Zeeuwse schrijvers (164): H. Marsman

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 164: H. Marsman.

Liefde die breekt, Marsman schreef daarover ‘De
laatste nacht’, een nacht te Westkapelle: ‘De nacht gaat over ons heen/ diep onder het raam slaapt het dorp,/ ver achter de huizen de zee.’

****************

Wanhoop te Westkapelle
H. Marsman

door Mario Molegraaf

Zij was drieëndertig en hij was vijfentwintig. Zij, de schilderes Charley Toorop, van
de verontrustende zelfportretten. Hij, de dichter H. Marsman (1899-1940), van de
heftigste poëzie uit onze literatuur. De twee werden minnaars, in 1924. Hij was in de
ban van de sterke vrouw, een moderne versie van Penthesileia, de knappe koningin
van de Amazonen. En zij vond hem ‘een ontzettend lieve jongen,’ meldde ze in een
brief. In haar woedde een ‘strijd tussen vrijen en werken. Samen gaat het haast niet.
Bij mij tenminste: strijd tusschen vrouw zijn en scheppend werken.’ De aanbidder
wilde meer, zij wilde minder: ‘Ik denk niet dat ik je zal schrijven om in Westkapelle
te komen.’ Maar hij kwam dus wel. Liefde die breekt, Marsman schreef daarover ‘De
laatste nacht’, een nacht te Westkapelle: ‘De nacht gaat over ons heen/ diep onder het
raam slaapt het dorp,/ ver achter de huizen de zee.’

Westkapelle was voor Charley Toorop een werkadres, ze maakte er
belangrijke schilderijen. Ze had Walcheren al jong leren kennen, elke zomer ging ze
met haar vader mee naar het relatief mondaine Domburg. Maar in Westkapelle vond
ze het echte en zuivere leven. Ze logeerde in dorpsherberg De Valk waar de jonge
dichter haar soms gezelschap hield. ‘Penthesileia’, zo schreef Marsman, ‘was voor
mij een soldaat (…) allereerst en bijna uitsluitend: lichaam.’ Hij nestelt in haar
schoot, dicht hij elders, ‘als uw beminde eerstgeboren zoon’.

Een fatale vrouw, tenminste dat maakte hij van haar. Een noodlottige liefde,
daartoe moest zijn ernst wel leiden. Het einde inspireerde hem tot ‘Afscheid’, het op
een na verpletterendste vers over dit verpletterende thema: ‘Slaap met het donker,
vrouw/ slaap met den nacht/ ons diepst omarmen/ heeft den droom omgebracht.’ ‘De
laatste nacht’ is, met alle duistere verwijzingen naar de dood, nóg
huiveringwekkender. De Valk is herrezen, Zuidstraat 97, maar wie durft er te
logeren? Hier sliepen voor het laatst, o nee, ze lagen eindeloos wakker, de schilderes
en de dichter, ‘ver achter de huizen de zee.’ Wanhoop te Westkapelle.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.