Vers op Zondag 118: Anneke Schenk

Elke zondag kijken we ernaar uit: een nieuw Zeeuws vers. De vijfde serie loopt. Seizoenen, locaties en jaren tellen niet. Of juist wel! Vandaag aflevering 118: Anneke Schenk.

*****************

mei 1940

pianosnaren kringelen omhoog
tussen het smeulend puin

mijn grootvader zoekt
naar wat nog rest
in zijn verbrande huis

een theekopje geblakerd
maar nog heel

hij neemt het mee
als hij verdwaasd
gaat door de straten
van de verwoeste stad

laatst heb ik het gebroken

Dit bericht is geplaatst in Zeeuwse Poëzie met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Vers op Zondag 118: Anneke Schenk

  1. Johanna Kruit schreef:

    Wat een ontroerend gedicht Anneke, er staat geen woord te veel in !

  2. Theo Raats schreef:

    Mooi Anna. Alles van waarde….

  3. Jan Versluys schreef:

    Een fijn gevoelig gedicht waarbij de tijd en de emotie de hoofdrollen spelen. Omdat er staat ” de verwoeste stad” moet ik aan Rotterdam denken en wat daar gebeurd is in W.O.2. Een ontroerend beeld : de vader loopt verdwaasd door de gebombardeerde stad.
    Hij heeft er zijn hoofd niet bij…….zoals het beeld van Zadkine het hart mist.
    Treffende overeenkomst.
    Nu blijven er alleen maar scherven over van wat eens een kleinood was. Is het dat wat de dichteres ons wil vertellen met dit gedicht?
    Alles wat ons leven waardevol maakt gaat eens stuk. Er resten slechts scherven.
    Een gedicht dat me tot nadenken dwingt over de “waarde bepaling” in mijn leven.

  4. melis van den hoek schreef:

    Wat een eufemistische omvorming van doffe dreunen en donkere wolkenkolommen naar
    kronkelende kapot gesprongen snaren van de piano. Muziek en moed zijn niet te verwoesten. Je kunt als mens beschadigd uit de oorlog komen, aangedaan; maar nog sterk genoeg om te overleven en verder te gaan. Het kopje herinnert je steeds aan het verleden en ontwikkelt beelden in je hoofd. Je hebt het gebroken, laatst; je zegt niet wanneer en hoe. Was het een ongelukje of wilde je juist voorgoed met oorlogsellende breken. Voor mij als lezer is dit open einde de essentie van dit veelzeggende gedicht.

  5. Marieke Tur-de Bree schreef:

    Dag Anneke,
    Zelf heb ik de oorlog niet meegemaakt, maar mijn ouders woonden in Schiedam, vlak bij de havens en die hebben ook heel zwaar te lijden gehad van de oorlog. Mijn vader werd
    tijdens de razzia van 1944 weggevoerd naar Duitsland. Veel vertelde hij er niet over, maar het zat diep van binnen. Hij is al lang geleden overleden, maar door jouw gedicht komt dat allemaal weer naar boven.
    Groeten van je achternicht uit Oostburg.
    Marieke de Bree.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.