Wim Hofman (97): Ouder dan oud

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst.  Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Maar ook nu probeert men wel dingen te vinden tegen ouderdom dat men steeds meer als een ziekte gaat zien die men bestrijden moet.

Ouder dan oud

door Wim Hofman

Uit het Boek der Kennis (1687):

“ Neem jonge zwaluwen uit hun nest, twaalf in getal, rozemarijntoppen, laurierbladeren, aardbeibladeren, van elk een hand vol; snijd de lange veren van de zwaluwvleugels en staarten af, leg de zwaluwen in een stenen vijzel, met de kruiden erbovenop en stamp ze fijn, ingewanden, veren, botten en al; vermeng ze vervolgens met drie pond varkensreuzel en zet dit een maand lang in de zon, breng het daarna aan de kook en zeef het, bewaar de zo verkregen zalf en smeer deze op de pijnlijke plekken.”  Het smeersel was vooral goed voor stokoude mensen die er, volgens de Pharmacopeia uit 1654, goed aan zouden doen om zwaluwen te eten, waardoor hun verslechterde gezichtsvermogen zou verscherpen.

Oude mensen konden in die tijd echter, om langer dan gebruikelijk te leven misschien beter de Duizend Jaar Oude Arabische Drank drinken.

Voor dit middel was nodig: kaneel, gewone peper, klaprozensap, gedroogde rozen, watergamander, raapzaad, florentijnse lis, champignon, hars, mirre, saffraan, gember, zuring, ganzerik, steentijm, malrove, steeneppe, sennabladeren, costus, witte en grote peper, marjolein, bloemen van schaafstro, gomhars, terpentijnolie, mastrich, cassia, spijknardus, bloemen van de berggamander, storax, peterseliezaad, herderstasje, zevenblad, zenegroen, sap van hypocristus, hennep, berewortel, gentiaan, anijs, Jenvelzaad, sphragide, geroosterde calchetis, amomum, gele lis, balsemien, griekse valeriaan,  hertshooi, acacia, peenzaad, galbanum, sagapenum, bitumen, aposonax, ricinusolie, duizendguldenkruid, clematis, attische honing en falerner wijn.

Mensen deden altijd van alles en nog wat om maar ouder dan oud te kunnen worden. Zo stelden sommigen zich zo vaak als maar kon bloot aan maanlicht, anderen gingen bij voorkeur onder het groenige licht van vijgebomen en moerbeibomen slapen, hetgeen in de achttiende eeuw een probaat middel was tegen vergrijzing. Men werd zo gemakkelijk 180 jaar of ouder.

Of men moest bepaalde spreuken dan eens in het rechter, dan weer in het linkeroor zingen, of het onderste deel van sleutelbloem en duivekervel in neusgaten uitpersen, bij voorkeur nog voor de haan kraaide. Kruiskruid joeg helse jicht op de vlucht en de pioen hielp tegen maanziekte.

Dat was allemaal vroeger. Maar ook nu probeert men wel dingen te vinden tegen ouderdom dat men steeds meer als een ziekte gaat zien die men bestrijden moet. Zo weet iedereen wel van rimpelgladstrijkende antihydraterende  zalfjes of over antioxydanten tegen vrije radicalen. Maar soms gaat men verder. Zo bestaat er bijvoorbeeld iets dat men parabiose noemt en waarbij men vers bloed van jonge mensen bij ouderen inbrengt, waardoor ze (de ouderen) weer fit en pril en jong en kwiek worden. Goedkoop is het natuurlijk niet.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.