Cultuur wordt Kultuur

Kultuur in Sperrgebiet Zeeland

Lo van Driel heeft het culturele leven in Zeeland tijdens de jaren 1940-1945 in kaart gebracht. ‘Cultuur wordt Kultuur’ is de titel van zijn boek: de zachte sector in bewogen jaren.

***********************

door Jan van Damme

Het is een begrip dat schrijver Lo van Driel met graagte bezigt: ‘verzetsstrijder in vredestijd’. Daarmee wil hij zeggen: achteraf is het gemakkelijk praten. Hij doelt op de jaren 1940-1945, de periode van de Duitse bezetting die centraal staat in zijn eerder deze maand gepresenteerde boek ‘Cultuur wordt Kultuur – Culturele collaboratie in Zeeland’.

Zwart-wit denken in goed en fout, dat wil hij voorkomen. In het nawoord van zijn nieuwe boek schrijft hij: ,,Wie nooit voor de keuze heeft gestaan om zich wel of niet aan te melden bij de Kultuurkamer, heeft weinig recht van spreken. Het inzenden van een formuliertje waarmee je het beroep van kunstenaar kon blijven uitoefenen, heeft ten onrechte een symbolische betekenis gekregen, een sjibbolet (betekeniswoord) van goed of fout. Wie zal iemand die op die manier zijn broodwinning in de stilte van een werkkamer of de rust van het atelier veiligstelde, de maat nemen?”

Lo van Driel (1944) presenteert een lijvig werk over het culturele leven in Zeeland tijdens de bezettingsjaren. Eerdere schrijvers over de Zeeuwse oorlogshistorie als L.W. de Bree en Gijs van der Ham waren daaraan volgens hem onvoldoende toegekomen. Ook in het in 2014 verschenen vierde deel van de ‘Geschiedenis van Zeeland’ zijn er slechts enkele pagina’s gewijd aan de ‘zachte sector’ tijdens de donkere jaren.

Cultuur en oorlog is een onderwerp dat al eerder pennenvruchten van Van Driel opleverde. Twee jaar geleden publiceerde hij het levensverhaal van Reimond Kimpe (1885-1970), de kunstschilder wiens gedrag tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog omstreden was. In 2015 had de in Sint Laurens woonachtige neerlandicus al een ruime levensschets gepresenteerd van Jan H. Eekhout (1900-1978), de Sluise streekromanschrijver die in de jaren 1940-1945 de kant van de Duitsers koos. Uit die studies, uit die interesses komt zijn nieuwe boek voort. Hij schrijft: ,,Tijdens het onderzoek naar de historische context van die persoonlijke geschiedenissen ontstond in toenemende mate de behoefte het culturele leven tijdens de bezetting systematischer in kaart te brengen.”

Wehrmachtconcert in Goes

In zijn boek vertelt Van Driel over ‘de muzen’ in ‘Sperrgebiet’ Zeeland, die in dienst werden gesteld van de ‘Nieuwe Orde’. Er werden films vertoond als ‘De eeuwige jood’ en ‘Die Bauten des Führers’ – over ‘de scheppingsdrang van den Germaanschen mensch’. De Duitsche Militaire kapel en het muziekkorps van de Kriegsmarine verzorgden optredens. Het ‘gewone leven’ ging ook door, lokale muziekgezelschappen als Excelsior, Ons Genoegen, Luctor et Emergo en Vlijt en Volharding bleven volop actief. Dat mocht, zolang er maar geen muziek op het repertoire stond van joodse componisten als Mendelsohn en Kurt Weil. Van Driel constateert (pagina 287): ,,Het Zeeuwse publiek heeft tegen de nazificering van het culturele leven geen zichtbaar verzet geboden.”

De Veerse dichter Martien Beversluis, schilder Reimond Kimpe en grafisch ontwerper Roline Wichers Wiersma krijgen aparte aandacht. Evenals kunstschilder Alfons van Dijck in Veere, die zich volop in Duitse kringen bewoog. Dat hij met die ‘Duitsvriendelijke’ opstelling deportatie van zijn joodse vrouw probeerde te voorkomen is zeer waarschijnlijk. Van Driel schrijft (pagina 299): ,,Elk geval van samenwerking is een individueel geval en voor elke persoon zijn de motieven en de omstandigheden anders. Ook dat is een reden om terughoudend te zijn met het gebruik van de term collaboratie.‘’

Lo van Driel: Cultuur wordt Kultuur, culturele collaboratie in Zeeland – Uitgeverij Den Boer | De Ruiter, 360 pagina’s, 24,50 euro.

**************************

Het Kriegsmarine-orkest op het Bellamypark in Vlissingen.

 

 

 

Germaans variété in Oostburg, foto uit een album van een Duitse soldaat in West-Zeeuws-Vlaanderen.

 

 

 

 

 

**************************************************

Lezen of niet lezen?

Lo van Driel heeft een boek geschreven, waarin ik blijf lezen. Er is al veel geschreven over de Tweede Wereldoorlog. Misschien wel te veel. Maar door de nadruk op ‘alledaagse cultuur’ in de jaren 1940-1945 kom je als lezer misschien wel dichter dan ooit bij de mensen, die die jaren moesten doormaken. Heel aansprekend vind ik het hoofdstuk over het filmaanbod en -bezoek. Van Driel citeert Frits Boterman, die in zijn recente studie over jodenvervolging en nazificatie van Nederland schrijft: ,,Terwijl de Jodenvervolging in volle gang was, vormden zich lange rijen aan de kassa’s van de bioscopen.” Het bioscoopbezoek lag in 1943 bijna 80 procent boven het peil van 1941. Dat is toch een opvallend cijfer. Was het een vlucht uit de grijze, niet erg opwekkende werkelijkheid? Of werd het bioscoopbezoek door de bezetter gestimuleerd? ”Uiteindelijk”, schrijft Van Driel op pagina 153, ,,was viervijfde van de films die in de bioscopen vertoond werden, Duits.” En verder: ,,Er werden in het gewone programma overal in Zeeland propagandistische films, althans nationaal-socialistische topwerken vertoond.” Tel daarbij op dat de inhoud van de filmjournaals door het Reichskommissariat werd bepaald, en je krijgt het idee dat het publiek in die jaren behoorlijk werd gehersenspoeld. Het doet goed – ik ben nu de lezer, niet de schrijver die moet proberen objectief te zijn – het doet dus goed dat er bij de Vlissingse politie klachten waren binnengekomen over Alhambra, waar ‘uitingen van afkeuring en spot klonken’.

Ik laat de verdere inhoudelijke bespreking van dit werk over aan de redacteuren van genootschaps- en heemkundige periodieken. Die vinden vast iemand bereid om zich in de Cultuur en Kultuur vast te bijten. De Nieuwe Orde, Nederlands-Duitse betrekkingen, het Zeeuws Genootschap in zwaar weer, een aantal persoonlijke geschiedenissen van onder anderen een bard (Beversluis) en een ‘malerin’ (Hilde Andereya). Als lezer maak je kennis met Beauftragte Münzer op Der Boede en lees je hoe hij na de oorlog hier nog op vakantie kwam. Van Driel vangt dat laatste onderwerp onder het kopje ‘Nachleben Münzers’.

Kort en goed: ik vind dat Van Driel met dit boek een belangrijk hoofdstuk toevoegt aan wat er al over de Tweede Wereldoorlog in Zeeland is geschreven. Dat hoofdstuk verdient een grote schare lezers.

Dit bericht is geplaatst in Tweede Wereldoorlog met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.