Modern wereldwonder

Voor het AD/PZC Magazine van 9 juni schreef ik een inleidend stukje bij enkele fotopagina’s van de Deltawerken. Die verschenen ter gelegenheid van de publicatie van een samenvattend werk over wat er na de Ramp van 1953 aan grote waterstaatswerken was gerealiseerd: ‘Modern wereldwonder. De Deltawerken, toen en nu’.

Solide slot op de deur

door Jan van Damme

De watersnood van 1953 was een Ramp. Grote delen van zuidwest-Nederland veranderden in zee en 1836 mensen kwamen om het leven. Zo’n catastrofe vroeg om een grootscheeps en doortastend antwoord. Dat antwoord was het Deltaplan: een gedurfd en baanbrekend project dat nieuwe overstromingen moest voorkomen. Waterstaatingenieurs spraken over ‘een solide slot op de deur’. Ze besloten alle zeegaten behalve de Westerschelde af te dammen. De Haringvlietdam, de Brouwersdam en de Veerse Gatdam: op die manier zou de kustlijn met 700 kilometer worden verkort. In dat rijtje hoorde ook de Oosterscheldedam, maar dat werd een verhaal apart.

Al in 1954 ging de eerste schop de grond in. Toen werd net ten oosten van Rotterdam begonnen met de bouw van de stormvloedkering in de Hollandse IJssel. De daaropvolgende jaren vulden beelden van kolossale caissons en speciaal ontworpen kabelbanen voor het storten van betonblokken de wereldjournaals. Hoe nietig de mens, hoe groots zijn werk: de stem van het Polygoonjournaal wist er wel raad mee. De Nederlandse delta werd veiliger, kreeg de beschikking over grote zoetwatermeren en werd ook nog eens een walhalla voor zeilers, duikers en andere recreanten.

In 1997 werden de Deltawerken afgerond met de ingebruikname van de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg. Terugkijkend op de oorspronkelijke plannen was er één grote aanpassing in het plan doorgevoerd: de afsluiting van de Oosterschelde. Milieuactivisten en schelpdiervissers vormden eind jaren zestig een effectief front tegen de sluiting van de zeearm. Hoewel er al met de bouw van de dam was begonnen, besloot het kabinet-Den Uyl toch tot de aanleg van een met schuiven afsluitbare pijlerdam, die de zilte natuur in de Oosterschelde zou sparen. Het kunnen van de Nederlandse waterbouwers stond altijd al in hoog aanzien, maar toen koningin Beatrix in 1986 de schuiven van de Oosterscheldekering voor het eerst liet zakken, werd er over het achtste wereldwonder gesproken.

In het vandaag verschenen boek ‘Modern wereldwonder. De Deltawerken, toen en nu’ lezen we hoe de zee met beton en staal werd beteugeld. Eind goed, al goed? Er worden weer kieren in de dammen gemaakt en de stijging van de zeespiegel lijkt nog niet ten einde. De punt die achter de deltawerken is gezet moet vrijwel zeker een komma zijn.

Willem van der Ham e.a.: Modern wereldwonder. De Deltawerken, toen en nu – Uitgeverij Boom, 446 pagina’s, 39,90 euro.

AD/PZC Magazine, 9 juni 2018

Dit bericht is geplaatst in Waterstaat met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.