Column: Campagne

Ondanks de ongekende zomer hoor je de bietenboeren niet klagen. Afgelopen week begon de campagne: op naar Dinteloord.

**********************

Campagne

door Jan van Damme

Bietenboer, een vak apart. Bij ons thuis ging het over aardappelen en stro. Voor suikerbieten hadden we geen gevoel en geen apparatuur. Ik keek wel eens met ontzag en jaloezie naar de bietenrooiers, die als buitenmaatse ruimtevaartuigen over de groene velden trokken. Soms waren ze bezig, terwijl wij de doodgespoten aardappels van het veld aan het halen waren. Klei, knollen en herfstige luchten, zo klonk het en zo was het.

Dit jaar is de bietenoogst naar volle tevredenheid. Een trotse Karel Martinet bij Heikant vertelde het op de voorpagina van het Zeeuwse katern. Misschien wat droogtestress, maar de Suiker Unie ,,betaalt een beste prijs.”

Eén keer heeft mijn vader het geprobeerd, een perceeltje bieten pal achter het hertenkamp aan de Gerard de Moorsweg bij Groede. Precies in deze tijd van het jaar, eind augustus begin september, zijn we er met een hele kooi volk overheen getrokken om de grootste distels – wij noemden ze stekels – weg te halen. Ik liep mee in het kielzog van de landarbeiders. Mijn handschoenen waren te dun om de stekels aan te pakken.

Het vervoer van bieten paste beter bij ons bedrijf, de vrachtwagens hadden we. Dat bleek jaren later. Met onze twee spruiten, nog maar net halverwege de basisschool gevorderd, liftten we vanaf Vlissingen mee naar de suikerfabriek in Dinteloord. Hoog in de Volvo, uitzicht tot aan de Brabantse Wal, dertig ton of meer suikerbieten in onze nek. Koningen van de weg, dat waren we.

Op het terrein van de suikerfabriek reden we een weegbrug op. ,,En nu d’ruit”, zei onze chauffeur. Hij maakte de kleppen aan de zijkant open. Na een signaaltje naar een regelpunt kiepte onze truck op zijn zij, de bietenlading gleed bommerdebom in een grote trechter. Allemaal suikerklontjes, vertelde ik, de zonen stonden met grote ogen te kijken.

De bietencampagne is begonnen. Rij voorzichtig, met z’n allen.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

3 reacties op Column: Campagne

  1. Johanna Kruit schreef:

    Prachtig verhaal Jan, ik geniet steeds weer van wat je schrijft over je jeugd in Zeeuws Vlaanderen ! Leuk dat je het over een ” hele kooi volk ” hebt . Het woord KOOI hoor je niet vaak meer, ik herken het uit mijn jeugd .

  2. melis van den hoek schreef:

    Herkenbaar Jan.
    Wij brachten de bieten naar Puttershoek en Oud Beijerland.
    De vrachten werden gelost met grote waterspuiten.
    De bieten dreven door smalle betonnen kanaaltjes de fabriek in.
    Een wonder voor mij als kind van tien.
    Toen ik zestien was mocht ik zelf met de tractor en twee wagentjes
    bieten naar de fabriek rijden. De koning te rijk als chauffeur.
    Een Mc Cormick D 439 met twee karren (in ’t Zeeuws) van elk vier ton.
    Op de terugweg volgeladen met bietenpulp voor de koeien.
    De rooier deed toen één rijtje tegelijk. Leve de vooruitgang.
    Dank aan de ingenieurs en de lassers. Jammer van het toch gezellige,
    zware handwerk. We moesten veel te lang werken. Nu beter.
    Campagne groet. Bij ons – Hoekse Waard – staat er MODDER op de borden.

    • Jan van Damme schreef:

      Dag Melis, ik ben zo blij dat er hier weer slik op de borden staat. De tijd van de tractoren naar Sas van Gent heb ik ook gekend. Toen was het pas echt gevaarlijk op de Zeeuws-Vlaamse wegen. Vastgereden slik, slechte verlichting, mist – het was romantiek met risico’s. Dank Melis voor je mooie sfeerbeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.