Porgy in de polder

Onlangs werd in Terneuzen de biografie van Frank Koulen (1922-1985) gepresenteerd: ‘Porgy in de polder’. Over het leven van een ondernemende, gekleurde man, die het Terneuzense jazzpodium Porgy en Bess groot maakte. ‘De neger’ werd hij genoemd. Niet tot zijn genoegen.

door Jan van Damme

Frank Koulen is voor altijd het boegbeeld van jazzpodium Porgy en Bess in Terneuzen. Het lijkt wel of de eerste ‘zwarte’ man in de Scheldestad en de oprichter van het nog altijd populaire jazzcafé steeds beroemder wordt. Als de berichten kloppen wordt er nog dit jaar een standbeeld van hem onthuld in de Noordstraat, niet ver van het muziekcentrum. Gisteren werd zijn levensverhaal in boekvorm gepresenteerd: Tjeu Strous schreef het op onder de titel ‘Porgy in de polder’.

De publicatie van de biografie is aanleiding om Paul, de op één na oudste zoon van Frank Koulen, op te zoeken. Daarvoor moeten we naar Leusden, vlakbij Amersfoort. Paul Koulen woont daar met zijn vrouw Joan aan de rand van de stad, met uitzicht op het platteland. Hij is 68 jaar en heeft er na een studie politicologie een levenslange carrière als ‘ontwikkelingseconoom’ bij de Verenigde Naties op zitten. Djoeba – of Juba – in Zuid-Soedan was zijn laatste standplaats. Daar beheerde hij een VN-opbouwfonds van 15 miljoen dollar. Als hij de namen noemt van de landen, waar hij werkte of die hij voor zijn werk bezocht, kan bijna heel Afrika, Latijns Amerika en het Caribisch gebied worden aangekruist.

Frank Koulen leidt de parade van de bevrijders op 5 mei 1945 in Terneuzen. foto collectie Paul Koulen

De foto op de cover van het boek vertelt veel over vader Frank Koulen. Het is een beeld van de Terneuzense bevrijdingsdag op 5 mei 1945. We zien een korps mariniers marcheren, allemaal blanke mannen, met helemaal in zijn eentje voorop die ene gekleurde man die trompet speelt. Die eenling is Frank Koulen. Hij komt uit Suriname en is met de geallieerden tijdens de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen in Terneuzen terechtgekomen. Daar ontmoet hij zijn grote liefde Vera van den Bruele, dochter van een Belgische textielwinkelier. Ze gaan samen de wolwinkel in de Noordstraat runnen. Frank ontpopt zich als zakenman en wordt bij de Terneuzense huisvrouwen geroemd om zijn gevoel voor kleur. In 1957 demonstreert hij de eerste breimachine in Zeeuws-Vlaanderen en… opent tegenover de textielzaak de lunchroom ‘Porgy en Bess’.

In het boek van Tjeu Strous staat alles te lezen over de herkomst van Frank Koulen – zijn wortels in het slavernijverleden in Guyana – en wat hij in Terneuzen en wijde omstreken allemaal klaarspeelt. Zo komt ook het kortdurende avontuur begin jaren zestig met de uitgaansgelegenheid in Wachtebeke voorbij en lezen we hoe de Roof Jazzband uit Gent in 1960 het begin vormt van een lange, lange rij jazzoptredens in Porgy en Bess, met grootheden als Oscar Harris en de Twinkle Stars, Boy Edgar en Chet Baker. Ook wordt eraan herinnerd dat hij in 1973 aan de wieg staat van het Terneuzense jazzfestival. Koulen laat de Scheldestad swingen.

Zoon Paul kan zich die tijd levendig voor de geest halen. Hij zegt: ,,Mijn vader had best heel erg kunnen genieten van het eerbetoon dat hem nu ten deel valt voor wat hij voor de stad heeft gedaan. Helaas heeft hij tijdens zijn leven te laat erkenning gekregen, eigenlijk pas in de jaren tachtig. Voor die tijd was er weinig tot geen respect voor hem en ondervond hij veel tegenwerking. Er werd geprobeerd om Porgy en Bess uit de Noordstraat weg te krijgen. Het gerucht ging dat het een hoerentent zou zijn, een rossig café. Terwijl dat nooit het geval is geweest. Terneuzen was er snel bij om een graantje mee te pikken van de activiteiten van mijn vader en was heel traag in het geven van erkenning.”

Natuurlijk komt ‘de neger’ ter sprake. Zo stond Frank Koulen immers bekend: ‘We gaan wat drinken bij de neger…’ Paul Koulen reageert: ,,Veel mensen claimden de vrijheid om mijn vader ‘de neger’ te noemen. Dat kwam vaak grievend over. Je werd immers teruggebracht tot je huidskleur. Ik herinner me een keer dat we als kinderen kattenkwaad hadden uitgehaald en de politie aan de deur kwam. Hoe weet je dat het mijn jongens waren, vroeg mijn vader. Er waren gekleurde kinderen bij, dus die moeten van jou zijn, was het antwoord. Je werd in een hokje geduwd. Ik was voor de Terneuzenaren in die tijd een halfbloed. Mensen noemden me zelden bij mijn naam, ik was er één van de neger. Ik voelde me geaccepteerd, ik had een veilig thuis, maar ik werd wel elke dag met mijn neus op het feit gedrukt, dat ik anders was.”

Vader Koulen is heel zijn leven geïnteresseerd geweest in vrijheidsbewegingen. Na de oorlog werd hij liever niet als marinier naar Indonesië uitgezonden, omdat hij de opstandelingen als broeders zag. Frank en Vera kregen zeven kinderen. De namen van de zoons zijn vaak veelzeggend. Paul zelf is vernoemd naar Paul Robeson, een zwarte film- en musicalster. De naam van zijn jongere broer Patrick verwijst naar Patrice Lumumba, de eerste zwarte leider van het onafhankelijke Congo. Marcus Garvey, voorvechter van burgerrechten voor zwarten in Amerika, komt terug in de naam van zoon Mark.

,,Hij was”, zegt Paul Koulen, ,,een dynamische, strenge vader. Misschien werkte de eerste jaren nog de militaire discipline door. Onze nagels en oren werden gecontroleerd, waren die niet schoon dan zette hij ons buiten onder de tuinslang. Sindsdien sla ik geen wasbeurt meer over. Tot ik zeven jaar was hebben we in de Noordstraat gewoond. Toen zijn we verhuisd naar de bungalow, die het ‘kippenkot van de neger’ werd genoemd. Daar hebben al die jazzmusici in de tuin gezeten. Mijn vader speelde zelf trompet. Alle kinderen hadden ook een instrument. Ik speelde klarinet maar ben nooit ver gekomen. We waren nauw betrokken bij Porgy en Bess. Als 7- of 8-jarige vond ik het magisch om lege flesjes te sorteren. Er was altijd schoonmaakwerk te doen. En ik hielp bij de opbouw van het podium, het geluid en het licht. Aan die vaardigheden heb ik later veel gehad, toen ik in landen werkte waar regelmatig de stroom uitviel. In Guyana heb ik in ons huis wel eens een hele serie 12 voltlampjes op de accu van de auto laten branden.”

Paul Koulen bij een portret van zijn vader Frank Koulen. foto Saskia Berdenis van Berlekom

Paul volgde HBS B op het katholieke Sint Jansenius in Hulst. Van zijn klasgenoten ging bijna niemand verder studeren. Paul wel. Zijn laatste middelbare schooljaar verbleef hij in het kader van een uitwisselingsprogramma in Denver in de Amerikaanse staat Colorado. ,,Dat was 1967-1968. April 1968 werd Martin Luther King vermoord, twee maanden daarna Robert Kennedy. Daar tussendoor was de oorlog in Vietnam steeds in het nieuws. Voor mij was het onbegrijpelijk wat ik op mijn school en in mijn gastgezin zag: er was totaal geen politieke interesse. Typisch blanke, Amerikaanse middenklasse. Op eigen verzoek heb ik nog op een ‘zwarte gettoschool’ meegedraaid. Die leerlingen waren veel armer maar hadden wel belangstelling voor de wereld. Je ziet nu in Nederland, in Europa, dezelfde blikvernauwing als destijds in blank Amerika. Mensen zijn vooral bezig met hun eigen welvaart, met hun eigen persoonlijkheid en uitstraling. De integratie in ons land verloopt moeizaam. Kijk naar het kabinet Rutte, daarin zit geen enkele kleur. Ik vraag me wel eens af waarom we hier nog steeds zo bezig zijn met wat zich tijdens de oorlog afspeelde. Wie heeft Anne Frank verraden, zus A of zus B? Ondertussen spelen zich in de Middellandse Zee drama’s af en gooien onze F 16’s bommen op gezinnen in Syrië.”

Straks een standbeeld. Nu een biografie. Paul Koulen is blij met de erkenning die zijn vader krijgt: ,,Beter laat dan nooit.”

Tjeu Strous: Porgy in de polder – Uitgeverij Den Boer | De Ruiter, 276 pagina’s, 19,50 euro.

********************************

Muziek en slavernij

In het boek ‘Porgy in de polder’ vertelt Tjeu Strous het levensverhaal van Frank Koulen, de oprichter van jazzpodium Porgy en Bess in Terneuzen. Elk hoofdstuk heeft een titel gekregen, die ontleend is aan de opera ‘Porgy and Bess’. In het eerste deel worden titels van liedjes uit de opera gebruikt, zoals ‘O Lawd, I’m on my way’ en ‘I got plenty o’ nuttin’. In het tweede deel staat het lied ‘Summertime’ centraal: de begintonen zijn door Koulen honderden keren op zijn trompet geblazen. Behalve voor het leven van Koulen is er ook aandacht voor de geschiedenis van de slavernij, de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen in 1944 en de na-oorlogse ontwikkeling van Terneuzen. Schrijver Tjeu Strous (1950) was journalist, FNV-bestuurder en wethouder cultuur in Middelburg. Hij werkte twaalf jaar bij de Rotterdamse Kunststichting. Na zijn pensionering schreef hij ‘Hannema’s Universum’ over directeur Dirk Hannema van Museum Boijmans van Beuningen tijdens de oorlog.

 

*********************************

Lezen of niet lezen?

door Jan van Damme

Tjeu Strous heeft een uiterst lezenswaardige biografie geschreven. Een echt levensverhaal, we komen veel te weten over die gekleurde, ondernemende man die in Terneuzen bleef hangen. Over zijn successen, maar ook over zijn mislukkingen. Hij heeft het lang niet altijd gemakkelijk gehad. Dat zijn kleur daarbij een rol speelde, achtte de man zelf waarschijnlijk. Zie pagina 161: ,,Frank laat het d-woord (discriminatie) nog net niet vallen.

Een paar kleinigheden. Dat het meervoud van café met een vaste s wordt geschreven, is bekend. Sommigen (pagina 175) hoort terug te slaan op personen, Franks kinderen vragen ook een vaste s (pagina 188).

Minder futiel vind ik de wijze, waarop Strous de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen aan de lezer presenteert. Op pagina 75 spreekt hij onomwonden van ‘de foute strategie van Montgomery’. Ik vind dat je dat als auteur niet mag schrijven. Dat geldt ook voor het volgende (pagina 78): ‘Er zit voor de geallieerden niets anders op dan de dijk bij Westkapelle met bommen door te breken’. Dat zijn boude beweringen, die in een boek volgens mij echt anders geformuleerd zouden moeten worden.

Zoals ik al zei: kleinigheden, maar niet onbelangrijk. Dat laat onverlet dat ik dit boek van harte kan aanbevelen. Al is het maar omdat Strous mooi duidelijk maakt dat de ‘grote’ geschiedenis ook in Terneuzen landt. In Ter watte? Inderdaad: in Terneuzen.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.