Tijdschrift Zeeland, september 2018

Voor dit tijdschrift ‘Zeeland’ signaleerde ik het al eerder: je komt nog eens ergens. De redactie kiest ervoor zonder enig voorwoord of inleiding bij de lezer binnen te vallen. Voor het huidige nummer had ik een inleidend woord op prijs gesteld. Een redactie kan in een introductie een op het eerste gezicht minder toegankelijk artikel extra onder de aandacht aanbevelen.

Dat was wat mij betreft nodig geweest voor het verhaal van Frank van Doeselaar. De titel doet al vermoeden dat we het niet meteen over de geschiedenis van – bij wijze van spreken – de molen van Sint Laurens gaan hebben: ‘In de kieren van het narratief. Over onze omgang met het verleden’. De eerste zin: ,,Dit artikel stelt onze omgang met het verleden ter discussie aan de hand van het verschil tussen idiopathische identificatie en heteropathische identificatie.”

Neerlandicus Van Doeselaar promoveerde vorig jaar op het proefschrift Bewegend lezen. Voorstel tot een cinematografische leeshouding. Het is niet meteen een Zeeuws gerelateerd onderwerp. Dat hij toch in ‘Zeeland’ publiceert, verklaart hij zo: ,,Momenteel werk ik – als vervolg en uitbreiding van Bewegend lezen – aan de cinematografische representatie van het Zeeuwse landschap in de Nederlandse literatuur. Dit artikel is de opmaat daartoe.”

Ik heb Van Doeselaars verhaal met plezier gelezen. Dat we ons te sterk laten leiden door herkenning en daardoor veel missen – we lopen te gemakzuchtig op de uitgesleten paadjes en stellen ons tevreden met ‘weinig gefundeerde generalisaties’. Marsmans ‘Herinnering aan Holland’ is nooit ver weg. In mijn volgende vakantie ga ik nu toch eens echt Gewassen vlees van Thomas Rosenboom lezen.

Bart de Graaff – schrijver, journalist, historicus – was in 2015 één van de auteurs van Zeeuwen aan de Kaap. Daarin kwamen we veertig uit Zeeland afkomstige kolonisten tegen. Dieven, messentrekkers, het waren niet meteen de ‘mooiste’ representanten. Nu laat hij in het artikel ‘Zeeuwen in Zuid-Afrika’ in het tijdschrift zien, dat het onderzoek niet stilstaat. Hij vertelt over ‘vrijburgers’, die het leven op de Kaap te hard vinden en willen repatriëren, over een leeuwenplaag en over een probaat drankje als tegengif voor een slangen- of schorpioenenbeet. Nu is er in Zuid-Afrika weinig meer dat herinnert aan de Zeeuwse landverhuizers in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Ze zijn opgelost in het land. Misschien moet je ‘cinematografisch’ kijken, om te ontdekken dat het dorp Reivilo in Noordkaap in 1918 is genoemd naar dominee Olivier – achterstevoren gespeld. Laat nu de stamvaders van die familie Olivier – vertelt De Graaff – afkomstig zijn uit Ouwerkerk: Ockert en Hendrik verhuisden in 1667 naar de Kaapkolonie. Volgens de schrijver is Olivier momenteel een van de meest voorkomende Europese familienamen in Zuid-Afrika. Wat wil je: Ockert kreeg veertien kinderen, Hendrik negen.

Verder in dit nummer: Lisa Bosma schrijft over het Militair Gezag in Zeeuws-Vlaanderen meteen na de bevrijding, Jan Piet Bekker weet met een in Zweden gevonden elandkaak de collectie landzoogdieren van het genootschap op orde te brengen en Ineke Vogels-Wessels Boer gaat in op het diploma van de Vaderlandsche Sociëteit voor Samuel de Wind. Zoals altijd biedt het tijdschrift ruime boekbesprekingen, deze keer van onder andere De tien van Renesse  en Zeeuwse meesters uit de Gouden Eeuw.

Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, jaargang 27, nummer 3, september 2018.

 

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.