bijschrift in de vitrine meldt dat het niet mogelijk is om het opschrift volledig te reconstrueren. Terecht, oordeelt Verweij. Om vervolgens toch een interessante poging tot betekenisgeving te wagen.

Om te beginnen verdiept de auteur zich in de materiële eigenschappen van de steen. De letters zijn ,,goed gevormde monumentale kapitalen die erop wijzen dat de opdrachtgever over de nodige financiële middelen moest beschikken.” Na de mogelijkheden van een altaar of een graf verworpen te hebben, noemt Verweij ‘het karakter van een officieel opschrift’ het meest waarschijnlijk. Een soort ereopschrift dus, op de sokkel van een standbeeld, of mogelijk een plaquette die aan bouw- of restauratiewerken herinnert.

Als Verweij zich over de letters buigt, wordt zijn artikel het verslag van een vermakelijke puzzeltocht. Hij past de lettercombinatie RMA in Latijnse woorden in. Armamentarium zou een optie zijn, maar een arsenaal in ‘het tamelijk kleine castellum van Aardenburg’ ligt niet voor de hand. Uiteindelijk komt hij uit op de hypothese dat de letters deel zijn van een keizerlijke titulatuur. In het jaar 185 na Christus komen we uit bij keizer Commodus. Dat leidt tot de conclusie ,,dat dit opschrift de naam ComMOdus en het cognomen GeRMAnicus (of eventueel SaRMAticus) bevat (…) en dat het opschrift betrekking heeft op de herbouw van de principia of een van de poorten in steen na de verwoesting van het allereerste castellum. Daarmee zou dit opschrift in feite de ‘geboorteoorkonde’ van Aardenburg kunnen zijn geweest.”

Verder wordt in dit nummer de serie over ‘de Scheldekwestie, Zeeuws-Vlaanderen en de annexatie in internationaal perspectief’ afgerond – in totaal zeven afleveringen die binnenkort gebundeld verkrijgbaar zijn. Geert Stroo besteedt aandacht aan twee glas-in-lood ramen die in 1726-1727 zijn gemaakt voor de Oostburgse bestuurders Elias Sonnevijlle en Johannes de Kammer. Jaap Schijve – zoon van de legendarische Cor Schijve – vertelt over zijn ervaringen tijdens de bevrijding van West-Zeeuws-Vlaanderen in 1944: ,,Wat wij als een bevrijding door de Canadezen beschouwen, was in werkelijkheid een bittere oorlog, niet gestreden om ons te bevrijden, maar om het Duitse leger te verjagen van de oevers van de Westerschelde met als doel gebruik te kunnen maken van de haven van Antwerpen voor militair transport. Voor West-Zeeuws-Vlaanderen was oktober 1944 een rampzalige maand.”

Tijd|Schrift. Bulletin van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen, jaargang 13, nummer 4, december 2018.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Tijd|Schrift, december 2018

  1. Michiel Verweij schreef:

    Dank voor de leuke bespreking. Ik ben inderdaad de adjunct-conservator in Brussel. Er bestaan verschillende naamgenoten, maar ik ben de enige echte.
    Vriendelijke groet, Michiel Verweij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.