Zeeuwse schrijvers (175): Tofik Dibi

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 175: Tofik Dibi.

Een oma, getuige van zijn geboorte, ziet hem als een onvervalste Vlissingener. Maar  een tante roept bozig dat hij een Marokkaan is, ‘vergeet je roots niet!’

Koranles in Vlissingen
Tofik Dibi

door Mario Molegraaf

Tot de meest begaafde Zeeuwse schrijvers hoort ongetwijfeld Tofik Dibi. Hoezo een
Zeeuwse schrijver, hoor ik sommige lezers denken. Waarmee we meteen bij de kern
van de zaak zijn. Ben je Turks of Marokkaans, is de vraag die Dibi, tussen 2006 en
2012 kamerlid voor GroenLinks en vooral de schrijver van de autobiografie ‘Djinn’
(2015), voortdurend krijgt voorgelegd. Hij kan dan antwoorden: nee, ik ben Zeeuw,
trots en terecht, want hij werd in 1980 geboren te Vlissingen, groeide daar op, en zijn
zus voetbalde bij VC Vlissingen. Nog overtuigender identiteitspapieren nodig?
Terugkeren, zo schrijft hij, ‘betekent voor mij de trein naar Zeeland pakken.’

Toch is dat niet het laatste woord. De wereld is verdeeld over zijn herkomst.
Een oma, getuige van zijn geboorte, ziet hem als een onvervalste Vlissingener. Maar
een tante roept bozig dat hij een Marokkaan is, ‘vergeet je roots niet!’ In zijn eigen
borst zetelen ook twee zielen, blijkt uit ‘Djinn’: ‘Ik voel me nooit zo sterk Nederlander
als wanneer ik in Marokko ben, nooit zo compleet Marokkaans als wanneer ik in
Nederland ben.’

Zijn Vlissingse verhaal is anders dan anders. Hij schrijft over de Koranlessen
daar, die hem slecht bevielen. Zijn vader valt weg en een tijd speelt een stiefmoeder
de baas over hem, eentje uit de boeken: ‘Ze was juf in Marokko, dus ze is bedreven
in corrigerende tikken.’ Hij en de andere kinderen worden uiteindelijk toegewezen
aan hun ‘mama’. Dat betekent een verhuizing naar Amsterdam, in veel opzichten een
verbetering, maar er blijft volop heimwee naar Vlissingen.

De ‘djinn’ uit de titel, een boze geest, verwijst naar de strijd tussen Dibi’s
homoseksualiteit en zijn religie. Juist de pogingen zijn aard te verbergen brengen
hem in akelige hoeken van de wereld. Als politicus verdedigt hij homorechten, maar
als persoon speelt hij verstoppertje. ‘Djinn’ is zijn coming-out, zijn verzoening.
Mohammed en Allah zijn volgens hem niet homofoob, wel ‘de mensen die de Koran
interpreteerden’. Zijn dankwoord begint hij met een uitbundige verklaring aan het
adres van Allah. Een Allah met een speciaal filiaal in Vlissingen.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.