Flora Zeelandica

Alle wilde planten van Zeeland in één boek: de Flora Zeelandica is een gewichtig standaardwerk, dat alle groen op stranden, schorren, dijken, duinen, dammen en landerijen in kaart brengt.

door Jan van Damme

Het is ongetwijfeld het meest arbeidsintensieve boek van de laatste jaren. Honderden vrijwilligers hebben hun steentje bijgedragen om de wilde planten in Zeeland in kaart te brengen. Van moeraswolfsklauw (pagina 173) tot schermhavikskruid (pagina 974), zo’n negentienhonderd plantensoorten in totaal. Ecoloog Peter Meininger coördineerde de afgelopen drie jaar het totale project. Vandaag presenteert hij in het Provinciehuis in Middelburg het resultaat: de ‘Flora Zeelandica – Verspreiding van wilde planten in het Zeeuwse landschap in heden en verleden’, 1008 pagina’s in een harde omslag, op de weegschaal doet het boek 4,1 kilo.

Is Zeeland een bijzonder plantengebied? Schorren met lamsoor en zulte komen lang niet overal voor. Zeekool, zeevenkel en strandbiet laten zich ook alleen zien op de ontmoetingsplaats van land en zee. Deltadammen hebben zo hun eigen plantensoorten, zoals de duinwespenorchis en grote tijm.

Tweede belangrijke vraag: gaat het goed met de Zeeuwse flora? Dat is een lastige. In het inleidende hoofdstuk kraken Peter Meininger en Chiel Jacobusse een paar harde noten. Peter Meininger is adviseur ecologie bij Rijkswaterstaat, Chiel Jacobusse is hoofd ecologie en kwaliteitszorg bij Het Zeeuwse Landschap. Ze herinneren aan de inundaties tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen op Schouwen-Duiveland, Tholen en Walcheren ruim 26.000 hectare door zout water werd overstroomd. In Zeeuws-Vlaanderen kwam daar nog eens 2600 hectare door zoet water bij. De watersnood van 1953 had grote gevolgen voor wederom Schouwen-Duiveland en Tholen, maar ook voor delen van Noord- en Zuid-Beveland. In die overstroomde gebieden stierven alle bomen en planten. Herstel of rekolonisatie, zo werd duidelijk, is een kwestie van heel lange adem.

Die oorlogs- en natuurrampen werden gevolgd door een periode van grootscheepse herverkavelingen, waarbij heggen, slingerwegen, drinkputten en natte graslanden verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen grote, diep ontwaterde percelen en rechte sloten met steile taluds. Vanuit het oogpunt van plantenrijkdom en -verscheidenheid is er in elk geval sprake van een enorme verarming, er is weinig ‘vuulte’ meer over. Weinig vogels ook, veldleeuwerik en graspiepers laten zich niet meer zien.

Peter Meininger – foto Lex de Meester

Dat is wel een algemeen punt in het plantenverhaal: menselijk ingrijpen is in het deltagebied allesbepalend. Dat kan ook goed uitpakken. Zo heeft de aanleg van de deltadammen nieuwe planten in Zeeland gebracht. Op de Veerse Gatdam signaleert Meininger sikkelklaver, goudhaver en brede ereprijs: ,,Typisch planten die eigenlijk voorkomen in het Nederlandse rivierengebied. Ze zijn meegekomen met de klei die uit het Brabantse Empel werd gehaald om de nieuwe dijklichamen van zand af te dekken. Hier in Zeeland doen ze het goed, terwijl ze in het rivierengebied onder druk staan of zelfs zijn verdwenen.”

Zo zijn er meer verrassingen. Ga maar eens kijken op de door de ‘groenen’ lang verketterde campings. Toeristen uit andere landen nemen zonder dat ze er erg in hebben zaden mee, die kunnen ontkiemen op kale seizoenplaatsen. Afgelopen jaren werden er bijzondere namen aan de plantenlijst toegevoegd, zoals het zeldzame knolbeemdgras en de stekelvruchtige boterbloem.

Nog een vraag, waarover floristen en landschappers een boom kunnen opzetten: gebeurt er voldoende om de plantenrijkdom op peil te houden of zelfs te stimuleren? Ook daarop kan geen simpel ja of nee worden geantwoord. Er is de afgelopen decennia zo’n 5000 hectare landbouwgrond omgezet in natuurgebied. De zilte graslanden en brakke moerassen van Plan Tureluur op Schouwen-Duiveland zijn daarbij als het meest ambitieuze project aan te wijzen.

Peter Meininger heeft een paar suggesties, waarmee bestuurders en beheerders op relatief simpele wijze bij kunnen dragen aan rijker groen in de provincie. Ecologisch bermbeheer, waarbij het maaisel wordt afgevoerd, helpt zonder meer. En waar we met z’n allen blij zijn met de blauwe vlaggen voor de schone stranden, heeft de man van de Flora Zeelandica ook een voorstel: ,,Het schoon vegen van het strand is dramatisch voor het ecosysteem. Zorg dat er hier en daar een strook is, waar de wieren blijven liggen. Die trekken vliegjes, die trekken plevieren. Wie vindt dat het wier stinkt kan altijd een eindje verderop gaan zitten.”

Flora Zeelandica. Verspreiding van wilde planten in het Zeeuwse landschap in heden en verleden – onder redactie van Peter Meininger, Uitgeverij Floron, 1008 pagina’s, 35,- euro.

****************************

Lezen of niet lezen?

Die vraag is hier eigenlijk niet aan de orde. Meer dan duizend pagina’s, ga er maar aan staan. Het eerste deel – tot pagina 169 – bestaat uit prettig leesbare inleidingen, waarin de planten in diverse landschappen worden beschreven. Daarbij moet landschap breed worden opgevat: ook Veerse Meer en Markiezaatsmeer tellen mee, net zo goed als de deltadammen en campings.

Het overzicht van de wilde planten in Zeeland is rijk voorzien van foto’s en kaarten, waarop de verspreiding is aangegeven. De tabel met gegevens over talrijkheid, trend, inheems of incidenteel en bescherming is een welkom, snel te scannen informatiepunt.

Voor een boek als dit moet je woorden als monumentaal en bijzonder gebruiken. Peter Meininger en de zijnen hebben een indrukwekkend werk verricht. En dat we daarvan kunnen genieten voor slechts 35,- euro, is mooi meegenomen.

Dit bericht is geplaatst in Natuur met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.