Van Raas tot Rico

Eerbetoon aan de Zeeuwse sport

Een geschenkboek met zeventien Zeeuwse sporters die historie schreven. Auteur Peter de Jonge noemt ‘Van Raas tot Rico’ een blijk van erkenning voor alle Zeeuwse topsporters. Het werk is dit jaar het Geschenk van de Week van het Zeeuwse Boek.

door Jan van Damme

In Zeeland zijn we niet erg scheutig met eerbetonen aan sporthelden. De legendarische doelman Frans de Munck kreeg vorig jaar een pad op sportpark Het Schenge. ,,Maar op Google kun je dat pad niet vinden‘’, zegt oud-sportverslaggever Peter de Jonge.

‘Van Raas tot Rico’ heet het Geschenk, dat de Zeeuwse boekhandels dit jaar ter gelegenheid van de Week van het Zeeuwse Boek (31 oktober tot en met 11 november) presenteren. Peter de Jonge uit Goes schreef daarin zestien ‘onbekende verhalen over zeventien bekende Zeeuwse topsporters’. Windsurfers Beb en Derk Thijs worden in één hoofdstuk gevangen. Wim van Gorsel van ZB | Planbureau en Bibliotheek van Zeeland voorzag iedere sporter van een biografie.

Voor hij zijn carrière afsloot als hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad maakte Peter de Jonge naam als sportverslaggever, eerst voor de PZC (1972-1988), daarna voor NRC-Handelsblad (1988-1993). Negen keer versloeg hij de Tour de France. De Jonge weet dan ook als geen ander hoe bijzonder het is dat de publiciteitsschuwe Jan Raas hem te woord stond. Nu vertelt ‘de dwarse Zeeuw die niet wil luisteren’ hoe hij aan het einde van zijn trainingsrondjes vlak voor Heinkenszand ging rijden ‘als een idioot, zeg maar zestig kilometer per uur’: ,,Ik wist, als ik deze snelheid in de wedstrijd kan aanhouden en ze willen me pakken, dan zullen ze nondeju toch harder moeten rijden.‘’

De zeventien sporters zijn geselecteerd in samenwerking met Sport Zeeland. Behalve over Jan Raas zijn er verhalen opgenomen over Jo de Roo en Keetie van Oosten-Hage (wielrennen), Danny Blind, Frans de Munck en Jan Poortvliet (voetbal), Els Vader en Marjan Olyslager (atletiek), Lesley Kerkhove (tennis), Diana van Gelderen en Ron de Jonge (zaalhandbal), Elisabeth Willeboordse (judo), Jean-Paul de Bruijn (biljarten), Hans Peter Minderhoud (paardensport), Beb & Derk Thijs (windsurfen) en Rico Verhoeven (kickboksen).

Peter de Jonge en Wim van Gorsel: Van Raas tot Rico – tijdens de Week van het Zeeuwse Boek, van 31 oktober t/m 11 november 2018, is het gratis te verkrijgen bij aankoop van 15,- euro aan boeken in de Zeeuwse boekhandel.

********************************

Om een indruk te geven van het 24ste Geschenk van de Week van het Zeeuwse Boek – het dikste ooit – komt hieronder iedere sporter kort aan bod.

Jan Raas (1954) over zijn amateurtijd (pagina 13), toen hij op de ‘gouden generatie amateurs’ stuitte van Kees Bal, Cees Priem, Toine van den Bunder en Wim de Waal: ,,Dat waren de beste van Nederland, de beste van Europa. Veel sterker dan ik. Ze hadden meer vrije tijd en waren in hun amateurtijd eigenlijk al een soort beroepsrenner, ik zweer het je… Maat Jan niet, hè. Die moest elke dag werken en daarna even gauw twee, tweeënhalf uur trainen. Tegen die boys fietsen, jongens die eigenlijk beroepsrenner waren, was verschrikkelijk. Hoe hard konden die wel niet fietsen, joh. Ik was een stuk minder. En natuurlijk hadden ze een hekel aan mij, want ik hing aan het wiel. Ik kon verdomme niet beter, ik kon gewoon niet anders.”

Vader Robin Kerkhove vertelt over de weg naar de top van zijn dochter, tennisster Lesley (1991). Op pagina 22 zegt hij: ,,Maar het is een feit dat je er eerst gruwelijk veel geld in moet stoppen om ergens te komen. Tennis blijft een elitesport.” En over de wissel, die de tenniscarrière van dochters Lesley en Romy op het persoonlijke leven trok – hij is gescheiden: ,,We waren altijd weg of onderweg. Het is een opgave, hoor. We hadden te weinig tijd voor elkaar. Je gaat meer als broer en zus leven dan als man en vrouw. Het is niet de hoofdreden, maar het heeft er wel mee te maken, natuurlijk.”

Danny Blind (1961) komt aan bod in een gesprek met Hans de Ridder, destijds scout voor trainer Bert Jacobs van Roda JC. Hij kwam naar de jonge Blind kijken en zag geen toekomst in hem (pagina 28): ,,Als je een speler bekeek, had je in een hele wedstrijd misschien maar twee of drie momenten dat je hem kon beoordelen. Dat was als hij ingesloten was. Als ‘ie weinig ruimte had om te spelen en wat deed ie dan…? Kon hij zich daar als aanvallende middenvelder uit spelen? Daar vond ik hem in tekort komen. Twee keer gaf hij dat beeld [Verontschuldigend]. Ik kan er niet meer van maken.”

Judoka Elisabeth Willeboordse (1978) vertelt (pagina 35): ,,Ik ben een egocentrische topsporter geweest. (…) Vanaf het moment dat ik bij Wim Geelhoed in Middelburg judode, wilde ik alleen maar winnen. Als ik van grotere jongens verloor, rende ik de training uit en zat ik te janken in de kleedkamer. Zó gefrustreerd was ik.”

Doelman Frans de Munck (1922-2010), de Zwarte Panter, had de uitstraling van een filmster. In 1950 stapte hij over naar het eerste elftal van FC Köln. Daar viel hij op en speelde de rol van doelman Jürgen Busse in de bioscoopfilm ‘Das ideale Brautpaar’. Peterc de Jonge sprak met de archivaris van de Keulse club, Dirk Unschuld. Er komen anekdotes voorbij (pagina 44): ,,Dure maatkostuums, een Mercedes om indruk te maken en natuurlijk het gitzwarte, tot in de haarpuntjes verzorgde kapsel. Hij zou altijd een kammetje en een spiegeltje in zijn doel bij zich hebben gehad.”

Sprintster Els Vader (1959) vertelt over haar dochter Micky, die als vierjarige twee donornieren kreeg. Bij de World Transplant Games in 2007 behaalde ze goud op de 100 meter. Moeder Els Vader zegt over haar (pagina 49): ,,Maar wat zij presteert is écht topsport.”

Ron de Jonge (1953) was als handbaldoelman – recordinternational van het nationale team – gewend om ‘levende schietschijf’ te zijn. Iedereen was verrast toen hij zich als dichter ontpopte. In Middelburg nam hij deel aan het project ‘Sprekende Gevels’, op de hoek van de Lombardstraat-Blindenhoek staat zijn gedicht ‘Kabbelend’ (pagina 56): Genegen en met gevoel / bevinden wij ons samen / op het strand / streel jij mijn voeten / rollend water / sprankelend / als de golftoppen / groen als de zee/ neem je altijd weer / met het zand / de mijmering mee.

Keetie van Oosten-Hage (1949) fietste ongetwijfeld het hardst. De zussen Bella, Ciska en Heleen konden er ook wat van. Peter de Jonge laat hen aan het woord. Bella zegt (pagina 62): ,,Tijdens het Nederlands Kampioenschap in 1967 zat ik alleen vooruit. Toen werd er tegen Keetie gezegd: je moet voor je eigen kans rijden, je mag je benen niet stil houden, anders word je uit de wedstrijd gehaald. Wij tweeën waren in Nederland zo sterk dat we gewoon weg konden rijden als we wilden.”

Biljarter Jean-Paul de Bruijn (1965) komt over als het zondagskindje. Delta steunde de sport op meer dan één manier. De Bruijn kreeg een baan op de afdeling communicatie. Arnold Parre, toenmalig medewerker, herinnert zich (pagina 70): ,,Ik weet waar zijn bureaustoel stond, maar ik heb hem er zelden op zien zitten.” Er wordt gesproken over ‘soft-sponsoring’.

Hordenloopster Marjan Olyslager (1962) heeft een uitgesproken mening over haar sport. Ze pleit al jaren voor hogere horen, 91 in plaats van 84 centimeter. Pagina 76: ,,Je moet er een serieuzer onderdeel van maken, meer volwassen. Dat andere eisen stelt aan trainingen, aan het lijf en het koppie. Je maakt het nummet authentieker, waardoor zommige mensen het niet zullen kiezen, maar de diehards er juist wél voor zullen gaan. Die groep gaat zich meer onderscheiden. Dat maakt het toch mooier.”

Astrid en Annemieke Hengst vertellen over dressuurruiter Hans Peter Minderhoud (1973). Astrid zagt over hem (pagina 84): Je hebt paardenmensen en mensen met paarden. Voor sommigen in de topsport is een paard een gebruiksvoorwerp. Wij geven écht om paarden.”

Windsurfers Beb (1952) en Derk (1958) Thijs (pagina 90): ,,We waren bloedserieus, maar we lieten er niets voor staan. Als er veel wind werd voorspeld, dronk je de avond voor een wedstrijd niet veel, maar als er weinig wind voorspeld werd, ging je nog wel de disco in.”

Jo de Roo (1937) fietse in de jaren tachtig van de vorige eeuw bij toerclub Toreador. Pagina 97: ,,Ik ben niet zo goed in naast elkaar rijden op de kop van zo’n groep. Ik fietste liever kop-over-kop en dan reed ik volgens sommigen wel eens te hard. Als ik op kop reed, gaf ik wel gas.”

Jan Poortvliet (1955) werd na zijn voetbalcarrière trainer en kon in China trainers gaan opleiden. Pagina 103: ,,Het niveau daar is kachelhout. Maar ik ga uit van het standpunt: ik ga werken met wat er is. Met de techniek is niet zo veel mis. Redelijk voetenwerk. Alleen hebben ze nooit gehoord van zaken als vrijlopen, bijsluiten en voortbewegen. Dat moet ik dan in gebroken Engels aan een Chinees gaan uitleggen, die het weer aan anderen moet overbrengen. Dat is onbegonnen werk.”

Handbalster Diana van Gelderen (1958) is nu keeperstrainer van zaalvoetbalteam Groene Ster in Vlissingen. Een aparte wereld, met al die Marokkaanse jongens zou je zeggen. Pagina 112: ,,Vanaf de eerste dag ben ik opgenomen. In een zeer gemotiveerde groep. Zeer gedisciplineerd. Als ze voor een training of een wedstrijd aankomen, geven ze iedereen een hand. Mij ook. Na twee jaar was er één jongen die erg met zijn geloof bezig was en me een appje stuurde. Hij mocht mij van zijn geloof geen hand geven en hij vroeg of ik dat wilde respecteren. Prima. Dan niet!”

John Hasny is bevriend met kickbokser Rico Verhoeven (1989). Over de puber Rico zegt hij (pagian 118): ,,Hij was in die tijd te lief. Kwam bijna verlegen over. Hij is heel lang heel kinderlijk geweest. Ook nu heeft hij af en toe dat kind nog in zich.”

**************************

Lezen of niet lezen?

Natuurlijk moet iedereen dit geschenk lezen. Niet dat de verhalen per se wereldschokkend zijn, ze laten wel vaak op een elegante manier verrassende aspecten van de Zeeuwse sporters zien. Het lezen waard dus, ook voor wie niet helemaal sportminded is. Want inderdaad, sporters zijn net mensen.

Dit bericht is geplaatst in Boekenweek met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Van Raas tot Rico

  1. Joop de Witte schreef:

    Zojuist “ van Raas tot Rico” gelezen, en wat schetst mijn verbazing dat er in het overzicht van Zeeuwse Topsporters de naam van Gaby Minneboo ontbreekt.
    Gaby is als amateurwielrenner 5x wereldkampioen geworden bij het stayeren achter zware motoren evenals diverse Nederlandse titels bij de zware motoren als achter derny’s.
    Het is natuurlijk niet mogelijk van iedereen een verhaal te schrijven maar dat deze renner niet in de overzichtslijst voorkomt verwondert mij. Hij is wel degelijk geboren in Zeeland, nl. Veere.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.