Simba

Allure op het water

Met een verleden van tachtig jaar heeft een schip heel wat te vertellen. Veronica Frenks schreef het verhaal van het motorjacht Simba, bouwjaar 1938.

door Jan van Damme

Het beste motorjacht dat er tot nu toe is gemaakt. Dat schreef architect Frits Mulder in 1940, twee jaar nadat de door hem ontworpen ‘Simba’ in de vaart was gekomen. Een bakdeksalonkruiser, zo werd het schip genoemd, geschikt voor de Zeeuwse wateren en de Belgische rivieren. In staal geklonken met een zware kiel en een licht gebogen romp, witte steunzeilen en een art deco-interieur. Met elegante maten: 15,40 meter lang, 3,70 meter breed en een diepgang van 1,20 meter.

De Simba op het Veerse Meer – foto Lex de Meester

Vorige maand legde de Simba weer eens aan in Veere, een haven die de afgelopen tachtig jaar vaak werd aangedaan. Deze keer voor een speciale gelegenheid. Om de tachtigste verjaardag van het schip te vieren werd het boek ‘Simba, allure op het water sinds 1938′ gepresenteerd. Veronica Frenks uit Vlissingen is de schrijfster. Zij was in 2013 al in beeld als maritiem chroniqueur, toen ze de geschiedenis van de honderdjarige hoogaars Jetty boekstaafde.

De Simba is in eerste instantie een Belgisch verhaal. Antwerpenaar François Caers, vermogend bierbrouwer en ervaren schipper, laat het motorjacht in 1938 bouwen. Hij legt het schip op de linkeroever in de jachthaven van de prestigieuze Societé Royale Nautique Anversoise. Al in 1939 wordt Veere bezocht, tijdens de zogenaamde Pinkstertocht. De route loopt van Antwerpen naar Terneuzen, over de Westerschelde door het Kanaal door Zuid-Beveland en over de Oosterschelde. Vele cocktails, een groots diner ter afsluiting, het mag wat kosten.

Na de Duitse inval in 1940 gaat het fout. De Simba verdwijnt van haar boei bij de jachtclub. Later vindt Caers zijn schip terug in dienst van een Duits marinekorps. Hij mag niet aan boord. Nog in dat eerste oorlogsjaar raakt de Simba beschadigd tijdens een bombardement. Caers krijgt zijn schip in slechte staat terug, beschadigd door bomscherven, met een vastgelopen motor en een groot deel van de inventaris is ontvreemd.

Veronica Frenks schrijft de geschiedenis van de Simba aan de hand van de eigenaren. In 1947 komt het motorjacht in bezit van de Gentse familie Hebbelynck. Adolphe Hebbelynck is vooraanstaand in de textielindustrie en vice-commodore van de Gentse jachtclub Royal Belgian Sailing Club. Hij heeft meerdere schepen. De Simba wordt het moederschip van zijn vloot. ’s Zomers ligt het in de pas aangelegde haven van Terneuzen. Albrecht Dürinck is in de weekeinden schipper en kok van de Simba. Doordeweeks is hij sleepbootkapitein bij Muller. In de jaren vijftig doet het motorjacht vaak mee aan de Veere-Terneuzentocht, de herdenkingsschildjes bevinden zich nog steeds aan boord.

De periode 1964-1969 krijgt de Simba twee nieuwe eigenaren, eerst Haelterman, dan De Vos. Het zijn de jaren dat het aantal motor- en zeiljachten snel toeneemt. In 1969 komt de Simba in Nederlandse handen: Piet Wilten in het Brabantse Drimmelen slaat zijn slag, als hij de advertentie ziet waarin het schip voor 100.000 gulden wordt aangeboden. Het echtpaar Wallenburg-Lootsma neemt de Simba tussen 1979 en 1986 in gebruik als woonschip, de ligplaats is in Vreeland aan de Vecht. In 1986 komt het jacht weer in Drimmelen terecht, als Gerard Wilten – zoon van de vorige eigenaar Piet – zich aandient. Hij laat de Simba compleet renoveren. In 1999 koopt Geert van der Wijst uit Breda de bakdeksalonkruiser. In 2001 is hij in Veere. Pagina 80: ,,Het schip krijgt meteen een ereplaats aan de steiger voor de Sociëteit.”

Veronica Frenks: Simba, allure op het water sinds 1938 – Uitgave van Ma Plume, hardcover, 106 pagina’s, 15,- euro.

Dit bericht is geplaatst in Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.