De Belgische ratelslang

Joop Evertse schreef een roman, waarin een hoofdrol is weggelegd voor de Lewis Gun. We leven mee met de mannen, die de lichte mitrailleur bedienen.

door Jan van Damme

Het kwam wel eens voorbij op een verjaardag in de jaren zestig van de vorige eeuw in Oudelande. Een feestganger had een borreltje op en verklaarde stoer: ‘Als ik die figuur tegen zou komen, dan schoot ik ‘m dood’. De vader van Joop Evertse reageerde dan met de opmerking: ‘Dat zou wel eens moeilijker kunnen zijn dan je denkt’.

Die reactie had alles te maken met de oorlogservaringen van vader Evertse. In de meidagen van 1940 vocht hij bij de Grebbeberg tegen de Duitsers. Volgens zoon Joop vertelde hij nooit over zijn belevenissen als mitrailleurschutter tijdens de vijf oorlogsdagen. Het meeste wat Joop te weten kwam hoorde hij van de uit Noordwijk afkomstige hulpschutter van zijn vader.

In zijn nieuwste boek ‘De Belgische ratelslang’ heeft Joop Evertse een belangrijk deel gewijd aan de gevechten bij de Grebbeberg. Zijn vader speelt daarin een hoofdrol onder de naam Leijn de Zeeuw, afkomstig uit de Zak van Zuid-Beveland. Er komt een scène in voor, die verklaart waarom vader Evertse opmerkt dat iemand doodschieten nog niet zo makkelijk is.

Op pagina 455 is de Garde Jagers, waarvan Leijn de Zeeuw deel uitmaakt, aan het terugtrekken. Of op de vlucht, daar lijkt het ook op. In Rhenen neemt Leijn met zijn mitrailleur – een Lewis Gun – drie SS’ers onder vuur die hen bijna hebben ingehaald: ,,Even aarzelde hij, maar dan, meer uit een reflex dan als een bewuste handeling, haalde hij de trekker over. (…) De voorste, met in zijn hand een pistool en in de andere een steelhandgranaat, deed nog een poging gericht op hen te schieten, waarbij hij zijn lichaam half draaide. Hij was net te laat, want voordat hij af kon drukken rukte de vuurstoot uit de Lewis zijn halve borstkas eraf. Kogels gingen dwars door hem heen en boorden zich in de buik van de man schuin achter hem. De derde werd ook geraakt (…) Opnieuw haalde Leijn de trekker over (…). Bloed, stukken vlees, longweefsel en uniformstof spatten hoog tegen de muur op.” Als het voorbij is zegt Leijn tegen zijn maat Frits: ,,Ik heb ze doodgeschoten. Helemaal kapot. Zo van dichtbij, die ene keek me nog aan. Man, Frits, dat raak ik nooit meer kwijt.”

‘De Belgische ratelslang’ is de tweede roman, die Joop Evertse onder het pseudoniem Quinten de Zeeuw publiceert. In 2014 debuteerde hij met ‘Allemaal fillers’, een soldatenroman die tijdens de Koude Oorlog speelt.

Evertse (foto) werd in 1945 geboren in Oudelande. Hij maakte carrière in het gemeentelijke ambtenarencircuit en ging, toen hij 35 jaar was, rechten studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In 2001 begon hij een zelfstandig adviesbureau. Hij was ook bestuurlijk actief, als wethouder in Leerdam en de gemeente Giessenlanden, van 2007 tot 2011 was gij gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland. Momenteel woont hij in Hardinxveld-Giessendam. Zeeland is nog steeds bekend gebied voor hem, met een tante in Goes en enkele neven elders in de provincie. ,,Maar”, zegt hij, ,,als ik nu in Oudelande kom, ken ik er weinig mensen meer.”

Het schrijven kwam geleidelijk. Evertse publiceerde in vakbladen. In 2003 leverde hij een bijdrage aan het boek dat Frank Janssens over de watersnood in de Zak samenstelde. Evertse zegt dat hij meer een verteller is dan een schrijver, maar toch: ,,Ik kreeg echt plezier in het schrijven.”

Australische militairen in actie met de Lewis Gun, 1917-1918 – foto captain F. Hurley

De tweede roman draait helemaal om de Lewis Gun, de mitrailleur die in Duitse gelederen ook wel de ‘Belgische ratelslang’ werd genoemd. In het eerste deel leven we mee met Isaac Newton Lewis (1858-1931). Hij is de Amerikaanse kolonel die als uitvinder van de naar hem genoemde mitrailleur te boek staat. Het tweede deel heet ‘De Schutters’. Daarin volgen we eerst de belevenissen van de Welshe schoenmaker Henry Greenhill en de Amerikaanse mijnwerkerszoon Johnny Vandalem, die beiden in de Vlaamse en Franse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog terechtkomen. Ze nemen een bijzondere positie in, omdat ze een Lewis Gun, een lichte mitrailleur met een plat trommelmagazijn bedienen. Greenhill komt getraumatiseerd en gedecoreerd uit de oorlog. Vandalem wordt het slachtoffer van Helmuth Schlosser, een Duitse sluipschutter. Leijn de Zeeuw is de derde hoofdpersoon. Hij bemant de Lewis Gun tijdens de meidagen van 1940 en meteen na afloop van de oorlog als bewaker van NSB’ers in Fort Ellewoutsdijk. De Duitser Helmuth Schlosser keert terug in het voorlaatste hoofdstuk tijdens de Slag om de Schelde in 1944.

Alle schutters bouwen een bijzondere band op met hun wapen. Henry Greenhill heeft het over zijn ‘meisje’, Johnny Vandalem vertrouwt meer op zijn wapen dan op God en over de Zeeuwse mitrailleurschutter Leijn de Zeeuw lezen we op pagina 456, dat hij met de Lewis in zijn armen wakker wordt, ,,alsof het een vrouw was.” De vijanden hebben een totaal andere visie op het wapen. ‘Verfluchte Sau, du dreckige Rasselschlange’, zegt een Duitse krijgsgevangene op pagina 281, ,,hij haalde zijn neus op en spoog een grote groene fluim op de mantelloop van het wapen.”

Eén hoofdrolspeler in het boek is nog niet genoemd: de duivel. Die ziet met een tevreden grijns dat de Lewis Gun in al die jaren anderhalf tot twee miljoen slachtoffers maakt.

Quinten de Zeeuw: De Belgische Ratelslang – Uitgeverij Aspekt, 536 pagina’s, 24,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Historische roman, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.