Brieven uit Deshima

Hoe Titia op Deshima verbleef

Het schiereilandje Deshima in de haven van Nagasaki was van 1641 tot 1860 een Nederlandse handelspost. Japan was in die tijd een hermetisch gesloten rijk. Alleen via de Nederlandse handelaars op Deshima was er spaarzaam contact met de buitenwereld.  Jan Cock Blomhoff gaf van 1817 tot 1823 leiding aan de handelspost. Hoewel hij wist dat er geen westerse vrouwen in Japan werden toegelaten, reisde hij in 1817 met zijn vrouw Titia Bergsma, zoontje Johannes en kindermeisje naar Deshima. De shogun gaf de vrouwen geen verblijfsvergunning. In december van datzelfde jaar keerden Titia, Johannes en de oppas terug naar Nederland. Titia zou haar man niet meer terugzien, ze overleed op 35-jarige leeftijd in 1821. Jan Cock Blomhoff kwam pas drie jaar later terug.

Tijdens hun korte verblijf waren Titia en haar gezinsleden bezienswaardigheden. Titia’s portret met gekruld haar en halssnoer van bloedkoraal is tot op de dag van vandaag populair in Japan. Sinds 1817 is ze naar schatting op vier miljoen voorwerpen afgebeeld.

Ennius Bergsma, de vader van Titia, schreef een verslag over de reis van zijn dochter. Hij deed dat aan de hand van dagboekaantekeningen en brieven. Het idee was om een verhaal voor later op schrift te hebben, zodat Titia’s zoon Johannes zou kunnen lezen wat zijn ouders hadden meegemaakt. Het verslag beslaat zo’n honderd volgeschreven vellen papier.

Dat verhaal is nu met ruim honderd afbeeldingen in boekvorm verschenen. Jolien Hemmes uit Zierikzee trof het manuscript aan toen ze onderzoek verrichtte naar haar familie. In haar boek zijn de originele pagina’s opgenomen met een transcriptie. Er wordt verteld over de zeereis naar de Oost, het leven van expats in Batavia en de cultuur van Japan.

 Brieven uit Deshima is een uitgave van Vivi Techni Zierikzee en is te bestellen via www.brievenuitdeshima.nl (256 pagina’s, 25,- euro).

PZC 22 januari 2018

********************************

Op 16 augustus 2017 verscheen een aankondigend verhaal in de PZC:

Eenzame tijd op een Japans schiereiland

Jolien Hemmes uit Zierikzee vindt een oud manuscript van echtpaar Blomhoff-Bergsma.

Titia Bergsma reisde twee eeuwen terug naar het destijds vijandige Japan. Haar echtgenoot vergaarde er een kapitaal waarmee hij in Amersfoort een villa liet bouwen. Titia keerde echter voortijdig terug naar Nederland, eenzaam en doodziek. Haar vader noteerde haar memoires. Jolien Hemmes uit Zierikzee spoorde ze op.

door Jeroen de Valk

Portret van de familie Cock Blomhoff, Titia zit op de bank, haar echtgenoot zit op de stoel, staand de kinderoppas, rechts twee bedienden. Toegeschreven aan Ishizaki Yushi 

Precies tweehonderd jaar geleden arriveerden ze in Japan: Jan Cock Blomhoff, zijn echtgenote Titia Bergsma en hun zoontje Johannes. Op 16 augustus 1817 kwam hun schip er aan en één dag later zetten ze er voet aan wal. Ze waren vol goede hoop: Blomhoff zou er een hoge functie in een handelspost gaan vervullen. Zijn vrouw leek er op te vertrouwen dat de Japanse overheid, in weerwil van eeuwenoude tradities, haar zou accepteren.

Het liep allemaal totaal anders. De Japanse keizer liet alleen westerse mannen toe, en die dienden zich op te houden op Deshima, een schiereilandje waar de handelspost was gevestigd. Ze moesten hun vrouwen en kinderen in Europa achterlaten, want het was niet de bedoeling dat die vreemdelingen zich er gingen vestigen.

De Japanse gouverneur ter plaatse deed een verzoek uitgaan om Titia en haar zoontje clementie te verlenen. Prompt liet de Japanse keizer deze gouverneur onthoofden wegens ongehoorzaamheid. Een eerdere gouverneur was ook al op deze wijze aan zijn einde gekomen.

Titia en haar zoontje vertrokken weer in december dat jaar. Haar man bleef echter en werd manager van de handelspost op Deshima; een ‘opperhoofd’ heette zo iemand destijds. Terwijl de business onder zijn leiding een aanzienlijke groei doormaakte overleed Titia in 1821, slechts 35 jaar oud.

Blomhoff keerde in 1824 terug naar Nederland. Inmiddels een rijk man; hij had immers een fortuin vergaard in ‘de Oost’, dankzij de handel in onder meer porselein, zijde en koper. Hij trok naar Amersfoort, hertrouwde met een vrouw uit de gemeente en liet er Huis Birkhoven bouwen. Hij overleed in 1853.

Het is allemaal te lezen in een verslag dat Titia’s vader op schrift stelde, zodat de kleine Johannes zou weten wat zijn ouders hadden meegemaakt. De vader baseerde zich daarbij op brieven en dagboekaantekeningen van zijn dochter. Het uitgebreide verslag beslaat zo’n honderd volgeschreven vellen papier en is nu integraal te lezen – als kopie én als uitgetypte tekst – op de website www.brievenuitdeshima.nl.

foto Dirk Jan Gjeltema

De initiatiefneemster van dit alles is Jolien Hemmes uit Zierikzee. Hemmes, die zich in het dagelijks leven bezighoudt met het bedenken en inrichten van tentoonstellingen, trof het manuscript aan toen ze onderzoek verrichtte naar haar familie. Het echtpaar Blomhoff-Bergsma is namelijk héél verre familie. ,,Maar dan wel vijf, zes of zeven generaties vóór mij. En ik ben géén rechtstreekse bloedverwant.”

De vraag die bij lezing van het aangrijpende verhaal meteen naar boven komt, is: waarom was de Japanse overheid zo wreed en onverbiddelijk? Hemmes: ,,Japan was bang om gekerstend te worden; al eerder hadden katholieke Portugezen dat geprobeerd. Ze wilden daar koste wat kost hun cultuur behouden. Japan was net zo’n gesloten land als Noord-Korea, tegenwoordig.”

Titia komt voor de huidige lezer over als een vrouw vol tegenstrijdigheden. Ze was een gevoelige ziel die worstelde met de Japanse mores. Tegelijkertijd was ze keihard in de omgang met haar slaven. Hemmes: ,,Ze hadden die slaven gekocht toen ze via Indonesië onderweg waren; het zullen Afrikanen zijn geweest die daarheen waren gevoerd om dwangarbeid te verrichten. Ik vond het schokkend om dat te lezen.”

Uit het manuscript: ,,Omtrend de slaaven meld Haar Edele dat deeze tegenwoordig duur in prijs zijn – dat zij er reeds drie hebben gekogt, maar wel zeeven zullen noodig hebben omdat zij zoo dom en traag zijn. […] Slaaven zijn lastige en kostbaare meubelen, maar men kan er niet buiten.”

Terwijl haar zwarte slaven ondankbare klussen verrichten, bracht Titia haar tijd vooral door met het ontvangen van notabelen en het afleggen van visites. Voor de kleine Johannes werd gezorgd door een ‘minne’; een inwonend kindermeisje dat tevens de borst gaf.

Titia werd omringd door talrijke dienaars en slaven, maar leidde een eenzaam leven. Ze woonde in een gouden kooi. In het boek is te lezen hoe ze worstelde met duistere ziektes die werden ‘bestreden’ met ‘waschen met warm water en azijn’ en ‘bloedzuiverende middelen’.

Mede vanwege de lange, slopende terugreis per boot – ruim vier maanden – maakte haar vader zich ernstig zorgen over haar gezondheid en ‘verstandelijke vermogens’. De kleine Johannes was ook al ‘doodelijk bleek en zwak’ bij aankomst in Nederland. Titia kreeg, later die winter, iets wat werd geïnterpreteerd als ‘een zwaare verkoudheid, zomwijl zo sterk, dat zij er de koorts van kreeg’.

Titia verbleef maar kort in Japan en overleed slechts enkele jaren na haar terugkeer. Toch leeft ze nog steeds voort in Japan, aangezien lokale kunstenaars gefascineerd raakten door zoiets exotisch als een Westerse vrouw. Hemmes: ,,Ze wordt tot op de dag van vandaag nog geregeld afgebeeld op kunst- en gebruiksvoorwerpen. Titia werd een icoon voor de Japanse kunst.”

 

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.