Zeeuwse schrijvers (189): Ru de Groen

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 189: Ru de Groen.

Ze zijn weggelopen vanwege hun vader, door iedereen ‘de boer’ genoemd. ‘Hij deed dingen’, legt Jaap aan zijn oom uit. Vroeger met hem, later met zijn zusje.

De toren van thuis
Ru de Groen

door Mario Molegraaf

Meteen achter Hellevoetsluis begint Zeeland, denken veel mensen. Zo kon een
recensent Een dagje in de stad, de pas verschenen derde roman van Ru de Groen
(112 pag./ €18,99/ Van Oorschot, Amsterdam), uitroepen tot een Zeeuws verhaal.
Voor één keer doe ik mee en lijf ik Goeree-Overflakkee bij Zeeland in. En annexeer
daarmee tegelijk deze korte, maar grootse roman voor de Zeeuwse literatuur.
Daarvoor zijn verschillende argumenten te bedenken, bijvoorbeeld dat het verhaal
aan de vooravond van 1 februari 1953 speelt, zo’n essentiële datum in de Zeeuwse
geschiedenis.
Een dagje in de stad is vooral bijzonder vanwege het vele dat er níet staat,
vanwege alles wat wordt verzwegen. Het indrukwekkendste voorbeeld is de slotzin.
Oom Stoffer en zijn neef Jaap gaan per auto vanuit Rotterdam richting de pont naar
Goeree. Een tocht die wordt afgedaan met een schijnbaar achteloos: ‘Morgen zou het
alweer februari zijn.’
Oom Stoffer verliet zijn eiland na een affaire met de vrouw van de dominee.
Sindsdien geldt hij op Goeree als de duivel in persoon. Maar hij blijft dromen van
‘de toren van thuis’. Op een avond begin 1953 melden zich ineens de kinderen van
zijn broer bij zijn Rotterdamse woning, Anna en de wat oudere Jaap. Ook zij zijn op
de vlucht, en geleidelijk begrijpt de lezer wat er is gebeurd. Ze zijn weggelopen
vanwege hun vader, door iedereen ‘de boer’ genoemd. ‘Hij deed dingen’, legt Jaap
aan zijn oom uit. Vroeger met hem, later met zijn zusje. Daarbij betrapte Jaap de
boer en in zijn woede heeft hij de man met een schop doodgeslagen. Hij vermoedt
tenminste dat zijn vader het niet heeft overleefd. ‘Ik moet mijn daad onder ogen
zien’, beseft Jaap, dankzij het werk van een door zijn oom geregelde prostituee snel
volwassen geworden. Daarom gaat hij op die stormachtige avond op weg met zijn
oom. Terug naar hun toren van thuis. Een maximum aan drama in een boekje van
minimale omvang. Vooral daarom lijkt Ru de Groen een Zeeuwse schrijver: als
kampioen van het fraaie streven ‘Geen woord te veel hoor’.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.