Stilte, ruimte, duisternis

Lawaai wint het altijd
Kester Freriks

Waar heersen ze nog, stilte, ruimte, duisternis? Schrijver en natuurkenner Kester Freriks (63) gaat op zoek, ook in Zeeland, naar de laatste gebieden waar de mens niet helemaal de baas is.

door Mario Molegraaf

Wat is het verschil tussen mensen en dieren? Het voornaamste onderscheid is,
volgens mij, dat wij overal een lampje bij willen. ‘Alles in de natuur leeft om te
overleven,’ zegt Kester Freriks ergens in zijn nieuwe boek met de bondigst mogelijke
titel ‘Stilte, ruimte, duisternis’. De menselijke overlevingsdrift bespeur je vooral in
onze angst voor de leegte. Wat zit er achter onze stelselmatige verdrijving van stilte,
van ruimte, van duisternis? Waarom moet die lamp aan, waarom moet er altijd een
muziekje klinken, waarom moet er zoveel mogelijk ruimte worden bezet?

Twee wanen vormen de reden. Waan één: we mogen ons vooral niet alleen
voelen, alleen in het duister, de leegte, de stilte. Alles moet wijken voor de illusie dat
we níet eenzaam zijn, alles is geoorloofd om niet onder ogen te hoeven zien dat we
een eilandje vormen in een verlaten oceaan. Waan nummer twee: we menen de
hoogste levensvorm te zijn, Gods eigen afgezant in onze omgeving, op heel de aarde.
Maar hoe eenzaam we ook zijn, we zijn er niet als enigen. Voor onze
opdringerigheid betalen andere dieren de prijs. En weg zijn tegelijk de onmenselijke
waarden, stilte, ruimte, duisternis.

‘Lawaai wint het altijd’, laat Kester Freriks iemand in zijn boek opmerken en
zo is het. Zelfs de sterren zijn verdwenen, dat wil zeggen nauwelijks meer te zien.
‘Waar is de nacht nog?’ mijmert de schrijver. Noem hem een romanticus. Zelfs de
horrorscène waarin hij met zijn ‘lindegroene Renault 4’ in het water belandt, heeft de
toon van een mooie droom. Toch gaat hij heel realistisch op zoek naar de laatste
reservaten van stilte, ruimte, duisternis. Hij leest gedichten, kijkt naar kunst, maar
vooral reist hij door Nederland. Nog overal blijken er sporen, op begraafplaatsen in
de grote stad en in afgelegen landelijke hoeken.

Natuurlijk voeren zijn ‘verkenningen in de natuur’ regelmatig naar Zeeland.
Hij vertelt over Hans Lipperhey, de Middelburger die de telescoop uitvond. De
Zeeuw Adriaan Coorte wordt door hem tot ‘misschien wel de allerstilste
stillevenschilder’ uitgeroepen. In Domburg beleeft hij Mondriaan en bij Mondriaan
beleeft hij Domburg. De Zeeuwse wateren, vertelt hij, bieden tweehonderdduizend
hectare officieel stiltegebied. Donker is nog een beetje donker in Zeeland, naar zijn
zeggen staat Oostkapelle op nummer één van de provinciale duisternislijst.

Maar hij waarschuwt ook dat juist ‘in de zuidwestelijke delta’ de open ruimte
wordt bedreigd, onder meer door havengebieden en windmolenparken. Het is bijna
een instinct: de natuur als dreiging, de natuur die moet worden getemd. Al in de
zeventiende eeuw formuleerde een waterbouwkundige als doel: ‘het gewelt en vergif
der Noortzee uytter Verenigt Nederlant te verdrijven.’ De mysterieuze nacht die eeuwig dag moet worden, weg met de leegte, muziekje op de achtergrond om de
geest te doden. De geest die vooral niet mag weten: de mens is het eenzaamste dier.

Kester Freriks: Stilte, ruimte, duisternis. Verkenningen in de natuur – Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, 304 pagina’s, rijk geïllustreerd, 24,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Natuur met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.