Het water komt

De dijkgraaf ging slapen

Gerda van Wageningen schrijft een roman over de watersnood op Schouwen-Duiveland: ‘Het water komt’ in de polders van Nieuwerkerk en Sirjansland.

************

door Jan van Damme

De lijst met boeken over de watersnood groeit nog steeds. Ook de komende weken – 65 jaar na dato – worden er weer titels toegevoegd. Successchrijfster Gerda van Wageningen (1946) voegt zich in het rijtje. Een kwart eeuw geleden publiceerde ze al de roman ‘Toen de dijken braken’. Komende week presenteert ze een nieuw romantisch verhaal, dat op het geteisterde Schouwen-Duiveland speelt: ‘Het water komt’.

foto Ernesta Verburg

De schrijfster groeide op in Rotterdam. Ze had familie op een boerderij bij Kerkwerve, waar ze elke zomer naar toe ging. Tijdens de Ramp werden haar grootouders en andere familieleden met bootjes van zolder gehaald. Een oom en een tante vonden een jaar lang bij haar thuis in Rotterdam onderdak. Die familiegeschiedenis is – vertelde ze vorig jaar in de PZC – de reden dat de watersnood haar nog steeds erg aangrijpt.

Haar nieuwste boek speelt in Sirjansland en Nieuwerkerk in de periode van de Ramp. De 22-jarige Mimi de Roode is de spil in het boek. Ze woont op boerderij Landlust in de Vierbannenpolder tussen Nieuwerkerk en Ouwerkerk. Antje, haar hartsvriendin, woont in een arbeidershuisje aan de rand van Nieuwerkerk. Zij staat op het punt te trouwen met boerenzoon Dingeman Joosse uit de omgeving van Sirjansland. Voor het zover is dient de februaristorm zich aan en breken de dijken.

Het verhaal vertelt hoe de hoofdpersonen door het water worden overvallen en hoe ze net wel of net niet overleven. Het dak van boerderij Landlust gaat drijven en spoelt met de bewoners aan op de Rampaartsedijk. Daar weet Mimi zich te redden. Over haar vriendin Antje in Nieuwerkerk moet ze zich zorgen maken.

Gerda van Wageningen heeft oog voor de harde werkelijkheid. Als het water stijgt, wordt er gesomberd over de staat van de zeeweringen (pagina 55): ‘Maar toen de moffen weg waren, kwam er weinig geld beschikbaar om de dijken op een goede manier te herstellen en te versterken’. Burgemeesters en andere hooggeplaatsten laten het afweten (pagina 74): ‘De dijkgraaf ging gewoon naar bed, net als bijna alle andere bestuurders die nacht gewoon naar bed waren gegaan’. Geloof biedt geen uitkomst voor hoofdpersoon Mimi (pagina 131): ‘Hoewel er vanzelfsprekend niets mis was met een gebed, integendeel, vond ze dat gemurmel van al die biddende mensen in dit veel te kleine huis akelig’. En later (pagina 179): ‘Er gingen verhalen over dominees die dachten dat de mens zo zondig was dat zij de ramp wel over zichzelf afgeroepen moesten hebben’.

De opvang in de Ahoyhal in Rotterdam biedt bij het uitdelen van ingezamelde kleding de volgende scène (pagina 151): ‘Het was ontluisterend om te zien hoe sommige mensen graaiden (…) om er het mooiste en duurste goed uit te halen’. Op het evacuatieadres in Scheveningen is de naastenliefde niet gratis, er moet worden gewerkt voor de kost (pagina 163). Over de wijze waarop eilandbewoners schade rapporteren wordt gezegd (pagina 191): ‘En hoewel bijna niemand vóór de ramp een wasmachine had gehad, waren er in veel gezinnen ineens wasmachines verloren geraakt toen de papieren moesten worden ingevuld’. In dat verband wordt er zelfs gespot: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood, en om het jaar een watersnood’.

*****************

Gerda van Wageningen: Het water komt – Uitgeverij Zomer & Keuning, 216 pagina’s, 16,50 euro.

Presentatie: donderdag 25 januari om 16.00 uur in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Zaterdag 27 januari signeert Gerda van Wageningen vanaf 14.00 uur haar boek in boekhandel Lectori in Kapelle.

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Proza, Watersnood met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.