Wim Hofman (121): Straf

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst.  Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Men verzon voor kinderen allerlei straffen. Ook minder lichamelijke.  Strafregels schrijven bijvoorbeeld werd meer en meer gangbaar. 

Straf

door Wim Hofman

Lichamelijke straf was in mijn jeugd heel gewoon. Als je niet deed wat er gezegd werd (zo heette dat), kon je een tik krijgen, zowel thuis als op school. Geen wonder dat veel kinderen liever hun tijd op straat doorbrachten. Je kon een klap voor je kop krijgen, een pak op je billen met de mattenklopper of een tik met de pook of iets anders wat voorhanden was: een bezem, een kleerhangertje.

Op school had men ook een reeks straffen. In de hoek staan of op je knieën voor het bord zitten. Je kon daar ook een tik krijgen en ik herinner me een onderwijzer die smeet met de borstel waarmee het bord werd schoongeveegd. Zelfs als hij mis gooide, raapte hij het ding niet eens zelf op.

Opvoeden bestond verder nogal eens uit bangmakerij. Dan hoorde je dat, als je zo doorging, er niks van je terecht zou komen. Ik kon me niet goed voorstellen wat dat ‘niks’ dan was. In november begon men te dreigen met Sinterklaas die kinderen meenam naar Spanje en met Zwarte Piet die een roe had. Dat laatste heb ik geweten.
In het K.M.T. in Vlissingen werd een Sinterklaasfeest georganiseerd door de K.A.V.  Op een bepaald moment werd ik door andere kinderen gewaarschuwd dat ik bij Sint Nicolaas moest komen. Daar stond ik dan en bij hem stonden twee zwarte Pieten, compleet met jute zak en een uit twijgen bestaande roe. Sinterklaas legde me uit dat ik nogal eens stout was en dat ik straf had verdiend. Ik hield uit voorzorg mijn twee handen voor mijn broek, maar dat bleek onverstandig. Een van de Pieten sloeg me zo hard op mijn vingers dat ik geen pepernoot meer kon vasthouden.

Je leerde al vroeg pijn verbijten. Jongens huilden in die tijd niet in het openbaar, maar het meest nare was dat ik helemaal niet wist wat ik fout had gedaan en ik voelde me gegriefd. Men verzon voor kinderen allerlei straffen. Ook minder lichamelijke.  Strafregels schrijven bijvoorbeeld werd meer en meer gangbaar.  Zo kreeg ik ooit straf, omdat ik een tweede stem probeerde te fluiten bij het lied: ‘Door berg en dal klinkt hoorngeschal’. Ik vond het nog een mooi lied ook, maar dat telde niet. Ik moest honderd maal schrijven: ‘Ik mag niet fluiten tijdens de zangles’. Maar zo’n straf was voor mij een fluitje  van een cent.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Wim Hofman (121): Straf

  1. André van der Veeke schreef:

    De enorme afstand tussen kinderen en volwassenen in die tijd had ook zo zijn voordelen. Je leefde als kind in een eigen territorium en dat betekende dat je op een fundamentele manier vrij was. Vooral op straat, zoals in de column ook aangegeven wordt. En de ”hardheid” van de volwassenen waarmee je te maken kreeg, zorgde ervoor dat je zelf ook niet al te kinderachtig wilde zijn. Ik herinner me een voorval uit klas 6 (tegenwoordig groep 8). Ik moest een opstel over Sinterklaas schrijven. Daar had ik erg veel zin in. Edoch, toen de voorgeschreven tijd erop zat, was ik nog maar halverwege mijn verhaal. Gevolg: ik kreeg een zware onvoldoende. Misschien nam ik me toen wel voor om wraak te nemen. Ooit zou en moest ik mijn verhaal afmaken…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.