Zeeuws geluk

Samen opgroeien maakt verschil

‘Zeeuws geluk’ is de titel van het nieuwe boek van reisschrijfster Carolijn Visser. Deze keer dus geen bericht uit China, Vietnam, Tibet of Midden-Amerika. Maar uit Zeeland. Ze schetst het leven in enkele Zeeuwse verpleeg- en verzorgingshuizen. En ontdekt haar eigen jeugd op Walcheren.

door Jan van Damme

Het begon met een verzoek van de Stichting Voor Regionale Zorgverlening SVRZ. Dagelijks bestuurder Gabrielle Davits nam afscheid en wilde bij die gelegenheid wel eens antwoord op de vraag ‘wat maakt het leven de moeite waard, ook al zit je in een verpleeghuis, een plek waar je liever niet wil zijn’. Carolijn Visser nam de uitdaging aan om met een ‘reportageboek’ antwoord te geven op die vraag. Ze koos drie woonzorgcentra: Alexiaplein in Kamperland, Simnia in Domburg en Waterwel in Aagtekerke. Daar verbleef ze telkens meerdere dagen tot een week. Ze sprak, at en wandelde met de vaak dementerende bejaarden. Die belevenissen beschrijft ze in haar nieuwste boek ‘Zeeuws geluk’. Het geheel is geïllustreerd met actuele landschapsgezichten en historische foto’s van de eerste helft van de 20ste eeuw. Haar jeugdherinneringen zijn voorzien van beelden uit het eigen familiealbum.

foto Dirk-Jan Gjeltema

Carolijn Visser (1956) rapporteert haar leven lang uit verre landen. Vorig jaar won ze de Libris Geschiedenis Prijs en de Zeeuwse Boekenprijs met ‘Selma’, over het dramatische leven van een Nederlandse vrouw in het China van Mao. In 2013 werd haar boek ‘Argentijnse avonden’ bekroond met de VPRO Bob den Uylprijs. Haar oeuvre omvat inmiddels ruim twintig titels.

Waarom ging u in op het verzoek om vanuit Zeeuwse verpleeghuizen te berichten?
,,Het is de eerste keer dat ik een boek in opdracht schrijf. Ik kreeg complete vrijheid. De opdrachtgever dacht aan één verpleeghuis. Ik koos voor drie verschillende. Vooral op Walcheren, daar ben ik opgegroeid en voel ik me het meeste thuis. Als ik in Kamperland ben heb ik de neiging om naar de overkant van het Veerse Meer te kijken, naar het silhouet van Veere.  Ik heb ‘ja’ gezegd omdat ik best ingevoerd ben in de wereld van de dementie. Mijn moeder zit in Oosterbeek in een verpleeghuis, ze herkent me niet meer en zegt ‘u’ tegen me.‘’
,,Ik heb bejaardenhuizen altijd fascinerend gevonden. Vroeger ging ik naar Swerfrust in Middelburg, daar woonden we vlakbij. Ik probeerde gesprekjes aan te knopen met de vrouwen in klederdracht. ‘Van wie bin jie d’r een’, vroegen ze. Wij waren import, ik groeide op tussen mensen die totaal anders waren. Mijn ouders hadden enkele jaren in Indonesië gewoond. Mijn broer Jeroen is er geboren. Er was een bamboe-box, een bamboe-dekstoel. En er waren niet ophoudende verhalen over Indonesië. We hadden geen familie in Zeeland, dan sta je als gezin toch geïsoleerd. We zaten ook niet in een kerkgemeenschap. Mijn vader gaf les op de PABO, mijn moeder op de huishoudschool in Oostkapelle, later was ze directeur van de moedermavo. In die kringen kenden we natuurlijk mensen. Maar voor mij was het jaloersmakend om met een vriendinnetje mee te gaan naar haar grootouders, achterom, waar je over een hoop schoenen en klompen moest stappen.‘’

Hebt u antwoord gekregen op de vraag wat het leven in een verpleeghuis de moeite waard maakt?
,,Dat ligt voor de ene persoon heel anders dan voor de andere. Altijd als je de gecodeerde deur opent, stap je in een andere wereld. Het maakt uit als je in dezelfde omgeving bent opgegroeid. Dan heb je gespreksstof: de school, de vuurtoren, de oorlog. Je waardeert dat wat je in een gezin ook op prijs stelt: de maaltijd, tv kijken. Samen zingen is heel belangrijk. Ik kwam in een soort familiestructuur terecht. Dat is denk ik het hoogst haalbare.‘’

Carolijn op het strand, met vader en broer Jeroen.

Is uw zicht op Zeeland veranderd door dit project?
,,Ik ben in Middelburg opgegroeid, ik zat daar op de middelbare school. Door een conflict met een leraar stapte ik in het begin van 5 atheneum over naar een school in Bergen op Zoom, elke dag op en neer met de trein. Na de middelbare school ben ik weggegaan. Sinds mijn moeder in 2000 van Middelburg naar Friesland verhuisde kwam ik er alleen nog beroepshalve.‘’
,,Nu ik de zestig gepasseerd ben, zie ik in wat voor een prachtig land ik ben opgegroeid. De provincie is op een mooie manier veranderd. Als ik vroeger naar de manege in Serooskerke fietste werd ik overvallen door poldervrees, zo kaal was het. Nu is het prachtig groen. In mijn jeugd gingen de winkels in Middelburg op zaterdag om 2 uur dicht en pas op maandag 2 uur weer open, het weekeinde was er doodse stilte. De stad is nu veel levendiger en opener.‘’
,,Het valt me op dat de Zeeuwse kust prachtig wordt onderhouden. In Panama en in de Caraïben wordt het zand van het strand gehaald voor de bouw. Daardoor slaan er stukken kust weg, worden wegen ondermijnd en worden dorpen bedreigd. Natuur is niet vanzelfsprekend, in de meeste landen wordt er door tegenstrijdige belangen veel opgeofferd. Op Walcheren krijg ik het gevoel dat er de afgelopen tientallen jaren juist opnieuw natuur is gemaakt.‘’

Voelt u zich weer thuis in het Zeeuwse?
,,Na de middelbare school was ik vertrokken met donkere herinneringen aan Zeeland. Nu heb ik totaal nieuwe. Ik mis sommige bewoners die ik in de tehuizen tegenkwam, de man die dominee was, de man met wie ik ben gaan biljarten, de verzorgsters. Ik ben veel mensen uit mijn jeugd tegengekomen. De moeder van een goede vriendin, mensen die mijn vader hebben gekend en les hadden van mijn moeder. Oud-klasgenoten ook, we hebben al een reünie gehad. Toen bleek dat een heleboel andere leerlingen ook onder die leraar hebben geleden. Ik dacht dat ik dat conflict over mezelf had afgeroepen. Dat denk ik nu niet meer.‘’
,,In het buitenland heb je voor je omgeving een onbekend verleden. Je komt uit Nederland, je past je aan. In Zeeland is dat anders voor mij. Hier haal ik met mensen herinneringen op van vijftig jaar geleden, raak ik opnieuw bevriend met wie ik op de middelbare school heb gezeten. Dat kan alleen hier.‘’

Carolijn Visser: Zeeuws geluk – Uitgeverij Atlas Contact, 224 pagina’s, 19,99 euro.
Zaterdag 3 november 2018 geeft Carolijn Visser tijdens de Open Dag van het Zeeuws Archief een lezing in de Hofpleinkerk in Middelburg, aanvang 16.00 uur,
toegang 5,- euro. Zondag 4 november is de schrijfster in Goes, om 14.00 uur in boekhandel De Koperen Tuin (in samenwerking met boekhandel Het Paard van Troje).

******************************************

Lezen of niet lezen?

Geen enkele twijfel, deze keer. Wat een bijzonder en fascinerend boek heeft Carolijn Visser geschreven. In eerste instantie had ik mijn twijfels. Een reportage uit een Zeeuws verpleeghuis: zijn er de afgelopen jaren niet al te veel boeken en artikelenseries over demente ouderen geschreven? Denk aan Hugo Borst en anderen. Moeten we het dan nog eens dunnetjes over doen in het Zeeuwse?

Met die bedenking in het achterhoofd begon ik te lezen. En was meteen verkocht. Dit boek geeft een gevoel van oprechte interesse in de wereld van de bejaarde mens. Het kleine heden, het grote verleden: zo komt ‘Zeeuws geluk’ op mij over. Alle personages die voorbij komen, ik zie ze zo voor me. De nogal bazige onderwijzeres met de zachte g in Kamperland, politieman Willem die de sleutel kwijt is van het huis waarop hij denkt te moeten passen, de moeder van Annemarie die steeds zegt ‘Annemarie zal zo wel komen’. Mededogen, natuurlijk. Maar de schrijfster luistert naar wat de mensen te zeggen hebben, ze weet hun verhalen over oorlog, water, kerk en hard werken op waarde te schatten.

Een scène, na het avondeten in Waterwel in Aagtekerke, pagina 157:
Buiten was het nog steeds zwoel. Boer Dekker zat weer op zijn plaats in de gaanderij. Meneer Minderhoud en ik liepen langzaam de binnenplaats over. Aan een grote tafel, naast de klaterende fontein, zaten bewoners van de andere woning. Een van hen was mevrouw Verhage. Zij had jarenlang met haar man een winkel in Dishoek gehad. Enige tijd geleden waren ze in een kleine woning getrokken in Middelburg. Daar kreeg mevrouw Verhagen perioden waarin ze boos werd op haar man, zo erg dat het voor hem niet meer te doen was. Daarom was ze hier komen wonen. ‘Tijdelijk’, zei ze steeds. Elke dag kwam haar man op bezoek. Laatst was hij gevallen en had daarbij zijn gezicht flink gehavend. Gisteren bracht hij een bos bloemen voor haar mee. Ze waren samen in de schaduw van de gaanderij gaan zitten, in grote rieten stoelen. Daar dronken ze thee, hand in hand.

Simpel en doeltreffend, zo’n tafereeltje.

Het zijn de persoonlijke herinneringen en ervaringen van de schrijfster zelf, die het boek net dat extra geven. Met ervaringen doel ik op de bezoekjes aan haar demente moeder in het verpleeghuis in Oosterbeek. Pagina 11: ,,Er werd vaak tegen me gezegd dat het vreselijk moest zijn een moeder te bezoeken die jou, haar kind, niet meer herkende. Dat zag ik anders. Ze mocht dan niet weten wie ik was, zij was nog wel degelijk mijn moeder. Vooral haar stem gaf me dat gevoel. Elk woord dat ze zei, zette in mijn hoofd een trein aan jeugdherinneringen in beweging.”

In het boek zijn het de bejaarden in de Zeeuwse verpleeghuizen die brandstof bieden aan de locomotief van de herinneringstrein. Ook het Walcherse landschap laat het verleden herleven. Zoals het vakantiepark Vebenabos bij Vlissingen, waar Carolijn langsfietst als ze min of meer de weg kwijt is. In dat park woonden haar ouders tijdelijk toen ze na hun vier Indonesische jaren teruggekeerd waren in Nederland. Ook aan jongerencentrum De Beuk in Middelburg heeft ze herinneringen. Ach ja, de goede ouwe hippietijd, die voor Carolijn toch net iets te heftig was. Vader Visser moedigde haar aan om mee te doen aan de werkgroep ‘non-konformistiese jongeren’. Tevergeefs. Het theehuis in het jongerencentrum trok haar wel, ze werd daar in het weekend souschef in het macrobiotisch restaurant, ,,want ik was al eerder bekeerd tot de macrobiotiek.” Pagina 65: Op de eerstvolgende familievakantie, naar Noorwegen, nam ik een grote zak volkorenboterhammen met kwark mee. Daarmee dacht ik Noorse verstoring van mij  yin en yang te kunnen voorkomen. Maar na een paar dagen sloeg de kwark groen uit van de schimmel en besloot ik het hele dieet overboord te zetten.

De vraag is Carolijn Visser al tot vervelens toe gesteld: waar voel je je als reisschrijfster nou eigenlijk thuis? Met dit boek geeft ze antwoord, voor eens en altijd. ‘Zeeuws geluk’: de titel is niet toevallig gekozen.

Wie iets met Zeeland heeft, moet dit boek lezen. Wie niets met Zeeland heeft ook, want het is nooit te laat om verliefd te worden op de mooiste provincie van Nederland.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Gezondheid, Onderzoeksjournalistiek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.