Column: Vleesloos, met trots

We zitten in de Week Zonder Vlees. Fijn. Ik leef al een leven lang zonder vlees. En vis. Voor mij geen postekop en kaantjes.

***********************

Vleesloos, met trots

door Jan van Damme

Natuurlijk is het zo’n doorgesneden broodbol met een stok erin. Tussen de twee broodhelften schemert wat sla en tomaat en een ongetwijfeld droge meelschijf waaraan vleessmaak is toegevoegd. Ga je dat apparaat te lijf met vork en mes dan prut er aan alle kanten mayonaise uit.

Zo heb ik al meerdere malen mijn vegetarisch uitje met een dikke kater afgesloten. Wijkt de kok eindelijk eens af van de nog meer afgezaagde salade geitenkaas en gepaneerde kaasplak, krijg je een gespietste bol op je bord.

We zitten in de Nationale Week Zonder Vlees. Allemaal hoofdletters. Restauranthouders doen voorzichtige pogingen om daar op in te spelen. Dat is nodig ook. Ondanks de groeiende groep vleestwijfelaars, die wel eens een greep doet in de vegetarische koelvitrine van de supermarkt, hebben de carnivoren het nog altijd voor het zeggen.

Ik begrijp dat wel. Thuis werd ik in mijn Groese jongensjaren ondergedompeld in een vleescultuur. Al in de vroege ochtend stuurde mijn vader de geur van gebakken spek naar de slaapverdieping. Op de ontbijttafel stond een kuipje postekop. En bij het middageten – we aten toen ’s middags warm – werden er altijd wel varkensworsten, gehaktballen of riblappen geserveerd. Of draadjesvlees, nog zo’n toppertje.

Nachtmerries. Die worsten met kruimelig gehakt aan de uiteinden. Postekop, een grijze gestolde smurrie met een wit laagje vet erbovenop. Bloedworst, van dat rode, samengeperste vlees met hele enge witte bolletjes erin.

Een enkele keer word ik er nog wel eens wakker van. In bloed ronddrijvende ogen, gesmoorde varkensoren, door een gehaktmolen geperste ingewanden. De beelden zijn voorzien van een dwingende stem op de achtergrond: opeten, je wordt er groot en sterk van.

Ergens in die jonge jaren ben ik vegetariër geworden. Principes kwamen pas later. Mijn vegetarisme komt voort uit regelrechte gruwel van alles wat op mijn bord naar vlees zweemde.

Vlees noch vis, stond er deze week op de voorpagina. Konijnenvoer, zeggen de carnivoren. Jazeker. Vis noch vlees, met trots.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.