Zeeuwse schrijvers (181): Kees ’t Hart

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 180: Kees ’t Hart.

Kees ’t Hart is  een heel andere schrijver dan Maarten ’t Hart, met wie hij niet alleen de achternaam maar ook het geboortejaar 1944 deelt. Maarten is van het onvervalste realisme. Bij Kees is alles volkomen onecht, juist wanneer het bedrieglijk echt lijkt.

Balsemiek plaisir
Kees ’t Hart

door Mario Molegraaf

Kees ’t Hart is vast de grootste fan van de schrijfster Betje Wolff, op 24 juli 1738
geboren te Vlissingen. ‘Mijn heldin geliefde minnares mijn woord/ Mijn huid en haar
en alles wat ik was en ben/ Dat is zij: Betje, Betsie en Elisabeth’ en zo nog vele even
ademloze als adembenemende strofen meer. In dit gedicht ‘Aan Betje Wolff’, te
vinden tussen ‘Het leven van Frank Zappa’ en ‘Willy Alberti’ in de bundel ‘Ik weet
nu alles weer’ (2008), legt de schrijfster haar lot in zijn handen: ‘Kees zei ze ga jij
maar van me schrijven/ Blijf me trouw en laat me overleven.’

Kees ’t Hart heeft vooral over haar geschreven in Ter navolging (2004), een
bizarre maar heerlijke roman die bestaat uit brieven, mails, sms’jes. Kees ’t Hart is
een heel andere schrijver dan Maarten ’t Hart, met wie hij niet alleen de achternaam
maar ook het geboortejaar 1944 deelt. Maarten is van het onvervalste realisme. Bij
Kees is alles volkomen onecht, juist wanneer het bedrieglijk echt lijkt.

Het plan van Kees ’t Hart was om met ‘Ter navolging’ Betje Wolff en Aagje
Deken te ‘ontbraven’, en dat is hem voortreffelijk gelukt. De hoofdpersoon, hun
nazaat Vincent Gorter, doet onderzoek naar hen en belandt daarbij op de vreemdste
sporen en dwaalsporen. De dames zouden porno hebben geschreven en zouden, veel
erger, zich op aardappelsmokkel hebben toegelegd.

Na deze roman kan niemand meer denken dat archieven saaie oorden zijn.
Natuurlijk belandt Vincent Gorter in Zeeland, voor de archieven, voor Betje Wolff,
maar ook vanwege zijn vriendin Mies. Haar vader, tevens de promotor van de
onderzoeker, gelooft ‘dat de jongelui behoorlijk hard van stapel lopen.’ In Vincents
visie heet het: ‘Gy was in Domburg wel seer myn vloeyende, lieve vriendin die ik tot
het ochtenddauw volop beminde.’ Email uit de eenentwintigste eeuw in van de
schrijfster uit de achttiende eeuw geleende taal: ‘Wat een balsemiek plaisir voor een
Jongeman zoals ik.’ Voor een volgende keer verzoekt hij zijn liefje ‘myn pikkermans
in Uw Clavirio te entameren.’ Zo klinkt dat dus, ontbraven.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.