Column: We riepen bosneger en bleekscheet naar elkaar

Afgelopen week verscheen ‘Porgy in de polder’, het levensverhaal van Frank Koulen, de oprichter van Porgy & Bess in Terneuzen. Ik las daarin dat de familie moeite had met ‘de neger’, de naam die heel Terneuzen gebruikte als het om Frank Koulen ging. In een interview bevestigde zoon Paul Koulen dat de term als grievend werd ervaren. Ik moest daarbij terugdenken aan mijn jeugdvriend in Groede.

We riepen bosneger en bleekscheet naar elkaar

door Jan van Damme

Orang oetan, riepen we. En maakten slingerbewegingen met onze armen. Onze kreten galmden tegen de gevels van de Molenstraat. Kale kaaskoppen! Zo, die konden we in onze zak steken.

Ik moest aan die vrolijke woordenstrijd denken, toen ik in ‘Porgy in de polder’ aan het lezen was: het boek van Tjeu Strous over Frank Koulen, de eerste neger in Terneuzen die zo werd genoemd lang voor dat woord een negatieve bijklank kreeg. Hij was de oprichter van het nog steeds beroemde jazzcafé Porgy en Bess.

Opeens een andere kleur in je witte gemeenschap, dat kwam in die na-oorlogse jaren vaker voor. Ook in Groede. Ik had helemaal geen benul van verschillen. Maar op het katholieke lagere schooltje zaten vier kinderen van Indonesische ouders, ze waren echt bruin.

Een van hen was van mijn leeftijd. We werden vrienden. Ik kwam bij hem thuis, in het uit betonplaten opgetrokken woninkje naast graanhandel Risseeuw. Indonesië, veel meer wist ik niet. Het kan best zijn dat de meeste kinderen van het gezin in Nederland werden geboren. Voor mijn gevoel waren ze er van het één op het andere moment. Als ik na school met hem meeging, riepen we bosneger en bleekscheet naar elkaar en maakten geluiden waarvan we dachten dat je ze in het oerwoud hoorde.

Bij hem thuis trof ik zijn vader met een berg aardappels op tafel. Hij was ze aan het schrappen, een bezigheid die ik niet kende. Mijn moeder schilde de piepers altijd, we hadden er immers een schuur vol van. De vader legde uit dat hij wist wat honger was en dat je geen voedsel mocht verspillen.

Na de lagere school verloor ik mijn vriend uit het oog. Jammer, nooit meer van hem gehoord. Zijn ouders liggen begraven op het katholieke kerkhof. Ze hebben mooie portretfoto’s op hun zerken.

PZC6 juni 2018

 

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.