Zeeuwse schrijvers (191): Maan Leo

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 191: Maan Leo.

Niets is echt bij Maan Leo en het verbaast dus niet dat ze, aan het begin van het hoofdstuk ‘Ik ben superleuk/ superslim/ superstom’, schrijft: ‘De natuur vind ik een nogal overgewaardeerd fenomeen’.

We willen méér Maan, meer van hetzelfde

door Mario Molegraaf

Kan Maan Leo ooit nog Maan Leo overtreffen? Zij debuteerde in 2012 met het heerlijke en hartveroverende ‘Ik ben Maan’. Een geweldige zegen en misschien een geweldige vloek. Er zijn inmiddels een opus twee (‘Huwelijkse voorwaarden’) en een opus drie (‘De tussenpersoon’), op zichzelf uitstekende boeken, maar toch maantjes die worden overstraald door deze maan met zonnekracht. De lezer ziet haar worstelen met haar vroegere zelf. ‘Ik word namelijk verondersteld de mensheid te verbluffen met een nieuw boek. Terwijl ik niks te zeggen heb,’ erkent ze in ‘Huwelijkse voorwaarden’. Met andere woorden: hoe word ik weer bijzonder, even bijzonder als in dat omstreden, ongelooflijke, overrompelende opus één?

Zelfs de inhoudsopgave van ‘Ik ben Maan’ was speciaal. Een autobiografie in zeventien regels. Regels als ‘Ik ben gerontofiel’, ‘Ik ben borsten’, ‘Ik ben bi’ en ‘Ik ben een bestseller’. Ja, dat laatste wist ze al van te voren. Zelden zo’n zelfbewust boek gelezen, of is dit vertoon juist het toppunt van onzekerheid? In het rijtje met de inhoudsopgave mis ik trouwens één ding: ‘Ik ben Zeeuw’, maar ze schrijft veel over haar woonplaats Middelburg en omstreken. ‘Dat pseudo-antieke, pittoreske Walcherse stadje (…) heeft net genoeg te bieden om een meisje als mij binnenboord te houden’. Zoals ‘niet al te doodse kroegen’ en ‘een shop voor fetisj-kleding’.

Dat laatste brengt ons naar een van haar favoriete onderwerpen, de lust van de pijn, SM, de mysterieuze schijnwereld van ‘hand- en voetboeien, spreidstangen en andere gezelligheid’, in haar woorden ‘een puur paradoxale ervaring’. Niets is echt bij Maan Leo en het verbaast dus niet dat ze, aan het begin van het hoofdstuk ‘Ik ben superleuk/ superslim/ superstom’, schrijft: ‘De natuur vind ik een nogal overgewaardeerd fenomeen’. Wel gaat ze graag naar het strand, ‘zeker wanneer aan de rand ervan een pannenkoekenpaviljoen ligt, zoals in Dishoek.’ Je zou ‘Ik ben Maan’ een kroniek van haar alledaagse leven kunnen noemen, maar dan op hoogst onalledaagse manier aangepakt. Daarom is de wens zo logisch: we willen méér Maan, meer van hetzelfde, nu net het grootste gevaar voor een schrijversloopbaan.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.