Zeeuwse meesters uit de Gouden Eeuw

Een Zeeuws huis vol schilderijen

Rembrandt kennen we. Johannes Vermeer ook. Maar Philips Angel? En Pieter Borselaer? Het zijn vergeten Zeeuwse meesterschilders uit de Gouden Eeuw, die nu in Zierikzee het volle licht krijgen.

door Jan van Damme

Een paar schilderijen in huis, dan voelen we ons tegenwoordig al een hele Piet. Liefst prominent boven de bank, of in de eethoek. Als je vertelt, dat halverwege de 17e eeuw een Zierikzees gezin gemiddeld veertig schilderijen aan de muur had hangen, wordt er gek opgekeken. Veertig? Gemiddeld?

In de Gouden Eeuw waren schilders populair. De welvaart was zo ruim verspreid dat ook ambachtslieden volop meededen aan de mode. Om een voorbeeld te noemen: pasteibakker Hubrecht Goltzius aan de Appelmarkt in Zierikzee beschikte in 1644 over niet minder dan 36 schilderijen en 9 prenten. Meest van eigentijdse kunstenaars.

Kort gezegd: kunst in de nog jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een goede manier om te laten zien, dat het goed met je ging. Die trend was in Zeeland zelfs nog sterker dan in Holland. In de Zeeuwse steden drongen de modegrillen uit Vlaanderen en Brabant makkelijker door. Hoe zuidelijker hoe Bourgondischer, daar kregen we in het deltagebied een tik van mee.

Dirck van Delen, Paleis met tuin en vergezicht met bergen, (detail), 1640, Goedaert Collectie.

Met ingang van zondag 15 april kunnen we in het Stadhuismuseum van Zierikzee een indruk krijgen van de schilderijen die er rond 1650 in de Zeeuwse huiskamer hingen. Met dank aan Delftenaar Kees Beaart (1947). Hij raakte vanaf 1996 in de ban van de Middelburgse insectendeskundige Johannes Goedaert (1617-1668). Met grote gevolgen: vorig jaar stond Beaart aan de basis van een expositie over Goedaert in het Zeeuws Museum in Middelburg en verzorgde hij een boek over de man die rupsen, larven, vliegen en kevers bestudeerde. Het liefst had hij ook schilderijen en tekeningen van Goedaert verzameld. Die bleken op de internationale markt bedragen met minstens vier nullen  op te moeten brengen. Beaart besloot daarop een verzameling aan te leggen van in vergetelheid geraakte tijdgenoten van Goedaert.

Een selectie van schilderijen en tekeningen uit die collectie is met ingang van komend weekeinde in Zierikzee te zien.

We komen daar werken tegen van kunstenaars als Hendrick Berckman, Pieter Borselaer, Laurens Craen, Philips Angel. Vergeten namen, verdwenen onder het stof van de tijd. Halverwege de 17e eeuw waren zij bekende Zeeuwse fijnschilders, die in woningen van bestuurders en rijke handelaars in Zeeland – en daarbuiten – konden hangen, maar ook door timmerlieden, bakkers, vissers en andere middenstanders werden aangekocht. Kunsthistorica Katie Heyning in Middelburg publiceerde vorig jaar ‘Turbulente tijden’, een studie over zorg en materiële cultuur in Zierikzee tussen 1500 en 1600. Nu selecteerde zij uit de collectie van Beaart de werken voor de expositie, en breidde voor de gelegenheid haar eerdere onderzoek uit naar de 17e eeuw. Als steekproef bekeek ze 46 boedelinventarissen uit het archief van de Zierikzeese Weeskamer in de periode 1625-1685. Die inventarissen maken duidelijk, dat Zierikzeese huizen in die tijd vol hingen met schilderijen: de gang, de keuken, de woon- en slaapkamers. Katie Heyning publiceert haar bevindingen over de schilders en hun klandizie in ‘Zeeuwse meesters uit de Gouden Eeuw’, een rijk geïllustreerd boekwerk dat zaterdag tijdens de opening van de expositie wordt gepresenteerd.

Philips Angel: Baardkuifhoenders, circa 1650, Goedaert Collectie.

We moeten het als een hausse zien, vertelt de kunsthistorica. Zeeland was tot het laatste kwart van de 17e eeuw één van de welvarendste regio’s van de Lage Landen. Middelburg was het centrum, daar werkten ruim honderd schilders, verenigd in het Sint Lucasgilde. Onder hen waren ook kunstenaars, die in Goes en Zierikzee woonden. Ze schreven zich toch in als lid van het Middelburgse gilde, omdat er in hun eigen woonplaats te weinig vakbroeders waren. Katie Heyning: ,,Ze waren geen Rembrandts, maar ze maakten beslist verdienstelijk werk. Als ik er één mocht kiezen, dan zou ik de ‘Baardkuifhoenders’ van Philps Angel meenemen. Die hoenders zien er zo leuk uit!”

Onder de Zeeuwse schilders waren alle genres vertegenwoordigd: portretten, stillevens, religieuze taferelen, landschappen, historiestukken, zeeschilderingen. De beroepsgroep moet opgesplitst worden in ‘grofschilders’ en ‘fijnschilders’. De grofschilders waren de ambachtslieden, die zich hadden gespecialiseerd in het decoratieve werk op koetsen, deuren en zolderingen. Fijnschilders werkten op doek en paneel en kwamen in de woningen te hangen. Tot pakweg 1670 konden ze een goede boterham verdienen. Daarna was het vrij snel afgelopen, de mensen die nog schilderijen kochten gaven de voorkeur aan ‘oude meesters’ en hadden geen belangstelling meer voor eigentijdse kunstenaars.

Zeeuwse meesters uit de Gouden Eeuw – een selectie uit de Goedaert Collectie:
 – Expositie in het Stadhuismuseum Zierikzee, 15 april 2018 t/m 31 maart 2019
 – Publicatie van Katie Heyning: Uitgeverij WBOOKS, 96 pagina’s,  14,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Kunstboeken met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.