Vers op Zondag 113: André van der Veeke

Elke zondag kijken we ernaar uit: een nieuw Zeeuws vers. De vijfde serie loopt. Seizoenen, locaties en jaren tellen niet. Of juist wel! Vandaag aflevering 113: André van der Veeke.

********************************

DE GEZALFDE

Op een koude, glazige ochtend
dook zijn gestalte op bij een bushalte

Flodderig colbertje, openstaand overhemd,
spijkerbroek te hoog opgestroopt

Grijze baardstoppels, bloeduitstortingen
en vervloekingen op zijn kale achterhoofd

Even nam ik aan dat de Lijdende Christus
door zijn Vader terug op aarde was gezet

Maar deze verlosser zocht niet, keek niet,
zag alleen zichzelf, kon zelfs de kou niet vinden

André van der Veeke

foto Eveline van Elk

Dit bericht is geplaatst in Zeeuwse Poëzie met de tags . Bookmark de permalink.

4 reacties op Vers op Zondag 113: André van der Veeke

  1. Johanna Kruit schreef:

    Wat een aangrijpend gedicht is dit Andre , woorden om over na te denken vandaag , het einde is treffend en de foto spreekt boekdelen .

  2. P. Clijsen schreef:

    Meer een passievers. Der Andreaspassion.

  3. melis van den hoek schreef:

    André,
    Wij hebben samen je gedicht bestudeerd.
    Wij denken dat er sprake is van twee verlossers.
    Een is de bijbelse Jezus ( couplet 3 en 4), de andere wordt beschreven
    in couplet 2 en 5.
    Onze grote vraag is; wie is de tweede verlosser ?
    Hij zoekt niet, hij kijkt niet, maar ziet alleen zichzelf ?
    Egoïstisch, egocentrisch ?
    Welke verlosser kan zelfs de kou niet vinden ?
    Kon de Messias de kou wel vinden en wie zoekt er in hemelsnaam naar de kou?
    Spiegelt de tweede verlosser zich aan de eerste in de plas en welke betekenis moeten wij daaraan hechten ?
    Wellicht wil je reageren op onze vragen.
    Jan Versluys en Melis van den Hoek.

    • André van der Veeke schreef:

      Beste Jan en Melis,
      Bijzonder dat jullie mijn gedicht bestudeerd hebben. Wat de verschillende mogelijkheden van interpretatie betreft: de tekst mag niet te letterlijk worden opgevat. Er staat weliswaar ”verlosser” in de laatste strofe, maar dat wil niet zeggen dat de man het ook is. Aan het gedicht ligt eigenlijk de gedachte ten grondslag: stel je toch eens voor dat de Christus in deze hoedanigheid op aarde terug zou keren. Als een ultieme verliezer. Dat zou pas een goede grap van god zijn. Hoe zou er dan hier op hem gereageerd worden? Maar in de laatste strofe geef ik aan dat het om een beklagenswaardige figuur gaat. Zonder boodschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.