De anatomie van het geluk

Geluk kun je niet maken

De uit Middelburg afkomstige Julius Reynders (pseudoniem) debuteert met een roman à la Houellebecq. Op zoek naar het geluk, dat er niet is. Behalve als je accepteert dat het leven heel banaal is.

door Jan van Damme

Michel Houellebecq, de bejubelde Franse romancier. Julius Reynders valt in de categorie lezers, die niet genoeg van Houellebecq kan krijgen. ‘Elementaire deeltjes’ is zijn bekendste roman. Daarin beschrijft hij het failliet van de door hippies in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw  opgebouwde maatschappij. De vrije liefde, de vrije opvoeding, het leidt volgens de ruim onderscheiden auteur allemaal tot niets. Julius Reynders: ,,Houellebecq zegt hele absolute dingen. Zijn frustraties, zijn boosheden, die voel ik ook. Een beetje ongenuanceerd, vaak, omdat hij weet dat je daarmee reacties krijgt.”

Met een roman of zes, wat poëzie en essays ben je wel door het werk van de Fransman heen. Julius Reynders wilde meer. En dat was er niet. In 2011 op vakantie met een paar vrienden in Costa Rica en Panama, kwam het idee op om dan maar zelf iets in de geest van Houellebecq te schrijven: ,,Je trof in Costa Rica van die Oostenrijkse vrouwen van zeventig jaar, die daar waren blijven hangen. De sfeer had zo iets triests, die inspireerde me tot een verhaal.” Het bleef bij die ene vakantie-oprisping. Tot hij in 2013 op zijn computer de twintig pagina’s tegenkwam. Hij pakte het verhaal weer op en een jaar later had hij de roman gereed. De zoektocht naar een uitgever verliep via Lex Jansen, die aan het hoofd had gestaan van De Arbeiderspers. Reynders: ,,Ik had een gesprek met hem, heb vervolgens nog wat geschaafd en verbeterd. Mijn manuscript werd ingediend bij De Arbeiderspers. Je moet een lange adem hebben. Maar toen me gevraagd werd om bij de uitgeverij langs te komen, wist ik dat het goed zat.”

Sinds eind vorige maand ligt het romandebuut in de winkel: ‘De anatomie van het geluk’. Inderdaad, meteen uitgegeven door de landelijke gerenommeerde uitgeverij De Arbeiderspers. Niet onder zijn eigen naam overigens. De schrijver maakt gebruik van een pseudoniem: Julius Reynders. Julius vindt hij mooi klinken, Reynders is de naam van zijn oma van vaders kant.

Julius Reynders – foto Wouter le Duc

Dat pseudoniem heeft een reden. De auteur werd in 1987 geboren in Middelburg. Zijn vader was daar van 1997 tot 2000 wethouder. Julius ging aanvankelijk farmacie studeren in Utrecht. Omdat hij liever ‘direct’ met mensen in contact wilde komen, besloot hij in 2008 de versnelde, vierjarige geneeskunde-opleiding te gaan volgen. Hij koos voor de specialisatie psychiatrie en studeerde in 2017 af. Nu is hij als psychiater verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie, hij bepaalt in – soms zware – rechtszaken of iemand al dan niet volledig toerekeningsvatbaar is. Moord en verkrachting, alles komt voorbij. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan het Amsterdam Universitair Medisch Centrum, waarbij de vraag is of het verdovingsmiddel Ketamine kan helpen tegen acute suïcidaliteit.

Het gebruik van de schrijversnaam heeft met zijn werk als psychiater te maken. Reynders: ,,De realiteit is dat patiënten meteen je naam googelen. Ik vind het niet prettig als ze dan ook bij mijn boek uitkomen. Ik wil in mijn spreekkamer niet geconfronteerd worden met vragen over de roman.”

In de roman komen we terecht in de wereld van Jonathan, anno nu. Hij is bijna 38 jaar en heeft qua studie precies de omgekeerde weg bewandeld van de schrijver. Na een jaar geneeskunde switchte hij naar biomedische wetenschappen, omdat de omgang met echte patiënten hem in verlegenheid bracht. Als we hem leren kennen is hij biomedisch wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gaat in zijn eentje op vakantie naar Zuid-Amerika om vrouwen te ontmoeten.  Want dat is er aan de hand: Jonathan is van het verlegene soort, is te dik en hoorde op school bij de groep niet-populaire jongetjes. Betaalde liefde wil nog wel lukken, zeker ook in Bogotá, Cartagena en Panama. Maar dat voorkomt niet, dat we op pagina 32 lezen dat het woord depressie volgens Jonathan vaak ten onrechte wordt gebruikt. Dat weet hij uit eigen ervaring: ,,In werkelijkheid mag er pas van een depressie worden gesproken als men ook daadwerkelijk ziek is;  als het biologische systeem, net als bij diabetes of de ziekte van Crohn, aangedaan is. Ik ben mijn hele volwassen leven ongelukkig geweest en slechts vijf jaar daarvan leed ik aan een depressie.”

Zo’n man dus. In het vliegtuig naar Amsterdam ontmoet hij Michel: een bodybuilderachtig type, 28 jaar, werkzaam in de financiële sector op de Amsterdamse Zuidas. Ze raken bevriend. Michel vertelt over zijn veroveringen: vier Colombiaanse, één Peruaanse en twee vrouwen in Ecuador. Hij heeft met iedere vrouw seks gehad. Michel verklapt Jonathan de geheimen van de ‘Pick Up Artist’, de PUA. Dat blijkt een wereld te zijn, waarin goeroes – vaak Amerikaanse – hun leerlingen leren, hoe ze vrouwen moeten versieren. De ultieme openingszin bij een ontmoeting met een vrouw is volgens de PUA-theorie: ‘Wie denk je dat er meer liegt, mannen of vrouwen?’ Jonathan neemt de lessen ter harte en boekt successen.

Tot zover het boek, het is niet de bedoeling hier het hele verhaal in de uitverkoop te doen. Julius Reynders heeft voor zijn roman zeker uit eigen leven geput: ,,Maar het boek gaat niet echt over mij. Ik heb me wel met de Pick Up Artist-scene bezig gehouden. Daarin doen ze het voorkomen, dat je effectief vrouwen kunt veroveren en dat je op die manier het ultieme geluk kunt behalen. Dat is niet zo.”

De titel ‘De anatomie van het geluk’ is cynisch bedoeld. De schrijver: ,,Met de titel wordt gesuggereerd dat je geluk kunt uittekenen. Mijn visie daarop heeft te maken met hoe vele mensen in het leven staan. De laatste tien jaar vertellen de sociale media ons dat we likes moeten scoren, dat we leuk moeten wonen en er mooi moeten uitzien. Onzin. Je kunt geluk niet afdwingen. Kijk maar in de spreekkamer van de psychiater. Als er een boodschap in mijn boek zit, is het deze: het leven is soms heel banaal. Als je dat accepteert, uit de grond van je hart, dan maak je kans om geluk te vinden.”

Voor de kern van zijn gedachten daarover, verwijst de schrijver naar pagina 159. Daar gaat het over ‘excessieve betekenisverlening’: mensen hebben het gevoel iets belangrijks te doen, terwijl dat nogal meevalt. En dan komt het, met een verwijzing naar gedragswetenschapper Victor Lamme: ,,Excessieve betekenisverlening is een noodzakelijk overlevingsmechanisme, want als we zouden erkennen dat ons bewustzijn slechts een passagier van ons brein is, gebeurt er natuurlijk helemaal niets meer. Victor Lamme heeft met functionele mri-scans aangetoond dat we ons enige milliseconden later pas bewust worden van een keuze die door ons brein reeds gemaakt is. De menselijke geest denkt dat hij voorwaarden schept, maar in werkelijkheid leeft de geest alleen maar voorwaarden na en loopt hij voortdurend achter de feiten aan. Er wordt door het organisme geleefd, en wij slaan het gade.”

,,Dat vind ik een interessant gegeven”, zegt Reynders. ,,We staan erbij en kijken ernaar.”

Hij is al ver gevorderd met een tweede roman. Die speelt in 2036 en verhaalt over een CEO in de luchtvaart, die het elektrisch vliegen wil introduceren.

Julius Reynders: De anatomie van het geluk – Uitgeverij De Arbeiderspers, 272 pagina’s, 19,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.