Witheet nadert de ijsberg

Over verdriet ligt een dun laagje stof

‘Witheet nadert de ijsberg’: Andreas Oosthoek maakt een strenge selectie uit een leven vol poëzie.

*******************

door Jan van Damme

We zitten in de kantine van de ZB Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg. Een tafeltje aan het raam, uit de loop, met uitzicht op de straat. Andreas Oosthoek: ,,Hé, daar loopt die, die is grijs geworden.” En: ,,Ach, zie je die man, we hebben nog in dezelfde klas gezeten.” Dan veert hij op. ,,Daar rijdt m’n auto, kijk maar, het nummerbord klopt.” Hij wijst naar een Rover 75, een model dat inmiddels een fiks aantal jaren uit productie is. Dat mobiel, zoals hij dat zelf graag zegt, was zijn vervoermiddel in de jaren tot hij in 2006 afscheid nam als hoofdredacteur van de PZC. Verontwaardigd: ,,Ze hebben er een trekhaak onder gezet! Dat doe je toch niet bij zo’n auto.”

Vrijdag 26 januari presenteert hij onder de titel ‘Witheet nadert de ijsberg’ een bundel met gedichten, die hij in de loop van ruim een halve eeuw heeft geschreven. Hij vertelt over zijn poëzie. Al rijdt er dus wel eens een Rover 75 tussendoor. Maar wie zegt dat een auto geen poëzie kan zijn?

Oosthoek (Nieuwdorp, 1942) schrijft een leven lang. En hij bewaart ook al een leven lang. Zo kon hij in 2015 bij uitgeverij Cossee ‘Het relaas van Solle’ publiceren, een boerenroman en liefdesvertelling die hij in 1974 aan het papier toevertrouwde. Het manuscript lag al die tijd op de zolder van zijn woning onder aan de duinen bij Biggekerke. Met de roman ‘Vuurland’, die in 2016 bij dezelfde uitgeverij verscheen, ging het niet anders. Dat verhaal over de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht, waaraan hij als dienstplichtig militair verbonden was, schreef hij halverwege de jaren zestig.

Uitgeverij Cossee heeft de smaak te pakken. Nu staat de derde uitgave van de oud-hoofdredacteur voor de deur. Poëzie deze keer. Niet verrassend, voor wie kennis heeft genomen van de romans. Hij zegt geen onderscheid te maken tussen proza en poëzie. Schrijfster Renate Dorrestein kwam tot de conclusie, dat je geen gedichten meer nodig hebt als je ‘Solle’ en ‘Vuurland’ hebt gelezen. Het doet hem goed dat ook nationaal terrorisme-expert Beatrice de Graaf zich publiekelijk lovend uitliet over ‘Vuurland’.

De uitgever heeft ‘Verzamelde gedichten’ als ondertitel op de cover gezet. Tegen de zin van de dichter. In de verantwoording achterin de bundel corrigeert hij: ,,De gedichten in ‘Witheet nadert de ijsberg’ werden geschreven tussen 1959 en 2017. Ze vormen geen Verzamelde Gedichten in de geijkte zin van dat begrip, maar een keuze uit gedichten die – voor het grootste deel – niet eerder werden gepubliceerd.” Hij zou de voorkeur hebben gegeven aan ‘Gedichten sinds 1959’: ,,In een bundel met ‘verzamelde gedichten’ wordt meestal alles op een hoop gegooid, wat al verschenen is. In mijn geval is dat niet zo veel.” Hij heeft de cijfers paraat. In zijn bundel staan 199 gedichten. Daarvan zijn er 27 eerder gepubliceerd.

foto Lex de Meester

Er ligt een notitieboek met een potloodje op tafel. Voor aantekeningen, of een schets van een situatie. Dat materiaal heeft hij altijd bij de hand. Vanaf zijn zestiende is het nooit anders geweest. Hij schreef de meeste van zijn gedichten op memo-papiertjes – ‘feuilles volantes’ in zijn woorden. Laden vol heeft hij thuis: ,,Je begrijpt dat ik voor een huisgenoot een ramp ben. Overal liggen die dingetjes.” Hij schat dat de nieuwe publicatie een selectie is uit tweeduizend her en der rondslingerende gedichten. De bundel biedt slechts een topje van de ijsberg.

Naar aanleiding van eerdere publicaties werd hij wel ‘een marginale dichter’ genoemd. Dat soort geluiden kwam meestal van recensenten, die zich naar Oosthoeks waarneming ‘in de grachtengordel’ ophouden. Hij zegt: ,,Ik heb het altijd een eretitel gevonden.” Achterin de bundel geeft hij antwoord op tien vragen, die uitgever Christoph Buchwald hem voorlegt. Daar heeft hij het over ‘afzijdigheid en het verlangen naar afstand’: ,,Ik zit niet in clubs, kringen of bewegingen. In Parijs sprak men vroeger over die niet in te delen was bij de oude of nieuwe symbolisten, modernisten, surrealisten, dadaïsten als over ‘un explorateur solitaire’. Dat wil ik wel zijn, indien nodig en gewenst.”

Waar hij zijn inspiratie vindt, waar de gedichten over gaan? Lees! – dat is natuurlijk het passende antwoord. Oosthoek: ,,Wind en water moet je hebben. Veel gaat over relaties, die niet helemaal verwerkt zijn. Door het opzoeken en selecteren van de gedichten, ben ik ernstig van slag geraakt. Neerslachtig, ook wel. Ik ben nogal onthouderig. Verdriet, daar ligt een dun laagje stof overheen. Tijd en dood. Er hoeft maar iets te gebeuren en het laagje stof waait weg.”

Hij heeft nog twee boeken in de pijplijn. Eentje speelt in Vlissingen, rond 1965. Het andere is minder gebonden aan tijd.

We kijken naar de drukproef van ‘Witheet nadert de ijsberg’, een stapel losse bladen tussen ons in. Daar ligt een leven. Nee, hij zal zelf geen gedichten voorlezen tijdens de presentatie: ,,Dat krijg ik er emotioneel niet uit.” Welk gedicht zeker ten gehore zal worden gebracht, lijdt geen twijfel: ‘Onhandig verdriet’. De eerste strofe daarvan klinkt zo:

Te vroeg de herfst, snel ingepakt de vreugden,
achterhaald en omgeploegd
een welhaast uitgebloeid verleden, de velden
toegerust voor zwarte sneeuw, buigzaam
gezolderd de eens afgedankte sleetse zonden,
maar – later, later – voor recycling vatbaar,
onder de hitte van een hoog seizoen,
als de moede avant-garde van de jongelingen
danig vertraagd en zonder scherpe aandacht is.

********************

Andreas Oosthoek: Witheet nadert de ijsberg – Uitgeverij Cossee, poëzie, 288 pagina’s, 29,99 euro. Presentatie: vandaag (vrijdag 26 januari) om 16.00 uur in boekhandel ’t Spui in Vlissingen.

************************************

RECENSIE

Van storm waren we

door Mario Molegraaf

Eén ding is zeker. Er is geen tweede dichter zoals hij, Andreas Oosthoek, onlangs 75 geworden, maar verwikkeld in een verbluffende literaire jeugd. Het nieuwste resultaat daarvan is de omvangrijke bundel ‘Witheet nadert de ijsberg’, ‘een keuze uit gedichten die – voor het grootste deel – niet eerder werden gepubliceerd.’ Wreed werd het mes gezet in ouder werk. Vooral uit zijn debuutbundel ‘De bladen terug’ (1987) verdween nogal wat, zelfs door velen geliefde gedichten als ‘Nehalennia’ (over de oude godin die een geheimzinnige aanwezigheid blijft op Walcheren) en ‘Zomer met Betje’ (de befaamde schrijfster Betje Wolff, in de ironische woorden van de dichter ‘getrouwd met een/ dominee uit de gedemilitariseerde zône’).

Andere gedichten, maar dat betekent niet dat we een andere dichter krijgen te zien. Zijn eigenzinnigheid blijkt niet alleen uit het elimineren van favorieten, maar ook uit de tegenstrijdigheid van zijn poëzie, tot in de titel van deze uitgave. Geen dichter die zo kwetsbaar kan zijn, zo dichtbij durft te blijven. Maar ook geen dichter die het zo ver weg zoekt, het waagt de regels zo zwaar met culturele allusies te beladen. Jarenlang was Andreas Oosthoek een drukke krantenman, maar tegelijk roept hij zich in een fraai gedicht uit tot een eilandman, in schitterend isolement.

De lezer is getuige van een rivaliteit tussen fictie en realiteit, van een gevecht tussen het kunstmatige en het natuurlijke. Intussen wordt de halve wereld bereisd: Frankrijk, Griekenland, het Verste Oosten. Toch maken de gehandhaafde gedichten, als ‘Te Valkenisse soms’ of ‘De natuur bij Dishoek’, evenzeer als de vervallen gedichten duidelijk waar de dichter zich thuis voelt: ‘Van storm waren we, van grauw water/ en blikkerend zout.’ Eén ding is zeker!

Andreas Oosthoek: Witheet nadert de ijsberg – Uitgeverij Cossee, poëzie, 288 pagina’s, 29,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Poëzie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.