Zeeuwse schrijvers (204): Kees Pruis

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 204: Kees Pruis.

Geloof het of niet, tijdens de Eerste Wereldoorlog was Pruis gelegerd te Zierikzee en stond hij op wacht bij een huisje aan het Havenkanaal.

Zoenen in Zierikzee
Kees Pruis

door Mario Molegraaf

Een lied uit 1925: ‘Ich hab’ mein Herz in Heidelberg verloren,/ In einer lauen Sommernacht./ Ich war verliebt bis über beide Ohren.‘ Nog hetzelfde jaar kwam er een Nederlandse versie, van de Neckar naar de Oosterschelde verplaatst: ‘Ik heb mijn hart in Zierikzee verloren,/ ’t Was in een zwoele zomernacht!/ Ik was verliefd tot over beide oren.’ Dit kun je nog een vertaling noemen, mooi en gewaagd, waarin met alle z’en de alliteratie Herz-Heidelberg wordt gecompenseerd. Maar de rest van de tekst zoog Kees Pruis (1889-1957) uit eigen duim. Liever gezegd: hij baseerde die op eigen ervaringen.

Kees Pruis was een cabaretier en volkszanger. Zijn naam zei mij niets, maar regels van hem zijn in het geheugen van vele Nederlanders blijven hangen. ‘En dat we toffe jongens zijn dat willen we weten’, het zijn woorden van hem uit ‘De populaire feestmarsch’ (1929). En natuurlijk ‘Twee ogen zo blauw’ (1929). Hits uit de tijd van onze grootouders en overgrootouders, die toch nog naklinken.

Maar snel naar Zierikzee. ‘’t Was in de mobilisatie. Ik lag in Zierikzee,’ begon Pruis zijn lied honderd procent autobiografisch. Geloof het of niet, tijdens de Eerste Wereldoorlog was Pruis gelegerd te Zierikzee en stond hij op wacht bij een huisje aan het Havenkanaal. En de rest: realiteit of fantasie? In elk geval leert hij in het lied een ‘Zeeuwsch prachtstuk’ kennen. Hij smacht naar haar ‘frisch mondje’ en haar ‘blanke armen’. De liefde is nog wederzijds ook. Bij het afscheid zijn er ‘twee kilometer zoenen’ te Zierikzee. Waarom komt er geen vervolg? ‘Het kon mijn vrouw niet zijn;/ Omdat zij was, omdat zij was, de vrouw van mijn Kap’tein!’

Behalve Soldaat Pruis liet, veel later, ook Drs. P zich inspireren door ‘Ich hab’ mein Herz in Heidelberg verloren’. Bij hem raakt het hart ‘op Katendrecht’ kwijt. De verwarring wordt compleet in een gedicht van een andere plezierpoëet, Simon Knepper: ‘Ik heb mijn hart in Zierikzee verloren/ – of was het Weesp?’ Maar het lied hoort dus vanaf de a van autobiografie tot en met de z van zoenen bij Zierikzee.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.