Zeeuwse schrijvers (192): Victor Hugo

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 192: Victor Hugo.

Zo’n Zeeuwse reis was in 1867 ingewikkeld, spoorwegen waren er nog niet. Het reisplan voorziet in een boot naar ‘Wemeldingen’, dan een omnibus naar Goes, vervolgens naar ‘Le Sloë a pied’, te voet naar het Sloe.

 Vlag uit voor de dichter
Victor Hugo

door Mario Molegraaf

Straalt Victor Hugo (1802-1885) als een zon boven de Franse literatuur? Of hangt hij
er juist als een donkere wolk boven? De schrijver André Gide zei het prachtig:
‘Victor Hugo, notre plus grand poète, hélas!’ Onze grootste dichter, jammer genoeg.
Hugo was ondanks al zijn kwaliteiten een te opdringerige aanwezigheid, had een te
opzichtige stijl. Uitgerekend hij wilde in de zomer van 1867 incognito naar het nog
volkomen on-toeristische Zeeland reizen. Daarvan kwam niets terecht, hij werd
onmiddellijk herkend en uitbundig geëerd.

In 2017 publiceerde Johan Everaers een alleraardigst boekje ‘Victor Hugo was
hier’. Victor Hugo op Schouwen-Duiveland. Maar dat is slechts een deel van het
verhaal. Over zijn Zeeuwse reis schreef Victor Hugo zelf dagboekaantekeningen.
Zijn zoon, de journalist Charles Hugo (1826-1871), leverde met ‘Victor Hugo en
Zélande’ een veel uitvoeriger verslag. De uitgave uit 1868 die ik gebruik, telt 257
bladzijden, en bij Everaers vinden we daarvan alleen pagina 97 tot en met 157 terug.
Zo’n Zeeuwse reis was in 1867 ingewikkeld, spoorwegen waren er nog niet.
Het reisplan voorziet in een boot naar ‘Wemeldingen’, dan een omnibus naar Goes,
vervolgens naar ‘Le Sloë a pied’, te voet naar het Sloe. Omdat Hugo Hugo is, gaat
het allemaal veel eenvoudiger. In Middelburg blijkt er slechts één hotel, ‘l’hôtel
Bulterys’. Wanneer het gezelschap ’s avond wil dineren zegt de hotelbaas: nee, hier
in Zeeland dineert iedereen om drie uur ’s middags.

Toch wordt het nog genieten, van het prachtige stadhuis en de tapijten, van
een uitstapje naar Domburg. ‘De duinen gezien’, schrijft Hugo. En ‘de polder van
West-Chapel’, heel duur in aanleg en onderhoud. Later wacht Zierikzee, door hem
gespeld als ‘Zierykzée’. Waarom heeft men de vlaggen uitgestoken, vraagt de
dichter, is het een feestdag? Nee, het is voor u, krijgt hij te horen. En de koets
vervoerde eerder de koning van Nederland, maar nu ‘le roi de la grande république
universelle’ (de koning van de grote universele republiek). Ze wisten in Zeeland wat
zo’n grote dichter toekwam, en niemand die het feest verzuurde met een ‘Hélas!’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Zeeuwse schrijvers (192): Victor Hugo

  1. Johan Everaers schreef:

    “Victor Hugo was hier” kreeg om misverstanden te voorkomen de ondertitel “Victor Hugo op Schouwen-Duiveland.” Molegraaf spreekt van een “alleraardigst boekje.” Dat beschouw ik als een compliment.
    Jammer dat hij daarna opmerkt: “dat is slechts een deel van het verhaal” en “bij Everaers vinden we alleen pagina 97 tot en met 157 terug”. Bij niet-ingewijden kan daarmee de indruk worden gewekt dat ik delen heb weggelaten. Dat is niet het geval. De pagina’s 158 tot en met 257 gaan vrijwel geheel over het bezoek van het Hugo-gezelschap aan Dordrecht en de terugreis naar Antwerpen. Ook de eerste twintig pagina’s van “Victor Hugo EN ZÉLANDE” (zie de afbeelding. Het lijkt alsof Victor Hugo de auteur is van En Zélande!) gaan niet over Zeeland. Met bijvoorbeeld aanvullingen uit de Carnets van Victor Hugo voldoende stof voor nog een alleraardigst boekje: “Victor Hugo was hier. Victor Hugo in Dordrecht.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.