Zeeuwse schrijvers (200): Kees Klok

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 200: Kees Klok.

Maar ook reist hij regelmatig naar Zeeland, en niet alleen vanwege zijn literaire vrienden daar, de mannen van het blad ‘Ballustrada’. Zijn meest Zeeuwse werk is ‘In dit laagland’ (2005), met een 1953-gedicht, een vers over een wandeling bij Westenschouwen en het sombere titelgedicht.

Een cursus schelpdier doen
Kees Klok

door Mario Molegraaf

Dordrecht, ik kan geen kwaad woord over de stad horen. Het is de geboorteplaats van mijn moeder, ik kocht er bij boekhandel ‘De Bengel’ mijn allereerste dichtbundel (Hans Warrens ‘Winter in Pompeï’ nu u het vraagt), en mijn oom dreef er café ‘Vissers Poffertjessalon’ waar hij principieel geen poffertjes serveerde. Dichters uit Dordt hebben daarom bij voorbaat mijn sympathie. Zeker Kees Klok (geb.1951) die aan het café van mijn oom een gedicht wijdde met de toepasselijke titel ‘Het verboden rijk’ en regels als ‘De eerste pornobaas van Nederland/ vond er zijn eerste modellen.’

Kees Klok publiceert dagboeken en dichtbundels, zoals ‘Over de vloedlijn’ (2017). Daarin is hij beland in het grimmige gebied van gedichten tegen wil en dank. Alle illusies zijn verloren, maar de poëzie blijft staan, als zo’n hopeloos verweerde golfbreker in de branding. De dichter kijkt spottend naar zichzelf: ‘En maar zoeken naar het licht,/ de schittering van verdwenen jaren.’ Hij beveelt zichzelf aan: ‘Je zou een cursus/ schelpdier kunnen doen,/ de wereld vanaf een/ mosselbank bekijken’.

Er is uiteraard veel Dordrecht in zijn poëzie en in zijn journalen. Verder neemt hij de lezer mee naar Griekenland, het land van zijn vrouw Stella Timonidou, in 2007 overleden en vaak herdacht, zoals in het mooie ‘Lied van de weduwnaar’ uit ‘Hoe de wereld zich zou openen’ (2012). Maar ook reist hij regelmatig naar Zeeland, en niet alleen vanwege zijn literaire vrienden daar, de mannen van het blad ‘Ballustrada’. Zijn meest Zeeuwse werk is ‘In dit laagland’ (2005), met een 1953-gedicht, een vers over een wandeling bij Westenschouwen en het sombere titelgedicht. Maar al in de bundel ‘Aan de Merwede’ (1999) vatte hij zijn Zeelandgevoel fraai samen. ‘Zeeland, dat is ons rondje/ om de toren van Biggekerke,/ storm op de Domburgse boulevard’, begint het gedicht. Zeeland was voor hem ook ‘het bord ‘Kloetinge’/ waar Hans Warren woont’. En Rilland-Bath vanwege de verhalen van een onderwijzer over de watersnood: ‘Vierenveertig rotjong/ onvermijdelijk in tranen.’ Onlosmakelijk verbonden met Dordt, maar ook een Zeeuwse schrijver, welkom om zijn cursus schelpdier te doen.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.