Zeeuwse schrijvers (193): Rien Vroegindeweij

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 193: Rien Vroegindeweij.

‘De bedoeling van het ouder worden is/ dat je bedorven jeugd steeds mooier wordt’, begint hij een gedicht. Trap er niet in: ‘kijk niet om, want je weet wat/ bijvoorbeeld de vrouw van Lot overkwam.’

In miniatuur ziet hij maximaal
Rien Vroegindeweij

door Mario Molegraaf

Vroeger was alles beter, het geldt zelfs voor Miniatuur Walcheren. De gebouwtjes
zijn misschien nog dezelfde, maar je mist in de Mortierepolder de stemming van het
Molenwater. Zou in de nieuwe omgeving een dichter nog worden geraakt, zoals ooit
Rien Vroegindeweij werd geraakt? Wat een mooi gedicht is zijn ‘Miniatuur
Walcheren’, oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Tussen de middag’ (1988). In
miniatuur ziet hij het Zeeuwse eiland maximaal: ‘Daarop twee steden,/ de dorpen
seroos-aagte-biggekerke/ enzomeer’. Het is er allemaal in het klein, ‘het veerse gat,
de lange jan (…) de boulevard.’

Rien Vroegindeweij is bij uitstek de dichter van later, die juist beseft dat
vroeger helemaal niet alles beter was. Maar o, wat blijft dat verleden trekken, met
een kracht die maakt dat je nauwelijks oog hebt voor het heden, geen aandacht aan
de toekomst besteedt. Een verzamelbundel uit zijn wijze en tegelijk lichte poëzie
noemde hij ironisch ‘Later wordt alles echter’. ‘De bedoeling van het ouder worden is/
dat je bedorven jeugd steeds mooier wordt’, begint hij een gedicht. Trap er niet in:
‘kijk niet om, want je weet wat/ bijvoorbeeld de vrouw van Lot overkwam.’ Voor
wie het toch niet weet: door om te kijken veranderde Lots vrouw in een zoutpilaar,
zie verder de Bijbel, in deze poëzie nogal belangrijk, Vroegindeweij groeide op in
Bijbelvast gebied.

Hij is geboren, zomer 1944, te Middelharnis, niet ver van Zeeland dus, maar
werd een onvervalste Rotterdammer met boeken op zijn naam als ‘Rotterdam voor
beginners’ en ‘Rotterdam voor gevorderden’. Hij schreef vele gedichten over het land
van zijn jeugd, zoals de cyclus ‘Toen de dijken braken’ met opnieuw Bijbelse echo’s:
‘Het werd avond. En het werd morgen. De tweede dag.’ En de dichter verkent
Zeeland. ‘Luctor et emergo’ is een gedicht met opmerkelijke erotische beelden.
Schepen voor anker op de Schelde deinen ‘in de schede van België’. In ‘Gemengde
berichten’ (2006) bezoekt hij Schouwen-Duiveland, de kreken bij Ouwerkerk, een
dorp met Ring, en de Oosterschelde, uitgeroepen tot ‘Nijl van Zeeland’. Een stroom
van vandaag, een stroom van het verleden.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.