Lieve eige Coosje

Coosje Busken (1759-1841) is vooral bekend als vriendin van schrijfster Betje Wolff. Marcel van den Driest brengt haar tot leven. Al haar nakomelingen vangt hij in het pas verschenen boek ‘Lieve eige Coosje!’

Coosje Busken: haar naam leeft voort in de Coosje Buskenstraat in Vlissingen. Over die Coosje Busken is nu een boek verschenen: Lieve eige Coosje! De nakomelingen van Jacoba Adriana Busken. Met dank aan Marcel van den Driest uit Oost-Souburg.

marcel vd driest – foto ruben oreel

Van den Driest (1967) is gekend sneldichter en muziekredacteur van Omroep Zeeland. Zes jaar geleden verzorgde hij de uitgave van het reisjournaal van de Middelburgse makelaar Pieter Tak uit 1789. Deze keer levert hij met zijn Coosje Busken-uitgave een uitgebreide stamboom met enkele inleidende hoofdstukken. Plechtig gezegd gaat het om een parenteel: een stamboom waarbij zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn wordt gevolgd, zodat álle nakomelingen van één ouderpaar in beeld komen.

De schrijver: ,,Genealogie beoefenen is alsof je een reis maakt door de tijd. Samen met mijn vader heb ik 25 jaar geleden al een boek over de Van den Driests geschreven. Ik wist dat de Stichting Michiel de Ruyter elke vijftig jaar een parenteel van de zeeheld opstelt. ‘Zijn er meer Vlissingers of Zeeuwen van wie er zo’n uitgebreide stamboom kan worden gemaakt?’ Dat vroeg ik me af. Betje Wolff en Jacobus Bellamy zijn bekende namen, maar zij hebben geen nakomelingen. Coosje Busken had wel kinderen. Ik heb ontdekt dat er van haar nog nakomelingen in leven zijn.”

We kunnen het niet over Coosje hebben zonder schrijfster Betje Wolff te noemen. Coosje was weliswaar 21 jaar jonger dan de landelijk bekende Wolff, toch werden ze hartsvriendinnen. Sinds Coosje als 13-jarige een ‘deftige prijs’ van de curatoren van de Latijnse School kreeg, werd ze een ‘wonder van geleerdheid’ genoemd. Toch was haar schoolcarrière van korte duur, ze moest zich al snel gaan voorbereiden op een bestaan als huismoeder. Ze trouwde met Waals predikant Samuel Théodore Huët.

Betje Wolff – geboren Bekker op de Nieuwendijk in Vlissingen – vormde met Aagje Deken een alom geprezen schrijversduo. Hun brievenroman De Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart was een bestseller. Coosje zal in Vlissingen de familie Bekker hebben gekend. In de zomer van 1786 bezocht ze voor het eerst het buitenverblijf Lommerlust in Beverwijk, waar Betje Wolff woonde. Sindsdien schreven de vrouwen elkaar vertrouwelijke brieven. Lieve eige Coosje – de titel van het boek – is de aanhef van een brief van Betje aan haar Vlissingse oogappel. Van den Driest schrijft over de vriendschap (pagina 26): ,,Na tien jaar samenwonen zou Betje zich gerealiseerd hebben dat ze iets tekortkwam bij de minder ontwikkelde Aagje Deken, een leegte die zij meende op te kunnen vullen met het gezelschap van Coosje.”

Marcel van den Driest werkte drie jaar aan zijn onderzoek. Wat de nakomelingen betreft, komen we een gewichtig gezelschap tegen. Schrijver en journalist Conrad Busken Huët (1826-1886) is ongetwijfeld de bekendste. In de stamboom duiken ook ministers en parlementariërs, kunstenaars, wetenschappers en een Olympisch medaillewinnaar op. Pagina 37: ,,Je zou kunnen zeggen dat de grote verwachtingen die rond Coosje Busken leefden weliswaar niet door haarzelf, maar door haar nageslacht méér dan zijn waargemaakt.”

Marcel A. van den Driest: Lieve eige Coosje. De Nakomelingen van Jacoba Adriana Busken (1759-1841) – Uitgeverij Vincula Affinia, hardcover, 172 pagina’s, 29,90 euro.

Het originele pastelportret van Coosje Busken op 28-jarige leeftijd, waarvan tot nu toe alleen versies in zwart-wit bekend waren. Marcel van den Driest ontdekte het origineel in kleur bij één van de nakomelingen van Coosje Busken.

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Genealogie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.