Peter Vandermeersch over de journalistiek

Peter Vandermeersch: ‘We moeten vertrouwen veroveren’

Hoofdredacteur Peter Vandermeersch van NRC Handelsblad nam dit jaar de Van Randwijklezing voor zijn rekening. Hij sprak over de journalistiek: ,,In een zee van nepnieuws willen wij een baken van vertrouwen zijn.’’

Een interview.

door Jan van Damme

Even kijken wie we zaterdag 5 mei in de Sint Jacobskerk in Vlissingen op de kansel hadden staan. Hij wordt de ‘troetelbelg’ van het tv-programma ‘De Wereld Draait Door’ genoemd. In vrijwel alle interviews zegt hij: ,,Ik wil de beste krant ter wereld maken.’’ En ook: ,,Journalistiek is mijn leven.’’ Met daaraan toegevoegd, omdat het ook wel eens wil spetteren in zijn krantenlokalen in Amsterdam: ,,In mijn karakter zit nog altijd een soort stomende vulkaan.’’

Het mag duidelijk zijn: de Van Randwijklezing werd dit jaar uitgesproken door een journalist in hart en nieren. Peter Vandermeersch, geboren Vlaming, van 1999 tot 2010 hoofdredacteur van de Vlaamse krant De Standaard, sinds 2010 roerganger van NRC Handelsblad. Nog in de loop van dit jaar hoopt hij officieel zijn Nederlandse paspoort in ontvangst te nemen. Zodat, geeft hij er altijd als reden bij, hij zijn stem kan uitbrengen voor het parlement van het land waar hij woont en werkt. Dat hij tegelijk zijn Belgische nationaliteit moet laten varen, noemt hij jammer maar in deze streng gereguleerde tijden onvermijdelijk. Natuurlijk houdt hij vrienden en familie in Vlaanderen, hij zal er blijven komen.

Het mailtje kwam vorig jaar november binnen. Of hij ervoor voelde de Van Randwijklezing 2018 voor zijn rekening te nemen? Vandermeersch: ,,Ik kende de Van Randwijklezing door David Van Reybrouck, de Vlaamse cultuurhistoricus en schrijver. Hij was op 5 mei 2014 de spreker in Vlissingen. Voor die tijd had ik nooit van Van Randwijk gehoord. Ik kwam te weten dat hij in het verzet zat en de grondlegger was van het weekblad Vrij Nederland. En dat hij stukjes schreef in het Handelsblad – dat is dan ook weer aangenaam. De uitnodiging om te komen spreken bracht veel twijfel. Heb ik een verhaal dat je aan Van Randwijk kunt koppelen? Een verhaal dat ook actueel en relevant is en dat een link heeft met wat ik zelf doe? Ik heb er vele weken over gedubd. Tot ik opeens het thema te pakken had: de journalistiek. Natuurlijk. Kijk naar wat Van Randwijk en de zijnen deden, hoe belangrijk zij het vonden dat er nieuws werd gebracht in moeilijke tijden. Voor dat ideaal hebben letterlijk vele honderden hun leven gegeven. Als we dan het nieuws in 2018 in ogenschouw nemen, dan blijkt dat we nog altijd moeten strijden voor een goede, genuanceerde pers. Internationaal vallen er nog steeds doden, hebben we journalisten te betreuren die hun leven geven voor hun ideaal. Op die manier kan ik in mijn lezing reflecteren op ons journalistieke werk. En vertellen wat we beter kunnen doen en beter kunnen laten. Ik ga vijftien tot zeventien zaken noemen, die we als journalisten in eigen handen hebben. Vijftien tot zeventien, ik ben nog aan het schrijven.’’

foto Merlijn Doomernik

,,Ik was een jaar of vijftien, toen ik met vrienden in Brugge de film ‘All the Presidents Men’ zag. Ik durfde het tegen niemand te zeggen. Maar ik ben meteen nog twee keer gaan kijken. Zo fantastisch, de controle van de macht, de val van een president. Toen wist ik zeker dat ik journalist wilde worden. Het was me wel duidelijk dat je daarvoor beter een universitaire studie kon volgen. Het had rechten kunnen zijn, of psychologie. Het werd middeleeuwse geschiedenis in Gent. Daar heb ik het klassieke bronnenonderzoek geleerd en heb ik helder leren schrijven.’’

,,De journalistiek ligt onder vuur, absoluut. Vanuit de politiek. Trump noemt ons ‘enemy of the people’. Wilders in Nederland gebruikt ongeveer dezelfde woorden. En in België laat Bart De Wever zich ook in die trant uit. Economisch gezien liggen we eveneens onder vuur. Er is veel gratis nieuws, dat stelt het voortbestaan van kranten waarvoor je moet betalen ter discussie. Terzelfder tijd zijn er kansen. We zitten hier in Amsterdam, waar de nieuwe krant over vijftien minuten zakt. Het is toch amper te bevatten dat je vrijwel op hetzelfde moment diezelfde krant in Singapore of waar ook ter wereld kunt lezen.’’

,,Wat we in eigen handen hebben. Vijftien tot zeventien zaken. Ik noem zaken, waarvan zal worden gezegd: die behoren tot de basis van het vak. Maar ik noem ze toch. We kunnen ons vak beter uitoefenen als we feiten en meningen streng scheiden. En als we afstand houden tot onze bronnen. Ik heb me druk gemaakt over het ‘correspondence dinner’ met Rutte. Ik vind ook niet dat wielerjournalisten prijzen moeten uitreiken aan wielrenners. Nog zo een: we moeten als journalisten meer de straat op. Natuurlijk hebben we dat al eerder en vaker gehoord. Maar het is en blijft van belang. Net als de diversificatie van redacties. Niet alleen man-vrouw, maar ook mensen met verschillende culturele achtergronden.’’
,,Anders gezegd: de journalistiek moet vertrouwen veroveren. Terugveroveren misschien. Laat ik het zo formuleren: het gaat niet om kranten maken, het gaat niet om nieuws maken, nee, het gaat wel en vooral om het winnen van vertrouwen. We zitten momenteel in een zee van nepnieuws en onnieuws. Daarin willen wij als professionele nieuwsbrengers een baken van vertrouwen zijn. Transparantie is daarbij noodzakelijk. We moeten tonen dat we het ook niet allemaal weten. Als in Den Haag de discussie speelt over de nota’s die ten grondslag liggen aan de afschaffing van de dividendbelasting, dan mogen we door het sleutelgat kijken naar wat er achter de deur gebeurt. We zien slechts de schaduwen in de grot van Plato.’’

,,Grondiger en genuanceerder ons vak uitoefenen. Dat zijn we verplicht aan de Van Randwijks, die bereid waren hun leven te geven omwille van ons vak. Bovendien is de journalistiek te belangrijk om te laten verkwanselen door de economie. Afgelopen jaar is onze oplage 5 procent gestegen. Die tendens zet dit jaar door. In dat opzicht is er meer hoop dan pakweg tien jaar geleden. Als landelijke krant kunnen we onze broek nog ophouden. Dat ligt anders in de regio. Ik heb grote zorgen over de kwaliteit van de regionale journalistiek in West-Europa. In Tervuren bij Brussel, daar heb ik nog een huis. Laatst sprak ik de burgemeester daar. Het was al maanden geleden dat er een journalist in zijn gemeenteraadsvergadering was geweest. Straks is er regionaal niemand meer die weet hoe de vork in de steel zit. Dat is ongelooflijk slecht voor onze democratie. Ik ben een echte liberaal. Maar misschien moet de politiek actie ondernemen om de regionale journalistiek op de been te houden.’’

,,De grote landelijke kranten hebben een bereik van anderhalf miljoen lezers, 10 procent van de Nederlandse bevolking. Wie bereikt de mensen buiten die groep? Daar ligt volgens mij een taak voor de publieke omroep. Programma’s als Nieuwsuur, daarmee komen we er niet, want daar kijken vooral hoog opgeleiden naar. Het gaat om een hele grote groep mensen. Als ‘de markt’ het niet kan of niet doet, is er overheidstussenkomst nodig die de publieke omroep mogelijkheden geeft.’’

,,Kijk, hier aan de muur in mijn kantoor hangt een groot scherm. We noemen dat het ‘big board’. Daarop zie je welke artikelen op dit moment digitaal het meest worden gelezen. Toen we met deze meting begonnen, waren we bang dat verhalen over Barbie het hoogst zouden scoren. En wat zien we? Artikelen over Theresa May en over de memo’s van Rutte worden het meest gelezen. Dat zijn de stukken die wij ook belangrijk vinden. Zelf ben ik heel erg geïnteresseerd in Afrika. Als een berichtje over Mali niet zo goed scoort, dan wil ik wel mijn best doen om met een betere kop en mooiere foto meer aandacht te trekken. Levert dat 20.000 lezers extra op, dan vind ik dat heel mooi. Klimaat, rechtsstaat, onderwijs, de kwaliteit van onze democratie: dat zijn de onderwerpen waarop we ons moeten richten. We zetten niet in op Waylon en het songfestival. Wel op het controleren van de macht, we willen bouwstenen aanleveren voor het vormen van een mening. Als we dat goed doen, dan ben ik relatief optimistisch over de toekomst van de journalistiek.’’

**************************

Peter Vandermeersch

1961 geboren in Torhout
1978-1983 studie middeleeuwse geschiedenis in Gent
Twee keer gehuwd: een zoon en een dochter uit het eerste huwelijk, een zoon uit het tweede
1988 journalist op de cultuurredactie van De Standaard
1992 correspondent in Parijs
1996 adjunct-hoofdredacteur De Standaard
1998 correspondent New York
1999 hoofdredacteur De Standaard
2010 hoofredacteur NRC Handelsblad
Publiceerde in 2017: Ik zou zo graag van jullie houden – Een Vlaming op zoek naar Nederland

*********************************

Van Randwijklezing
De Van Randwijklezing is sinds 2005 onderdeel van het Bevrijdingsfestival Zeeland. In de lezing staan de begrippen vrijheid en verdraagzaamheid centraal. Eerdere sprekers waren onder anderen Jan Marijnissen, Alexander Pechtold, Henk Vonhoff, Job Cohen, prinses Mabel, Max van der Stoel, Kader Abdolah, Ernst Hirsch Ballin en Heleen Dupuis. De lezing is genoemd naar schrijver, journalist en verzetsheld H.M. van Randwijk (1909-1966). Hij was tijdens de oorlog de stuwende kracht achter het illegale blad Vrij Nederland. De Van Randwijklezing 2018 werd zaterdag 5 mei uitgesproken om 11.00 uur in de Sint Jacobskerk in Vlissingen.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.