Tijdschrift Zeeland, december 2018

De Zeeuwen bleken taaie onderhandelaars

door Jan van Damme

De vorst was een gelukje voor de Franse legers. We lezen het in het artikel van Leijn Melse in het decembernummer van het tijdschrift Zeeland van het Zeeuws Genootschap.

door Jan van Damme

In december 1794 rukten de Fransen op tot de grote rivieren en de Westerschelde. Lastig te nemen barrières, dat was al eerder gebleken. Zeker als er her en der ook nog eens polderland onder water was gezet. Maar koning Winter speelde de veroveraars in de kaart. De rivieren bevroren, nog voor de jaarwisseling waagden ze de oversteek, half januari 1795 kon zonder veel problemen de Franse vrijheidsboom in Utrecht en Amsterdam worden geplant.

Zeeland was op die manier helemaal omsingeld: de Fransen heersten in Vlaanderen, Brabant en Holland. Eind januari trokken de Staten van Zeeland de conclusie dat tegenstand geen zin had en dat er dus onderhandeld moest worden.

Precies uit die periode heeft Leijn Melse nu twee brieven van officieren van de Franse generaal Michaud opgedoken. Melse is voorzitter van de werkgroep Paleografie in Zeeland. De brieven waren gericht aan adjudant-generaal Durutte van de Franse legerstaf in Breda, gedateerd 5 en 10 februari 1795. Ze maken duidelijk dat de Zeeuwse bestuurders niet zonder meer tot overgave bereid waren en hun ‘oude bestuursvorm’ wilden behouden. De eerste officier schrijft over de Zeeuwen: ,,Ze waren wantrouwig en ik denk dat het behoorlijk moeilijk zal zijn om in hun landen in harmonie met hen te leven als er geen zeer strenge tucht in acht genomen wordt.” Zijn collega vult aan: ,,Deze heren waren nogal taaie onderhandelaars.”

Verder wordt in het tijdschrift aandacht besteed aan het Zeeuwse vlinderbeschermingsproject, waarin van 2013 tot 2018 het wel en wee van de Koninginnenpage, Heivlinder, Argusvlinder, Bruin blauwtje, Grote vos  en Kleine parelmoervlinder wordt gevolgd. Ook wordt er ingezoomd op leven en werk van de in vergetelheid geraakte arts en onderzoeker Antonius de Heide. Hij werd in 1646 in Philippine geboren en overleed in 1701 vermoedelijk in Amsterdam. Na zijn studie in Leiden vestigde hij zich in Middelburg. Hij deed baanbrekend onderzoek naar de haarvaten en trilhaarbeweging van de mossel.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.