Bij de zee

We hebben één zee

De titel is ‘Bij de zee’. Alle verhalen spelen zich af aan de Zeeuwse kust. Ruud Galle voelt de wind in zijn haren en doopt zijn pen in zilt water.

door Jan van Damme

Over Zeeuwse wortels gesproken. Schrijver Ruud Galle is geboren en getogen Tilburger. Inmiddels heeft hij in Kamperland al 20 jaar een ruim tweede huis, waar hij minstens de helft van het jaar verblijft. Hij vermoedt dat er nog wel mensen zijn, die weten dat zijn opa Galle aannemer was in Oostburg. Zijn vader Ko Galle is daar geboren. Die trok als gymleraar naar Brabant.

foto Mechteld Jansen

Ruud Galle, 65 jaar, studeerde rechten in Tilburg, promoveerde daar en bleef als hoogleraar 26 jaar verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid. Daarnaast had hij een eigen juridische praktijk. Hij schreef heel wat juridische boeken, ondernemen en ethiek was een favoriet onderwerp. De schrijver was daarbij steeds gehouden aan wet en jurisprudentie. Die begrenzing wilde hij graag loslaten, want al pionierend kwam hij tot de conclusie: ,,Er is niks mooier dan fictie.” In 2012 publiceerde hij de filosofische roman ‘De Tafel van Bader’, over een exclusief genootschap intellectuelen.

De pas verschenen bundel ‘Bij de zee’ bevat verzonnen verhalen, soms sprookjesachtig, soms dicht tegen de realiteit aan. ,,Wat ik nu heb gepoogd”, zegt de auteur, ,,is schrijven zoals Peter van Straaten tekent. Een sfeer, een verhaal neerzetten met een paar simpele lijnen. Hemingway noemde dat de ‘ijsbergmethode’, je beschrijft het puntje en de lezer moet aanvoelen wat daaronder zit. Zo wordt het verhaal een gezamenlijk kunstwerk.”

Zeven verhalen in totaal. ‘Een zee van tijd’, met 16 pagina’s het kortste, vertelt over de ontmoeting van een Groenlandse haai en een oude musicus bij de pier van Westkapelle. Voor ‘De Scilly-Dutchman’ wordt 58 pagina’s uitgetrokken: Tom staat met zijn koffers klaar op de boulevard van Vlissingen om naar de Scilly Eilanden te vertrekken, waar hij in een vuurtoren gaat werken aan een proefschrift over zeeslagen in het Kanaal. Diezelfde boulevard speelt een hoofdrol in ‘Verlijeren, dat wil je niet’. We lezen hoe de 50-jarige Richard in een ambulance naar het windorgel wordt gereden, een spierziekte heeft hem geveld. Zijn vriend Hein begeleidt hem en wijst: ,,Daar bij die scheidingsboei, in de Sardijngeul, voor de Gevangentoren, ik weet het nog, daar keerde jij altijd in de wind. En wij aftuigen na weer een mooi rondje Walcheren.” Galle knikt, hij kent zelf ook het plezier van overstag gaan.

‘Recht door zee’ vertelt over een rechtszaak, waarin een nogal uit de hand gelopen liefdesaffaire in een havenstad – het zou Zierikzee kunnen zijn – centraal staat. Het verhaal van ‘Jan Loods’ plaatst vraagtekens bij de veiligheid op de Westerschelde. In ‘Het huis aan de dijk’ leven we mee met Trude, die de eenzaamheid van de kust heeft omarmd. Vergankelijkheid, eenzaamheid, een eigen levenspad, dat zijn thema’s waarmee Galle graag zegt te spelen. Ook het vangen van de natuur beschouwt hij als een uitdaging (pagina 25): ,,Terug op de kruin van de zeedijk verwonderde het haar weer; zo diep lag die polder, veel dieper dan de buitendijkse schor, ingeklonken land bijeengehouden door dijken, vroeger ook schor.”

In het slotverhaal duikt koning Willem-Alexander op, incognito. Hij komt werkelijke wijsheid opdoen bij een in de Zeeuwse duinen verstopte wijsgeer. Ook daar is het ruisen van de zee altijd hoorbaar. Galle: ,,We hebben bergen, we hebben vulkanen, we hebben continenten. Maar we hebben één zee. Op de een of andere manier trekken we daar naar toe.”

Ruud Galle: Bij de zee – Uitgeverij Boekscout, hardcover, 208 pagina’s, 24,99 euro.

**********************************

Kleurrijk

door Jan van Damme

Waarom is Ruud Galle het lezen waard? De Brabants-Zeeuwse schrijver heeft een soepele geest. Filosofische sprookjes, realistische verhalen, soms bijna slapstickachtige verzinsels: de bundel ‘Bij de zee’ is gevarieerd te noemen. Alle verhalen spelen in het heden en hebben toch steeds een duidelijk verschillende kleur. De schrijver kiest zijn woorden zorgvuldig. Hier en daar een tikje poëtisch. Zoals in het eerste verhaal, waarin de herhaling ‘ons huis, haar huis’ nabijheid en betrokkenheid moet realiseren.

Als je gewoon gaat lezen, kom je van de beetje verstilde, eenzame sfeer van Trude (‘Het huis aan de dijk’) en de zieke Richard (‘Verlijeren, dat wil je niet’) terecht bij het eigentijdse sprookje ‘De wijsgeer en de koning’, waarin onze eigen Willem-Alexander zich wil laten verrassen. ‘Jan Loods’ is beangstigend realistisch. ‘De Scilly-Dutchman’ is best een spannend verhaal, met een echte ‘zeeles’ aan het slot: ‘Pas als je naar de overkant van de zee zeilt, zul je weten wie je werkelijk bent’.

Een extra-meelezer had enkele storende slordigheden kunnen voorkomen. En tot de taalwetenschappers overstag gaan houd ik het op ‘verschaald bier’ (pagina’s 96 en 130), dat niet verschraald is.

Het boek is in een mooie hardcover uitgegeven. De golf van de cover is binnenin ook de illustratieve scheiding tussen de verhalen. Lekker zilt allemaal. Schrijver Galle is gepensioneerd. Ik hoop dat dit niet zijn laatste fictieboek is. En over ‘Jan Loods’ zou ik graag nog eens met hem van gedachten wisselen.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.