De Vliegende Hollander

Wie heeft het spookschip reeds aanschouwd…

Frank van Pamelen is terug in zijn geboorteplaats Terneuzen. Hij situeert er ‘De Vliegende Hollander’, zijn nieuwste thriller met professor Olivier Huizinga in de hoofdrol. Wat zit er verborgen in het spookschip van Willem van der Decken?

door Jan van Damme

Het ruikt naar de Schelde, je ziet de fakkels van de Dow, containerschepen schuiven richting Antwerpen, we landen op het Huizingaplein, we lopen langs het Scheldetheater. In hotel Tollenique wordt een Vlaamse professor vermoord.

Terneuzen doet het goed als decor van een literaire thriller. Zeker bij een schrijver als Frank van Pamelen. Hij werd er in 1965 geboren, in het stukje Van Bovenstraat dat plaats heeft moeten maken voor het Huizingaplein. Tot en met de middelbare school – Petrus Hondius – bleef hij er. Toen ging hij letteren studeren in Tilburg. Daar woont hij nog, met vrouw en dochters. De balans: achttien jaar Terneuzen, vijfendertig jaar Tilburg. In die Brabantse stad is hij gekend. Hij is er stadsdichter geweest, schreef het Tilburgs dictee en viert er carnaval.

Tilburg en Terneuzen hebben wel wat met elkaar, zegt hij: ,,Tilburg is een groot dorp, net als Terneuzen. Beide steden zijn niet rijk. In Brabant worden Breda en Den Bosch statig genoemd. Tilburg niet. Het leuke is, dat er juist daardoor heel veel kan.”

Van Pamelen werkte na zijn studie als communicatieadviseur bij diverse gemeenten. Hij kwam mensen tegen, die net  als hij gefascineerd waren door taal. Naast zijn werk ging hij cabaretprogramma’s schrijven, hij dichtte, hij schreef jeugdboeken. De laatste twintig jaar legt hij zich volledig op het schrijven toe. Hij laat zijn werk op diverse podia horen en zien, als kleinkunstenaar in het theater, in zaterdagse columns in het Brabants Dagblad en elke maandagochtend op NPO Radio 1.

Het is een schatting. ‘De Vliegende Hollander’ – de thriller die zaterdag in Terneuzen wordt gepresenteerd – is zijn 35ste boek. Of zijn 36ste. Van Pamelen schreef vooral ‘spannende’ jeugdboeken. Tot hij op Joost van den Vondel stuitte. Die dichter was naar zijn gevoel te groot voor een jeugdboek: ,,Vondel moest een verhaal voor volwassenen worden, dat had ik al gauw in de gaten. Een thriller. De thrillerwereld was compleet nieuw voor me. Ik ga het gewoon proberen, dacht ik. Vier dagen nadat ik het idee bij de uitgever had ingeleverd had ik een contract. Ze geloofden in mijn verhaal.” Zo verscheen in 2015 zijn eerste thriller: ‘De wraak van Vondel’.

Van Pamelen wil graag dat wat hij schrijft ook klopt. Dus doet hij locatieonderzoek. Hij herinnert zich hoe hij voor zijn nieuwste boek in de leaseauto van zijn vrouw naar Terneuzen reed om aanknopingspunten te vinden voor het verhaal. Vanuit de auto maakte hij een foto van het politiebureau – dat bureau zou een rol spelen in zijn thriller. Diezelfde dag werd zijn vrouw op haar werk gebeld door de Terneuzense politie: een verdachte man maakte foto’s vanuit haar auto. ,,De politie had haar helemaal getracked”, lacht de schrijver.

Frank van Pamelen bij het monument van de Vliegende Hollander in Terneuzen. foto Camile Schelstraete

Of er een verhaal zat in de Vliegende Hollander was voor Van Pamelen geen vraag. En dan zou het niet gaan over Robin van Persie of Epke Zonderland. Maar wel over het gedoemde schip van kapitein Willem van der Decken, dat op paasochtend in 1676 ondanks alle waarschuwingen van gelovige stadgenoten vanuit Terneuzen onder zeil ging. Overal in de stad duikt de legende van het spookschip op. Van Pamelen laat zijn verhaal spelen in 2016. Precies dat jaar was het monument in de oude oostelijke kanaalarm van het Kanaal van Gent naar Terneuzen in revisie.

Dat wordt duidelijk op pagina 22, als er wordt gewezen: ,,Daar staat normaal gesproken een kunstwerk. Zwarte masten, bolle zeilen. Een goudmijn van staal plaat. Jullie willen niet weten hoeveel Duitsers met dat ding op de foto zijn gegaan.” Op de vraag waar het dan nu is wordt gezegd: ,,In de revisie. Meeuwenpoep. Ook een soort vloek in deze contreien. Over een paar maanden wordt het weer teruggeplaatst.”

Dat is inmiddels gebeurd. Nu is het stalen schip voorzien van draden, zodat meeuwen er niet meer op kunnen landen.

We duiken met de schrijver de stad in van de Vliegende Hollander. Eerst het Huizingaplein. Daar stond Van Pamelens geboortehuis. In het boek parkeert daar ook professor Olivier Huizinga, de literatuurhistoricus die al in de Vondel-thriller een rol speelde. Nu is Huizinga uitgenodigd door een Vlaamse collega om in hotel Tollenique in Terneuzen van gedachten te wisselen over een kwestie van belang. We wandelen in het voetspoor van de professor. Langs de Seaman’s Club, het Scheldetheater. We gaan de hoek om bij het oude postkantoor. Als de professor arriveert voor zijn afspraak heeft de politie de toegang met rode linten afgezet.

Van Pamelen wil niet te veel van het verhaal verklappen. ‘Spoilers’ zijn doodzondes als het om een thriller gaat. Hoe dan ook, professor Huizinga komt op zijn avontuurlijke speurtocht naar de geheimen van de Vliegende Hollander nog terecht in Londen – dat verklaart de cover van het boek – en op het eiland Sint Helena. ‘Een literair labyrint vol oosterse gevaren’, wordt achterop het boek gemeld. Van Pamelen: ,,De crux van het verhaal zit in Frederick Marryat, de schrijver van ‘The Phantom Ship’. De man is echt in Terneuzen geweest. Wat heeft hij, toen hij het verhaal in de jaren 1830 schreef, allemaal in zijn schip verstopt? Met die vraag in het hoofd heb ik het verhaal geconstrueerd. Thuis heb ik een hele tafel vol papiertjes met ideeën. Je bent voortdurend bezig met de vraag: hoe houd je de spanning en de vaart in het verhaal? Mijn eerste thriller zat nogal vol met gegevens. Ik denk dat mijn nieuwe boek meer in balans is.”

We arriveren bij eetcafé De Vliegende Hollander. Het gedicht op de muur ‘Wie heeft het spookschip reeds aanschouwd…’ is van Simon Vestdijk. Het bordje dat daarvan melding maakt zat er vorig jaar nog niet. In het eetcafé krijgt de schrijver een warm welkom. Er hangt een prent van Napoleon. Ook van kaperkapitein Nicolas Jarry is er een beeltenis voorhanden. Van Pamelen proeft de naam Jarry. Dat scheelt maar één letter met Jurry, een in Terneuzen gekende naam. Pagina 81: ,,’Jurry’, zegt de man. ‘Klaas Jurry. Handelaar’.”

Frank van Pamelen: De Vliegende Hollander – Uitgeverij Ambo|Anthos, literaire thriller, 298 pagina’s, 20,- euro. Presentatie in Museumeetcafé De Vliegende Hollander in Terneuzen, zaterdag 24 februari om 16.00 uur. Zondag 25 februari om 15.00 uur in boekhandel Gianotten Mutsaers in Tilburg.

Dit bericht is geplaatst in thriller met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.