Wim Hofman (89): Ei

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst.  Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Je had witte en bruine hazen, sommige met mandjes met eieren op de rug en een broek aan met bretels, want dieren worden steeds meer vermenselijkt en zoveel mogelijk politiek correct gemaakt.

***************************

Ei

door Wim Hofman

Zo, dat was Pasen. Het grote lentefeest begon al vroeg met allerlei eieren en hazen en met een toestroom van toeristen. We hebben weinig protesten over de toeristen gehoord, die nog zachtjes Bach zingend (het slotkoor van de Mattheus-passie) Zeeland binnen stroomden, en ook vernamen we geen  gezeur over de kleur van de eieren of de hazen. Je had witte en bruine hazen, sommige met mandjes met eieren op de rug en een broek aan met bretels, want dieren worden steeds meer vermenselijkt en zoveel mogelijk politiek correct gemaakt. Er waren ook witte en bruine chocolade eieren, een aantal ervan hol, hetgeen een symbool is: niet alles in het leven is hoopvol en niet in alles schuilt geluk. Ook daar werd niet moeilijk over gedaan, want velen van ons beseffen dat onderhand wel.

Er waren natuurlijk ook veel echte eieren. Rond Pasen worden ze dikwijls hard gekookt en gekleurd en beschilderd en dan verstopt in park of tuin. Het kleurig beschilderen is nodig om ze weer gemakkelijk terug te kunnen vinden. Dat terugvinden is nu onderhand wel achter de rug. De niet teruggevonden eieren zijn voor de toeristen.

Vroeger hadden we thuis met Pasen en nog dagen erna veel eieren die we naar hartenlust beschilderden. Soms met bloemen of stippen of sterretjes of letters. Soms kregen ze ogen en een mond. Een enkele keer werden er lange kartonnen oren aan zo’n ei geplakt zodat het, met wat fantasie, op de kop van een paashaas leek. Met wat fantasie, want niemand had de echte paashaas ooit gezien.

Mijn oudste broer had de vreemde gewoonte om zo’n ei, als hij het wilde pellen, op het  hoofd van zijn jongste broer Anton stuk te slaan. De kleine Anton hield daar niet van en bedacht een list. Op een bepaald moment nam hij een ei uit de schaal en tikte ermee op het hoofd van zijn grote broer. Dat ei was echter ongekookt.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.